Na een paar weken hard werken. Echt heel hard werken. Ben ik uitgeput. Mijn moeder zit merendeels met mijn kinderen thuis en haalt ze van school. Zij brengt ze naar sport en zij voedt ons. Zonder haar zou ik het niet kunnen. Ik werk elke dag keihard zodat mijn kinderen brood hebben en zodat zij kunnen doen wat ze willen. Dat brengt offers met zich mee. Ik zie ze alleen in de avonden en dan is het toch maar weinig. Dan ben ik moe van het harde werken. Ik heb vaker ruzie met Safouane. Hij doet wat hij wilt en moet mijn mening niet. Mijn kinderen vinden het nogal kut dat ik zoveel werk en dat laten ze weten ook. Ik ben uitgeput. Helemaal kapot. Het is al laat. Heb de hele dag gewerkt en mijn moeder belde dat ze de kids thuis heeft gezet. Ik open de huisdeur. 'Jongens ik heb pizza!' Zeg ik hard. Geen reactie. Raar. Ze zijn vast weer aan het gamen. Ik loop naar binnen. Dit is gek. Ze zitten niet bij de tv. Ik leg het eten op tafel en loop naar de kamers. Niemand. Oke nu begin ik me zorgen te maken. Ik bel Intisar. Voicemail. Ik app haar en bel Safouane. Voicemail. Ook hem app ik. Nu begin ik erg bezorgd te worden. Ik bel mijn moeder. Ze neemt op, maar heeft geen idee waar ze zijn en heeft ze ook net gesproken. Ik bel Youssef. Ik blijf met mensen bellen, maar niemand weet waar ze zijn. Mijn telefoon gaat. Ik spring er zowat naartoe. Ik neem op zonder te kijken. Ik hoor gelijk Adams stem.
Adam: Ze zijn veilig.
Ik: Ik vermoord je Adam. Waar zijn ze?
Adam: Niet zo boos. Ik wou ze alleen even zien. Ze hebben al gegeten en hebben wat centjes gekregen.
Ik: Waar zijn ze?
Adam: Toch gek dat je me niet eens met onze kinderen vertrouwd. Ik zou ze nooit in gevaar brengen met opzet.
Ik: Geen tijd voor grappen Adam! Waar zijn ze?
Adam: Weet je nog waar het hotel waar we vroeger wel eens kwamen? Dichtbij het ziekenhuis. Kom daarheen ik wacht op je.
Ik hang op en ren naar mijn auto. Ik begrijp het niet. Ik scheur weg. Boos en bezorgd. Natuurlijk zou Adam ze niks aandoen, maar waarom zijn ze daar? Hoe komen ze in contact met hem? Ik had hem gewaarschuwd. Sneller dan ooit tevoren rij ik erheen. Gek genoeg heb ik geluk vandaag, alle stoplichten zijn groen en het is rustig op de weg. Ik parkeer de auto en loop in een snelle pas naar binnen. Ik zie Adam verderop al staan. Ik haast me naar hem toe. 'Waarom doe je me dit aan? Ik had je toch gezegd dat je me met rust moest laten? Waar zijn ze?' Vraag ik en kijk hem boos aan. 'Ik heb je gemist schoonheid.' Zegt hij en scant me. 'Waar zijn ze Adam!? Klaar met je fucking grapjes! Dit zijn mijn kinderen verdomme!' Zeg ik boos. Hij lacht. 'Ze zijn hier rustig, ik wil je gewoon even spreken.' Zegt hij en loopt richting een deur verderop. Hij opent het en ik zie mijn kinderen allemaal eten. Ik kijk rond. Ik zie grote kledingtassen en kijk Adam vragend aan. 'We hebben misschien wat geshopt.' Zegt hij lacherig. 'Ik begrijp het niet. Wat is hiervan de bedoeling? Wat heb je gezegd? Heeft hij jullie pijn gedaan?' Vraag ik ongerust. Safouane staat op. 