4. Blijdschap

32 2 0
                                        

Drie weken terreinknecht met een simulatie verbod is zwaar. En ik moet nog vijf weken! Rayan en ik worden wel sneller in ons rondje om het terrein, maar de spanningen zijn er nog steeds. Een jaar van irritaties vergeet je niet zomaar. Nu ik zo achter hem loop is het bijna grappig dat wij met elkaar opgescheept zitten.
'Zie dit' roept Rayan ineens terwijl hij naar iets wijst. Ik loop naar hem toe en kijk. Afdrukken. Heel veel afdrukken, vlak achter het hek.

'Het lijkt wel van een wolf' Rayan spreekt mijn gedachtes hardop uit. Ik kan het niet helpen, de tranen springen al weer in mijn ogen. Ik wend mijn gezicht af, Rayan mag me niet zien huilen. 'Zou goed kunnen, volgens mij leeft er een roedel in dit bos' Ik zeg het zo constant mogelijk, wil niet dat mijn stem gaat trillen. 'Ik heb er nog nooit één gezien' zegt hij. Ik blijf zwijgen en loop verder. Rayan loopt achter me aan, maar na tijdje vraagt hij: 'Jij wel?'
'Ja' zeg ik, hopend dat hij niet door gaat vragen.
'En?' Vraagt hij
Stop asjeblieft Rayan! Ik wil het uitschreeuwen, wolven is een te gevoelig onderwerp. Maar in plaats daarvan geef ik antwoord 'vanaf een grote afstand' Volgens mij luistert hij naar half, want we zijn bijna bij de gekronkelde boom.

Iets minder dan een week geleden zijn we hier mee begonnen. 200 meter voor het einde van ons rondje staat een gekronkelde boom. Dat is ons startpunt, daarna sprinten we. Wie als laaste is moet de hal vegen. Rayan en ik zijn aan elkaar gewaagd. Met mijn kleine lichaam ben ik in het nadeel, maar na jaren trainen ben ik toch wel snel. Wanneer we bij de boom komen kijken we elkaar aan en sprinten we.

Ik sprint alsof mijn leven ervan afhangt. Het gras onder mijn laarzen en de wind in mijn haren voelen goed. Ik passeer de helft, Rayan zit op mijn hielen. Ik ga harder dan ik kan, reik met mijn handen naar voren. De deurknop van de academie wordt steeds groter. Ik zie Rayan naast me, ik wordt ingehaald. Nog een tandje hoger, voel een schouder, raak uit evenwicht en val. Rayan wint. 'Valsspeler!' Roep ik. 'Wie niet snel is, moet slim zijn' zegt hij terwijl hij met uitgestoken hand terugloopt.
'Dat is niet -' begin ik
'Betweter' kaatst hij terug.
'Ik heb je hulp niet nodig' zeg ik liefjes terwijl ik zijn hand weg duw en opsta.
'Nou veel plezier' Rayan geeft me een klop op de schouder en loopt lachend weg. 
'Bedankt' mompel ik.

Zuchtend loop ik naar de bezemkast en pak er een bezem uit. Ik had bijna gewonnen, bíjna. Gelukkig lag er maar weinig vuil, en ben ik snel klaar. Ik loop naar de gang, op weg naar de gezamenlijke ruimte.

Yes! Een brief van pa! Vandaag heeft geluk mij getroffen. Ik maak hem voorzichtig open, wil niet dat hij beschadigd raakt. Zes maanden geleden was de vorige brief aangekomen, dat herriner ik me nog als de dag van gister.

Ik grijp naar mijn hoofd, hijg zwaar. Had ik het me verbeeld? Nee, dat kon niet. Wat het ook was het beeld was echt. Het bed waar ik op zat, de gele brief voor de deur, het was absoluut echt. Ik wordt me bewust van de koude vloer, en merk dat ik op de grond lig. Ik trek me op en leun nog even tegen de muur voordat ik verder loop.

In de leefruimte plof ik in een zitzak en sluit mijn ogen. Achter me hoor ik mensen praten, de namen van leraren vallen, maar ook die van Lucas en Vanessa. Zij waren vaak het onderwerp van een gesprek, de dramaqueen en de mooiste jongen van de academie.

VerbondenVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu