De troonzaal was enorm. Met ingehouden adem liet Elys haar ogen over de tientallen houten pilaren glijden waar voorstellingen van de Esmaraanse mythologie waren uitgesneden. Sommige verhalen, zoals die van het ontstaan van de Eerste Wereld en goden, de strijd om Iralin en het ontvangen van de stuurkrachten herkende ze, maar het merendeel was haar onbekend. Ze zag eeuwenoude bossen, dieren die vluchtten en mensen—jagers—die in vrede leefden met de natuur, maar boven alles viel haar een vrouw op in jagerskleding en lang krullend haar. Dat moest Lya zijn, de naamgeefster van dit woud.
De pilaren strekten zich metershoog uit en droegen het glazen dak met koepel. Elys keek omhoog naar het dak en zag een azuurblauwe lucht en zonlicht dat naar binnen viel. De hele troonzaal baadde in het goud. En in het midden van al die pracht zat Mae op een enorme troon die haar nog kleiner deed lijken. Talloze houten treden leidden naar de troon die gemaakt was van het donkerste hout dat zich in onmogelijke bochten wrong en als een waaier in de lucht stak.
Ze droeg dezelfde mosgroene jurk met delen van een harnas. Om haar armen zaten zilveren armbanden en ook haar enkels waren versierd met kleine bandjes. Elys zag dat ze geen schoenen droeg. Mae's haren zaten vol veren en vlechtjes en haar witblonde haar stak helder af tegen de ebbenhouten troon. Bovenop haar hoofd prijkte een kroon van fragiele metalen takjes en vederlichte blaadjes. Ze liet haar ijsblauwe ogen over hen glijden, langzaam en berekenend, en glimlachte toen licht. Het gouden licht gaf haar een liefelijke uitstraling, zacht. Ze leek veel te onschuldig voor een koningin van de jagende afstammelingen van Lya.
''Welkom in Ossa,'' begon ze. ''Dit is de troonzaal van het Sterrenpaleis. Prachtig, niet waar?''
Mae fluisterde de laatste woorden haast gedachteloos terwijl ze zelf vol verwondering naar de massieve pilaren keek die het hele universum leken te dragen.
Ze richtte haar ogen weer op de groep die voor haar stond. ''Allereerst wil ik jullie ermee complimenteren dat jullie Ossa hebben kunnen betreden. We hebben vaak genoeg meegemaakt dat mensen vielen en...ja. Dat was niet zo'n prettig gezicht. Rérima Lya.''
Ze sloeg haar ogen omhoog naar de blauwe hemel boven haar en vervolgde toen haar verhaal.
''Wat zijn jullie namen?'' Ze glimlachte even naar Sage. ''Die van jou ken ik al, Sage Canrun.''
Lila snoof en sloeg haar armen over elkaar heen. Sage kon echter alleen maar naar Mae kijken met een brede glimlach en ogen waarvan de bruine spikkeltjes goud leken op te lichten door de prachtige zonnestralen in de troonzaal.
''Ik ben Ash,'' begon Ash, ''en dit zijn Elys en Lila.''
Hij wees hen subtiel aan. Mae kneep haar ogen iets samen en knikte toen bedachtzaam.
''En wat deden jullie onaangekondigd op mijn grondgebied?''
Haar blik zwierf naar Sage, alsof ze van hem een antwoord verwachtte, maar Lila's stem schalde door de zaal.
''Dat zijn jouw zaken niet, koningin,'' siste ze.
De bewakers die aan weerszijden van Mae's troon stonden gromden en hieven hun wapens iets. Mae wierp Lila een ijzige blik en hoewel ze kalm was, voelde Elys de spanning haast trillen in de lucht.
''Dat denk ik wel,'' zei Mae terwijl haar blik nog steeds gericht was op Lila. ''Jullie betraden mijn grondgebied zonder toestemming of aankondiging. Dus als jullie niet in de gevangenis willen belanden of een oorlog willen ontketenen zou ik, als ik jullie was, vertellen wat jullie in Lyun deden. Het is jullie keuze.''
Mae glimlachte, maar het bereikte haar ogen niet. Ze leek dan wel klein in de enorme ebbenhouten troon, maar haar gezicht stond gespannen en ijzig, alsof ze een sneeuwkoningin was in plaats van een boskoningin.
JE LEEST
The Frostfire Prince
Fantasy||WINNAAR VAN THE WATTYS 2016 'VERBORGEN JUWELEN' EN WATTNED'S CHOICE AWARDS (NETTIES 2016)|| Wat zou jij doen als je 's nachts alleen in een bos rent en achtervolgd wordt door je eigen volk? Zou jij de hulp van een knappe en mysterieuze vreemdeling...