'Ik heb hem gebeld.' Zegt hij en glimlacht lief. 'Keren jullie je tegen mij? Wat? Ik weet dat ik er niet vaak meer ben, maar ik doe me best.' Zeg ik met tranen. Mijn eigen kinderen keren de rug naar mij toe. 'Dat is het niet mam!' Zegt Intisar meteen. 'Je hebt hulp nodig. Je werkt de hele dag en thuis ben je druk bezig met eten maken en alles schoonmaken. Het is te druk.' Zegt Safouane. 'En je mist papa. Dat ziet een blinde nog. Je houdt van hem en daar is niks mis mee.' Zegt Intisar. Ik kijk Adam aan en dan naar de kids. 'Ik begrijp het niet. Wat willen jullie nou?' Vraag ik verward. 'Kijk achter je mama!' Roept Dounia blij. Ik draai me om en zie Adam op zijn knie zitten. Hij heeft een ring in zijn hand en kijkt me hopeloos aan. 'Wat? Wat?' Vraag ik niet begrijpend wtf er allemaal gebeurd. 'Kinderen laat mij en je moeder even praten.' Zegt Adam en staat op. Iedereen loopt zonder iets te zeggen weg. Ik kijk Adam sprakeloos aan. Ik begrijp er niks van. Hij moet lachen. 'Laat mij maar even praten.' Zegt hij en pakt mijn hand. 'Ik ga geen heel verhaal vertellen, want je weet zelf hoeveel ik je mis en hoeveel ik wel niet van je hou. Dit gaat niet om mij, maar om jou. Of je nou nog van me houdt of niet, je hebt mijn hulp nodig. Ik ben hun vader en zal je erbij helpen. Als jou man of als hun vader, je mag zelf beslissen welke van de twee. No hard feelings. Ik kan jou niet haten. Ik blijf van je houden net zoveel als de op onze trouwdag en dat zal ik altijd blijven doen.' Zegt hij. Ik zeg niets en er vallen onbewust tranen van mijn wang. Niet van zijn zegje, maar van mijn kinderen. Ik wist dat ik niet zo vaak thuis was, omdat ik veel werk, maar dat het zo erg is geworden dat zelfs Safouane Adam belt? Nooit verwacht. 'Oke zeg temminste wel iets.' Zegt hij lachend. 'Wat zei Safouane precies tegen je?' Vraag ik. Hij kijkt me raar aan. 'Wil je niet liever praten over ons?' Vraagt hij. 'Ik doe alles wat ik kan Adam. Ik slaap twee uurtjes per dag. Ik heb soms zoveel pijn in mijn buik, maar moet het negeren omdat ik anders mijn kinderen niet kan voeden. Ik doe wat ik kan, maar het is niet genoeg.' Zeg ik met tranen. Hij doet zijn hand op mijn wang. 'Daarom belde hij me. Dit is teveel voor jou. We weten wat je allemaal doet om het gezin te onderhouden, maar genoeg is genoeg. Je bent verdomme zwanger!' Zegt hij en houdt me bij mijn heupen vast. Ik laat hem zijn gang gaan. Ik mis hem enorm. 'We zijn misschien gescheiden, maar je bent nog steeds van mij. Ik zorg van je tot ik erbij neerval. Jij bent mijn verantwoordelijkheid. Vanaf nu ben ik er fulltime. Ik ben gestopt met alles wat ik deed. Alles. Er is meer dan genoeg geld om een paar jaar niet te werken.' Zegt hij. Ik kijk hem in zijn ogen aan. Ik voel zijn liefde weer. Net als vroeger glinsteren zijn ogen. Ik hou van hem. Ik zucht diep. Hij moet lachen en ziet er gelukkig uit. Schattig. Hoe kan ik alles zo vergeven? Zo snel. Wat doet hij met me? Na alle shit wat hij me geflikt heeft zou ik hem moeten haten. Maar dat doe ik niet. Niet eens een klein deeltje van mij haat hem. Waarom? 