Die avond ruimden we met zijn allen de rommel in de keuken op.
Er had zich een ongelukje plaatsgevonden. Drie eigenlijk.
Een jongen was bezig geweest een smoothie te maken voor Eileen. Hij was vergeten de deksel op de mixer te zetten dus alles was de ruimte door gespetterd.
Het meisje dat naast hem soep had staan koken op het fornuis, was zo erg geschrokken dat ze de pan had omgestoten, wat er weer voor zorgde dat een jongen, die de vieze glazen terug naar binnen bracht, erover uitgleed en alle dertien glazen aan diggelen vielen. Het was een dramatisch domino effect. Na ieder ongeluk werd Eileen haar hoofd roder van de woede.
De keukenvloer was nu bedekt in een donkerbruine plas, gemengd met gebroken glas en een dunne plaklaag met brokjes fruit.
Het zag eruit alsof iemand had overgegeven. Of eerder alsof er zeven mensen hadden overgegeven.
We mochten pas weg als alles opgeruimd was.
Een paar van de slaven waren kwaad op de jongen, Yoeri, die de deksel niet op de mixer had gezet, maar ik vond het niet nodig tegen hem tekeer te gaan.
Eileen had immers een half uur in zijn gezicht staan schreeuwen tot hij eruit had gezien alsof hij in tranen wou uitbarsten.
Hij had het niet expres gedaan.
Toen een meisje voor de zoveelste keer een snauwerige opmerking tegen hem maakte zei ik er dan ook wat van.
Wat mij een vuile blik opleverde van het meisje en een dankbare van Yoeri.
Om half twaalf was de keuken weer netjes.
Eileen had natuurlijk niet gewacht tot we helemaal klaar waren. Ze had de sleutel aan Arno gegeven zodat hij kon afsluiten.
'Je bent wel erg stil sinds je bent weggeweest om Victoria die druiven te brengen.' Merkte Arno op terwijl hij de sleutel in de deur stak. Hij draaide hem op slot terwijl de rest van de slaven ieder hun eigen weg gingen. De meeste gingen naar links, waar de douches waren. De anderen gingen naar de slaapzalen.
'Ja?' Vroeg ik alsof mijn neus bloedde. Ik ging Arno mooi niet vertellen wat ik had gezien. Of hoe ik me voelde bij wat ik had gezien.
Hij zou het nooit begrijpen.
Ha, ik begreep het zelf niet eens.
Het was echter niet alleen wat er met Isaac was gebeurd. Ik voelde me ook opgelaten over het plan van Noah.
'Het zal wel komen omdat ik moe ben,' verzon ik slapjes. Dit was misschien maar voor de helft gelogen. Ik was inderdaad best moe. En ik voelde me vies. Ik hoop dat ik niet stonk.
Gelukkig liet Arno het erbij.
We liepen samen naar de douchezaal om onze tanden te poetsen.
De dpuchezaal bestond uit een grote ruimte met minstens dertien douchekoppen.
Er zat nog een aparte kamer aan vast waar vijf wasbakken stonden. Daar poetste wij onze tanden.
Ik vond het vreemd dat de wc's helemaal aan de andere kant van de hal zaten.
Vanaf waar wij onze tanden poetsten kon je de douche ruimte inkijken.
Er hing geen stoom, omdat wij, de slaven, geen warm water hadden. En omdat er geen stoom hing en ook geen muurtjes of hokjes stonden, zoals we bij mij op school hadden gehad, kon iedereen je zien.
Al de andere slaven en de mannelijke bewaker die altijd in de deuropening stond.
Het was me niet ontgaan hoe de bewaker af en toe in het geniep zijn ogen de ruimte door liet glijden.
Het gaf me een ongemakkelijk gevoel. Was ik nou echt zo preuts?
Het was alleen dat de enige die mij ooit naakt had gezien mijn ouders en ik zelf waren.
Ik wist niet echt waar ik me zo voor schaamde. Ik had niet echt een mega grote voorgevel met mijn cupmaat a, maar daar stoorde ik me totaal niet aan. Ik had me er ook nooit voor geschaamd.
Mijn heupen en billen waren voor mijn gevoel daarbij ook gewoon goed gevormd. Dus waar maakte ik me zo druk om?
Het was dan denk ik ook niet zo zeer dat ik me druk maakte om hoe anderen maar mijn lichaam keken, maar eerder het feit dat ze keken, waar ik me ongemakkelijk bij voelde.
Misschien was dat maar gewoon iets waar ik me overheen moest zetten. Wie wist hoe lang ik hier nog zou zijn. Ik kon niet een week lang niet douchen. Dat was belachelijk en onhygiënisch.
Ik spoelde mijn mond toen ik klaar was met het tandenpoetsen. Ik raapte al mijn moed bij elkaar. Wat was het ergste dat er kon gebeuren?
Alle moed verdween direct toen Arno uit zijn kleding stapte. Toen hij zijn broek liet zakken en ik zicht kreeg op iets wat ik absoluut niet van zo dichtbij hoefde te zien. Ik trok een grimas.
JE LEEST
This Is War (unfinished)
WerewolfEr vind zich al jaren een oorlog plaats tussen de weerwolven en de jagers. in een poging die oorlog te stoppen, of beter nog; hem te winnen, gaat een kleine roedel op een missie om de burgemeester te ontvoeren. Het plan loopt anders dan gepland...
