'We moeten stoppen voor gas,' zei Shane ernstig vanachter het stuur. 'Anders komen we niet veel verder meer.'
Ik keek naar de benzinemeter. Hij stond inderdaad extreem laag. We zouden nog hoogstens drie kwartier kunnen rijden.
'Er is een tankstation veertig kilometer verderop,' zei Aly met haar ogen gericht op het mobieltje dat ze van Tessa had afgepakt. 'Althans dat is wat dit ding mij verteld.'
'Het is drie kilometer verderop,' verbeterde Tessa haar met een nors gezicht, duidelijk niet blij dat Aly in haar mobiel zat te neuzen. 'De veertig kilometer staat voor wat we al hebben gereden. Kneus.'
'Het is misschien een goed idee om je woordenschat aan te passen als je tegen ons praat,' waarschuwde ik haar.
'Ik zal er over na denken.'
'Of we hangen je aan je voeten aan een hoge boom en zien wat je denkt na een uur lang gebungeld te hebben.' Ik keek haar dood serieus aan. 'Als je dan al niet bewusteloos bent, aangezien al het bloed naar je hoofd zal stijgen.'
Tessa trok een grimas. 'Dat is wel heel specifiek.'
Ik negeerde haar opmerking. 'We sluiten geen compromissen met jou. Als wij iets zeggen luister je. Je kan dat maar beter nu tot je door laten dringen, voor ik begin mijn dreigementen uit te voeren.'
Tessa zag eruit alsof ze tegen me in wou gaan, maar bedacht zich. 'Begrepen, baas,' mompelde ze. Ze wende haar blik af en keek uit het raam.
Ik kon de sarcastische ondertoon in haar stem niet waarderen, maar besloot het hierbij te laten. Als ze weer iets deed wat me niet beviel zou ik het duidelijk laten merken.
Ze moest niet beginnen te denken dat ze bij ons hoorde. Dat we haar vrienden waren.
Shane knikte naar een bord. De afslag voor het tankstation.
'Ik ga wat te drinken halen,' zei Aly toen Shane had geparkeerd. Hij stapte uit om de benzinetank te vullen.
'Wees voorzichtig,' zei ik.
Aly knikte en sprong ook uit de auto.
'Mag ik mee?' Vroeg Tessa hoopvol.
'Nee.'
'Mag ik dan op zijn minst even mijn benen strekken?'
Ik keek gepikeerd naar haar om. Voor iemand die ontvoerd was, was ze wel heel veeleisend.
'Ik blijf wel bij haar,' zei Jean tegen mij. Hij stapte uit de auto. Hij wenkte Tessa dat ze moest uitstappen.
Ik bleef alleen achter in de auto.
Ik wreef met mijn hand over mijn gezicht en zuchtte.
We reden al een hele tijd. Hoe langer we onderweg waren hoe zwakker de geur van Edgar werd. We moesten opschieten.
Het feit dat we in staat waren Edgar nog te volgen was al een hele opluchting.
Het betekende dat hij nog leefde. Misschien werd hij gevangen gehouden, maar hij leefde nog.
Dat was op dit moment het belangrijkste.
Ik had er een aantal keer over nagedacht Tessa vrij te laten. We hadden niet heel erg veel aan haar. Ik wist niet eens zeker of Edgar wel genoegen zou nemen met de dochter van de burgemeester. Wat ik wel wist was dat Edgar razend zou worden als ik met lege handen aan kwam zetten. Al helemaal nu ons huis was vernietigd.
De aanval was nog een reden meer om iets te hebben dat hij tegen de jagers kon gebruiken.
Tessa was niet iets was de jagers permanent tegen zou houden. Jagers hadden belabberde moralen als het neer kwam op weerwolven, maar als het om, menselijke vrouwen en kinderen ging hadden ze de neiging soft te zijn. Dit was niet altijd het geval, maar we konden proberen het tegen ze te gebruiken.
Ik had echter niet het recht om deze keuzes te maken. Dat was aan Edgar.
Dit was zijn plan.
Ik werkte onder zijn commando.
'Mijn god! De laatste keer dat ik jou zag was je nog zo een klein meisje! Wat vliegt de tijd toch. Hoe gaat het met je vader?'
Ik schrok op uit mijn gedachtes. Ik keek als door de bliksem geraakt op. Vanuit het raam aan de bestuurderskant zag ik Jean en Tessa staan. Ze stonden naast de benzinepomp.
Een onbekende man stond tegenover ze. Hij hield een plastic tas in zijn handen en had een vrolijk glimlach op zijn gezicht.
Jean schoot me een nerveuze blik over zijn schouder.
'Eh, prima,' antwoordde Tessa.
Ik stapte uit.
'Goed om te horen,' zei de man. 'En je moeder? Bakt ze nog steeds van die heerlijke citroen taarten? Ze bracht er vroeger altijd eens in de maand één langs.'
JE LEEST
This Is War (unfinished)
WilkołakiEr vind zich al jaren een oorlog plaats tussen de weerwolven en de jagers. in een poging die oorlog te stoppen, of beter nog; hem te winnen, gaat een kleine roedel op een missie om de burgemeester te ontvoeren. Het plan loopt anders dan gepland...