'Wat is er liefje? Kom je er nu pas achter?' Vraagt hij en bijt op zijn lip. 'Waar achter?' Vraag ik. 'Dat je van me houdt. Je houdt van me.' Zegt hij met een klein lachje. Ik kijk hem lang aan. 'Hoe lang ga je het nog verbergen? Althans proberen dan. Ik ken je beter dan dit.' Zegt hij. Ik moet automatisch lachen. 'Je bent irritant.' Zeg ik en leg mijn hand op de zijne. 'Daar hou je van. Mijn irritante trekjes.' Zegt hij en pakt mijn hand. Hij drukt kusjes in mijn nek en kijkt me opwindend aan. Ik moet ervan lachen. 'Dat is waar. Waarom ken je me zo goed? Klootzak.' Zeg ik. Hij lacht en staart naar mijn lippen. 'Je bent zo kinderachtig. Zo sexy is dat niet hoor.' Zeg ik. Hij moet harder lachen en kijkt me in mijn ogen aan. 'Mwah, ik weet precies wat je sexy vindt. Wat dacht je ervan? Mag ik terugkomen?' Vraagt hij en kijkt me lief aan. 'Ik haat jou.' Zeg ik en zoen hem. Ik blijf een tijdje in zijn armen staan. Tot ik een hevige pijn in mijn buik voel. Ik verman me en doe een stap achteruit. 'Wat is er? Ben je me nu al zat?' Vraagt hij met een klein lachje. 'Mijn buik. Het steekt.' Zeg ik en ga zitten. Zijn gezicht veranderd meteen en hij helpt me. 'Kan ik wat doen? Wil je een pilletje? Wat drinken? Iets?' Vraagt hij bezorgd. 'Het gaat zo over.' Zeg ik. Hij komt bij me zitten en kijkt me met een bange blik aan. Na een paar minuten is de pijn over en sta ik op. 'Hoe gaan we dit doen?' Vraag ik. Hij staat op en pakt me vast. 'Voorzichtig. Je moet naar het ziekenhuis. Laat het nakijken.' Zegt hij. 'Het gaat prima.' Zeg ik vastbesloten. Hij kijkt me lang aan. 'Het gaat gewoon.' Zeg ik. Hij knikt langzaam. 'Ik moet nu echt terug naar de kinderen.' Zeg ik. Hij knikt en ik loop weg. Ik kijk achterom en zie dat hij er niet is. Ik loop terug en zie hem omgedraaid staan. 'Hallo kom je nog?' Vraag ik. Hij draait zich om met de grootste glimlach ooit. 'Ik dacht dat je me niet meer wilde.' Zegt hij en komt naar me toe. Ik lach en pak zijn hand. 'Niet teveel denken. Zeker niet als je dom bent.' Grap ik. Hij moet lachen en ik automatisch ook. 'Zijn we weer samen?' Vraagt hij schattig. 'Ja domkop.' Zeg ik. Hij moet lachen. 'Nou wil jij het goede nieuws vertellen?' Vraag ik en trek hem mee. 'Waar zijn ze eigenlijk?' Vraag ik. 'Speelzaal.' Zegt hij en leidt me naar een speelzaal. Ik zie de kinderen springen op een springkussen. Iedereen. Zelfs Safouane. Adam laat me los en rent er naar toe. Hij begint te springen met de kinderen en ik moet hard lachen. Ik blijf even kijken en spring dan ook mee. Ik heb dit gemist. Ik heb Adam gemist. Maar ik heb de familietijd gemist. Het is weken terug dat ik wat met de kinderen gedaan heb. Ik had er geen tijd en geen energie voor. Nu eens zien wat de toekomst brengt.
JE LEEST
Romaissa&Adam Deel 2
RomanceHet vervolg van Romaissa&Adam. Ze hebben een groot gezin met ieder z'n eigen problemen. Adam heeft misschien wel het grootste probleem, drank en drugs.
