Tessa - Vertrek

238 25 3
                                        

Mijn keel voelde kurkdroog aan.  Mijn lippen waren gebarsten en ik voelde overal zand.
Het was hier 24/7 doodstil, zelfs het gekrijs van de andere gevangenen drong niet door de metalen deur heen.
De bewaker was maar één keer langs geweest om me drinken te brengen. Een klein flesje water.
Ik had het niet in één keer opgedronken. Het was echter wel al een hele tijd op. Een anderhalve dag schatte ik.
Ik was voelde me compleet gedesoriënteerd.  Ik voelde me moederziel alleen en ik had het koud.
Ik had geen idee hoeveel uren of dagen er al voorbij waren. Was het al nacht?  
Het voelde langer als twee dagen. Het voelde als een week.
Dus toen ik de hendel van de metalen deur hoorde was ik opgelucht. Ik wist dat wat er achter die deur kon positief of negatief kon zijn. Op het moment kon het me niet schelen welke van de twee. Alles was beter dan hier in twijfel te zitten.
Misschien was het wel de bewaker met meer water.
Toen het licht de cel binnen drong hield ik mijn arm voor mijn gezicht. Het licht deed pijn aan mijn ogen, omdat ik zolang in het pikkedonker had gezeten.
Ik kreeg niet de tijd om er aan te wennen. Een hand greep mijn arm vast en trok me overeind. Er werd iets in mijn handen geduwd. kleding. 
'Trek aan,' commandeerde een bekende stem. 'Ik heb een verassing voor je.' De felheid van het licht nam wat af en ik herkende de zwarte jas van Edgar. Ik was een beetje verbaasd hem te zien.
Met een stijf lichaam van de kou stapte ik zonder iets te zeggen in mijn broek.
Ik hoefde hem niet te kunnen zien om zijn priemende blik te voelen. 
'Ik kan wel begrijpen wat mijn neefje in je ziet,' zei Edgar plotseling. 
Ik negeerde hem. Ik probeerde niet verbaasd te reageren op het feit dat hij ineens van ons af leek te weten. Blufte hij? Ik was niet van plan iets weg te geven. Ik schoof mijn voeten in mijn schoenen en trok mijn trui over mijn hoofd. Ik was dankbaar dat het een wollen trui was. Ik keek er naar uit om weer lekker op te warmen.
'Oh, laat mij,' zei Edgar overdreven beleefd. Hij hurkte bij mijn voeten en begon mijn veters te strikken. Ik voelde me ongemakkelijk bij Edgar zijn vreemde gedrag, maar protesteerde niet.
Ik trok mijn mouwen over mijn handen om ze op te warmen.
Tot mijn ergernis praatte hij verder. 'Ik begrijp wat Isaac in je ziet. Je hebt veel van dezelfde kwaliteiten die mijn vrouw heeft gehad,' ging hij verder. Hij begon mijn andere schoen te strikken. 'Je bent moedig, brutaal en laat je niet snel kleineren.' Hij trok de veters wat strakker.
'Hopelijk behandelde je je vrouw niet hetzelfde als mij,' mompelde ik. Mijn stem klonk schor. 'Of de rest van de mensen om je heen.'
Edgar keek even naar me op. In plaats van boos te worden grinnikte hij. Alsof ik hem zojuist een compliment had gegeven. Mafkees.
'Ik ken mijn neefje goed. We leven immers al ons hele leven in hetzelfde huis,' zei hij. 'Ik had meteen door dat hij een oogje op je heeft.'
Oke, hij blufte dus niet.
'Dat is iets wat ik me afvraag,' zei ik. 'Waarom woonden jullie allemaal in één huis? Kon je soms geen eigen huis betalen?'
'We waren een hechte familie.' Hij kwam weer overeind toen allebei mijn veters vast zaten. 'Dat kan ik niet van die van jou zeggen. Een moeder in het gekkengesticht en je vader geeft geen ruk om je.' Hij grijnsde. 'Dat kan niet fijn zijn.'
'Mijn moeder is niet gek,' zei ik kwaad. 
Edgar grijnsde alleen. 'Ik vraag me af waarom je alleen je moeder verdedigd. Is het eindelijk tot je door gedrongen dat je vader, als hij het wou, allang een paar jagers achter je aan had kunnen sturen? Hij heeft je praktisch voor dood achter gelaten.'

Ik drukte mijn lippen op elkaar. 'Dat is niet waar.'  Hij had vast wel een reden gehad. Dat moest wel. Mijn vader en ik hadden niet de beste vader dochter relatie ooit, maar we gaven om elkaar. Edgar probeerde me gewoon onzeker te maken. Me te laten twijfelen.
 Ik weigerde naar zijn woorden te luisteren.

'Je krijgt hem al snel weer te zien,' zei hij.
Daarop keek ik hem aan. 'Wat bedoel je?'
'Je gaat mee naar de jagersbasis,' zei hij. 'En misschien, heel misschien, als ik me gul voel, laat ik jullie één laatste keer knuffelen voor ik allebei jullie harten eruit ruk. Die van jou het eerst, zodat je lieve oude vader toe kan kijken.' Zijn hand ging naar mijn nu korte haar. Hij greep een plukje vast en bekeek het kort. Hij liet de pluk haar door zijn vingers glijden. 'Misschien breng ik ook wel een bezoekje aan dat gezellige tehuis van je moeder. We willen natuurlijk niet dat ze zich buitengesloten voelt.'

Ik sloeg kwaad zijn hand weg. 'Mijn moeder heeft hier niks mee te maken, siste ik. 'De enige reden dat je haar hierbij betrekt is omdat je een psychopaat bent. Je geniet van andere mensen hun pijn. Je schuilt achter het excuus dat je je familie kwijt bent geraakt, maar in werkelijkheid ben je daar allang overheen.' Ik snoof vol walging. 'Je geeft ook niks om Isaac, maar je houd hem in de waan dat je dat wel doet, omdat je weet dat je zo macht over hem hebt.' Ik snoof. 'Het duurt vast niet lang meer voor hij dit ook door krijgt.'

Edgar keek me een paar seconden aan. Ik keek strak terug. Hij wist dat ik gelijk had.

In een waas zag ik zijn hand naar mijn hals vliegen. Ik hapte naar adem toen zijn vingers zich om mijn keel sloten. Ik greep zijn pols vast, maar deed geen moeite hem los te trekken. Hij was sterker. Ik wist bovendien dat hij me niet zou vermoorden. Niet nu.

This Is War (unfinished)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu