Drie dagen later, op de laatste dag van de schoolweek, voelde ik me iets minder slecht dan normaal.
Ik had niet echt plannen voor het weekend. Eigenlijk had ik die nooit.
Ik had dus niet veel om naar uit te kijken.
Toch zat ik liever thuis zeven uur lang binnen niks te doen, dan dat ik binnen de muren van die vreselijke school moest zijn.
Iedere vrijdag ging ik in de ochtend even op bezoek bij mijn moeder. In het weekend waren er altijd veel meer bezoekers. Ik vond het fijner als het wat rustiger was.
'Hoi, mama,' zei ik terwijl ik de deur van haar kamer achter me dichtdeed. Ik liep naar mijn moeder haar bed. Ze lag met haar handen op haar buik naar het plafond te kijken.
Ik boog naar voren en gaf haar een kus op haar wang.
Ze glimlachte maar reageerde verder niet. Ze vroeg niet wie ik was, maar ik betwijfelde het of ze het wel wist. Ik had vandaag geen fut om haar weer alles uit te leggen.
Ze had inmiddels al moeite met praten.
Ik bestudeerde verdrietig haar gezicht.
Haar blonde haren waren netjes naar achter gekamd. Ze droeg de lichtblauwe japon die bij het tehuis hoorde.
De japon was veel te groot. Haar handen verdwenen compleet onder de mouwen.
Ik had van Alice, de vrouw die haar vaak verzorgde, gehoord dat mijn moeder soms dingen zag en met mensen praatte die er niet waren. Vorige week was ze door het lint gegaan omdat ze dacht dat een van de verzorgingswerknemers haar spullen uit haar kamer stal.
Dat was natuurlijk niet zo. Mijn moeder had bovendien niet echt veel spullen in de kamer die je kon stelen. Ze had niks van huis meegenomen behalve haar kleding, schoenen en een foto van mij en mijn vader.
Ik wist dat mijn moeder achteruit ging maar ik was niet klaar om haar los te laten, nog niet.
'Ik heb bloemen voor je meegenomen,' zei ik. Ik stak het boeket met roze bloemen naar mijn moeder uit.
Ze maakte een vrolijk geluid vanuit haar keel en greep met haar hand naar de bos bloemen.
Haar hand greep een paar centimeter ernaast.
Ik pakte mijn moeder haar hand voorzichtig vast en leidde haar hand naar de stengels van de bloemen. Zodra ze het boeket vasthad drukte ze de bloemen tegen haar borst aan.
Ik glimlachte zwakjes, 'Ik vraag Alice zo wel om een vaas te halen, is dat goed?'
Ze luisterde al niet meer. Ze wreef met haar vingers zachtjes over de fragiele
bloemblaadjes.
'Hoe gaat het met je?' Vroeg ik. Ik plofte neer in de stoel die naast het bed tegen de muur stond.
Mijn moeder antwoordde iets maar haar woorden waren geen woorden. Het klonk meer alsof ze dronken was. Dit was de tweede week waarin ze niet goed uit haar woorden kwam.
Alice vertelde me dat de kans groot was dat ze me nog wel begreep, maar ze gewoon niet meer wist hoe ze moest antwoorden. Ik probeerde nog zoveel mogelijk met haar te praten.
'Ik ga over een paar minuten naar school. Zal ik voor ik ga je even meenemen naar de grote zaal?' Vroeg ik.
Mijn moeder knikte. Ik pakte voorzichtig de bos bloemen uit haar handen en hielp haar overeind. Ik rolde de rolstoel naar haar bed toe en wachtte tot ze zat voor ik haar de kamer uit reed.
Ze kon over het algemeen nog goed lopen maar soms vergat ze stappen te zetten dus we besloten maar dat het gebruiken van een rolstoel slimmer was.
'Alice?' Ik stopte bij de balie. Erachter zat een tenger vrouwtje met rood haar. Ze had een lief, vriendelijk gezicht. Haar bril zat te ver op haar neus en liet haar ogen er onnatuurlijk rond uitzien.
Ze droeg een lange, witte jas. Het gaf me het gevoel alsof we in het ziekenhuis waren.
JE LEEST
This Is War (unfinished)
Hombres LoboEr vind zich al jaren een oorlog plaats tussen de weerwolven en de jagers. in een poging die oorlog te stoppen, of beter nog; hem te winnen, gaat een kleine roedel op een missie om de burgemeester te ontvoeren. Het plan loopt anders dan gepland...
