Hoofdstuk ~27~

5.7K 255 51
                                        

Kaden stak zijn hand uit en veegde met zijn duim de traan weg.

'Waag het niet om te zeggen dat je er net zo goed niet had kunnen zijn.', ik keek hem nu recht aan, een vastbesloten blik in mijn ogen.

'Want zonder jou kan ik er net zo goed ook niet zijn. Als jij weg rent ren ik weg. Als jij pijn hebt heb ik pijn. Als jij sterft, sterf ik ook.', hij streek met zijn hand over met wang en zijn groene poelen staarden in de mijne.

'Ik ga je beter beschermen.', fluisterde hij verslagen.

Ik snikte en sloeg een hand voor mijn gezicht.

***

Rillend lag ik in een hoek opgekruld toen de deur opende. De zon was blijkbaar al ondergegaan want er kwam geen licht meer door het miniraampje.

Het was net te hoog dat ik net niet door kon kijken. Ik wist niet of ik hoog of laag zat. In een toren of in een kerker. Ik zou het nooit weten. Ik zou hier wegrotten, zoals mijn vader me zo lief had helpen herinneren.

Hij was de laatste dagen nog een paar keer langsgekomen. De wonden en blauwe plekken die mijn lichaam sierden waren haast ontelbaar geworden. De oude kon je van de nieuwe onderscheiden.

Mijn ribben staken uit in tegenstelling tot mijn wangen die uitgehold waren. Ik kreeg geen eten of drinken, als je je dat soms afvroeg. Ik wist niet wat ze met me van plan waren.

Mijn vader was niet de enige die me was komen bezoeken.

Fijn!

Ik ging langzaam overeind zitten met mijn benen voor mijn borst en sloeg mijn armen eromheen. Ik kneep mijn ogen dicht toen ik mijn heupbotten langs mijn onderste ribben voelde schuren.

Dit gevoel kende ik nog niet.

Alpha Marius was ook heel even langs geweest. Hij bleef echter elke keer achter de deur staan waardoor ik alleen zijn stem kon horen. Waardoor ik naar hém toe moest komen om te kunnen verstaan wat hij te zeggen had. Bij elk bezoekje liet hij me met onmogelijke raadsels en bedreigingen achter.

Hij wilde me bang maken, hij had nog steeds niet gezegd wat hij met me ging doen.

Ik wist wel wat hij wilde, ook zonder dat hij het zei. Kaden zou nu al wel naar me op zoek zijn, toch? Ik voelde onze band nog steeds. Wel vager. Steeds vager.

'Lily Sair.', zong een mannenstem door de kamer.

Gelijk openden mijn ogen zich om ontmoet te worden door die van Alpha Marius. Met het kleine beetje energie wat ik nog over had krabbelde ik overeind en keek hem dodelijk aan toen ik eindelijk voor hem stond.

'Ik zie dat je nog steeds doorvecht.', hij praatte tegen me alsof we het over het weer hadden en ik haatte hem erom.

Ik spuugde in zijn gezicht, 'En dat zal ik altijd blijven doen.', ik probeerde alle haat die ik voor hem voelde in mijn woorden door te laten klinken, maar hij leek niet het minste gedeerd te zijn.

Hij lachte zelfs. De verrader lachte!

Hij wandelde op zijn gemakje om me heen door de kamer voor hij stil bleef staan.

'Dat was geen slimme zet, Lily.', zijn bui was zo snel verandert dat ik het even tot me moest laten bezinken. Ik was zijn bipolaire stemmingswisselingen nog steeds niet gewend.

'Of wil je dat ik je pappie weer even naar je toe stuur?', hij lachte toen mijn gezicht verbleekte en hij de angst in mijn ogen zag en vervolgde.

'Waarom ben je hier?', vroeg ik giftig.

Het duurde even voordat hij antwoord gaf. Hij stapte op me af en streek met zijn vieze, stompe vinger langs mijn kaak. Uiteindelijk keek hij op en met een walgende twinkeling in zijn ogen zei die, 'Volgens mij weet je dat al-'

The SearchWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu