||5|| Het Bliksempatroon

2.7K 180 103
                                        

"I have found out that there ain't no surer way to find out whether you like people or hate them than to travel with them."

–Mark Twain

''Oké, ga je me nu eindelijk vertellen hoe zet zit met dat 'we' ding? Want voor de duidelijkheid: er is geen 'we','' zei Elys. Het was nog maar ochtend, maar de jongen had het voor elkaar gekregen om haar nu al te irriteren.

Gisteren had hij een vuur gemaakt en gezegd dat hij morgen–vandaag dus–zijn plan zou uitleggen. Vervolgens was hij op de grond gaan liggen, had zich omgedraaid en was in slaap gevallen. Mopperend had Elys ook geprobeerd te slapen, maar daar was niet veel van gekomen. De kou was verschrikkelijk geweest en zelfs het vuur had niet bijzonder veel geholpen. Ze vroeg zich af hoe de jongen op de bevroren grond had kunnen slapen zonder het koud te hebben. Het was vast een vuurstuurders ding. Heer Nagaz had haar ooit verteld dat vuurstuurders in staat waren om warmte te manipuleren.

''Ga je me nog antwoord geven? Anders ga ik gewoon weg hoor, mij best. Ik weet niet eens wie je bent. Beter nog, ik weet geeneens hoe je heet.''

Elys zuchtte. Ze was gewoon lucht voor hem. En wat ze zei was waar. Hij had niet eens het fatsoen gehad om zichzelf aan haar voor te stellen.

''Kun je misschien één minuut je mond houden? Ik ben geen ochtendmens, oké? Ik heb geen behoefte aan gezeur,'' antwoordde de jongen gepikeerd.

''Als je antwoord zou geven, zoals ieder normaal persoon, zou ik niet hoeven zeuren.''

Even was het stil.

''Ash,'' zei de jongen.

''Wat?'' vroeg Elys verbaasd. De jongen zuchtte en rolde met zijn ogen.

''Ash. Dat is mijn naam. Jij heet Elys toch? Zo noemde dat joch je in het bos in ieder geval. Nou, nu zijn we geen vreemden meer. Aangenaam kennis te maken,'' zei de jongen sarcastisch terwijl hij doorging met eten maken. Elys ging naast de jongen, Ash, zitten.

''Aangenaam kennis te maken. Het is trouwens vrouwe Elys voor jou. Oh, en je hebt me je achternaam niet verteld.''

Ash staarde met een holle blik naar het knetterende vuur. Even leek hij mijlenver weg.

''Jij hebt je achternaam anders ook niet gezegd.''

''Kenswin,'' antwoordde Elys kortaf. ''En die van jou?''

Ash keek even naar haar op. ''Zozo, dochter van de gódir van Elodir? Vandaar dat je wil dat ik je vrouwe noem. Nou, dat gaat dus niet gebeuren. We zijn hier niet in Elodir. En wat mijn achternaam betreft: die is niet van belang.''

Hij liet het kleine geïmproviseerde spit ronddraaien boven het vuur en porde wat in het vlees van het dier dat hij vanochtend had gevangen. ''Het eten is klaar.''

Zwijgzaam aten ze hun eten op en Elys moest toegeven dat het heerlijk was. Niet zo goed als het eten in Elodir, maar toch. Ze had maar niet verder gevraagd naar zijn achternaam, want hij had nogal geïrriteerd geklonken. En eigenlijk maakte het ook niet uit. Ze wilde hier zo snel mogelijk weg, ze had vannacht wel genoeg gezien in het bos, en wilde op zoek gaan naar een goede watermeester die haar kon lesgeven. Misschien kon ze naar Parrodin gaan, de hoofdstad van Uslan, of Rivenend. Daar waren vast genoeg leraren te vinden. Rivenend klonk goed. De stuurders daar stonden bekend om hun helingkunsten en bovendien wist Elys hoe ze er kon komen.

''Waar denk je aan?'' vroeg Ash uit het niets. Zijn zilveren ogen keken haar afwachtend aan. Ze was verrast door zijn plotselinge interesse en vriendelijkheid.

''Ik wil graag naar Rivenend reizen om op zoek te gaan naar een leraar,'' antwoordde ze. Ash keek bedenkelijk en glimlachte even.

''Is dat waarom je bent weggelopen?''

The Frostfire PrinceVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu