Hoofdstuk 34

43 0 0
                                    

Biep, biep, biep.

Het piepen lijkt oneindig door te gaan in hetzelfde ritme. Ik probeer mijn ogen te openen, maar het lukt niet.

'Jill? Jill! Ze bewoog!' zegt iemand.

Ik adem schrokkerig in en uit. Volgens mij helpt een apparaat me met ademhalen, er zitten allerlei slangetjes op mijn lichaam en in mijn neus. Ik verzamel al mijn kracht, en doe nog een poging om mijn ogen open te doen. Fel, wit licht.

'Oh, Jill,' huilt een vrouw. Dan zie ik wie ze is. Het is mijn moeder. Naast haar staat mijn vader. Ze huilen allebei, en aaien over mijn hand. Dan komt alles terug.

Waarom leef ik nog? Ik heb mezelf opgehangen!

Waar slaat dit op? Ik voel iets tussen boosheid en verdriet.

'Wat doe ik hier?' piep ik. Mijn stem is schor en hees. 'We gingen boodschappen doen, en toen we terugkwamen hing jij daar,' huilt mijn moeder.

'We zijn net op tijd geweest. We hebben je gereanimeerd en 112 gebeld. Godzijdank is je nek niet gebroken. We kunnen niet zonder je, Jill,' zegt mijn vader.

Als hij snikt, breekt mijn hart. Er komt een dokter binnen. 'Wat fijn dat je weer wakker bent. Je ouders zijn net op tijd geweest. Je moet de rest van deze dag nog rustig aan doen, in bed blijven dus. Morgen mag je naar huis om je spullen te gaan pakken. Je ouders gaan je naar een kliniek brengen vanwege je depressie. Daar gaan ze je leren om weer van het leven te gaan genieten,' zegt de dokter terwijl ze een aai over mijn hoofd geeft.

'Je hebt heel veel geluk gehad. Misschien wil je nu wel niet meer leven, maar het leven wacht op je. Je bent pas 17, Jill.'

Er rolt een traan over mijn wang.

'Je hebt een kaart van school gekregen,' zegt mijn moeder terwijl ze me een grote envelop overhandigt.

Het eerste wat ik zie is: ''Wij houden van je.''

Er rolt nog een traan over mijn wang. Eromheen staan allerlei korte zinnen en woorden met namen erbij.

''Ik zou je zo erg missen,'' heeft Hailey geschreven.

''Ik hou heel veel van je en ik zou echt niet zonder je kunnen,'' schreef Ryan. Dan valt mijn oog op een zin van mevrouw La Jeune. ''Ik vind het heel erg rot en ik wens je heel veel succes in de kliniek. Ik kijk er naar uit om je weer te zien. Kijk op Whatsapp!'' staat er. Dat ga ik vanavond snel doen, want ik heb zo'n gevoel dat mijn telefoon niet mee mag naar de kliniek.

Ik voel me opgelaten. Ik haat mezelf. Ik kan niet eens zelfmoord plegen. Hoe waardeloos ben je dan?

Ik kan niks. Ik was bijna bij Laura, maar zelfs dat kan ik gewoon niet. Ik kan het bijna niet geloven, dat ik nog leef.


StilteWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu