Ik liep de woonkamer in en boog me over de achterste planken.
Ik geloofde dat het hier was.
Ik gaf een harde trap op de oude plank. De plank brak in tweeën.
Stof waaide de lucht in.
Ik stak mijn hand in het gat, negeerde de insecten die zich in het donker hadden verstopt en haalde er een boekje uit.
Dit was waarvoor ik was gekomen.
De roedel zou flippen als ik het ze vertelde, maar ik kon het hier niet achterlaten.
Jaren had ik het niet kunnen halen door alle jagers die het huis in de gaten hielden. Nu hielden de jagers de grens meer in de gaten. Niet het huis.
De enige reden dat Jean, Shane, Aly en ik over de grens konden komen was omdat we helemaal hadden omgereden, een halve dag, naar de hoek van de grens waar meestal maar één wachter zat.
We hadden de wachter bewusteloos geslagen en hem neergelegd op het bed in zijn wachtpost. We hadden zijn handen achter zijn rug vastgebonden en zijn enkels aan het bed. We hadden de deken eroverheen getrokken.
Zo leek het alsof hij aan het slapen was.
We wouden het liefst zo lang mogelijk conflicten voorkomen.
Op de terugweg zou het vast minder goed gaan.
Ik draaide het boekje rond in mijn hand. Het boek was niet zo groot. Het had een harde, zwarte kaft en de pagina's waren op sommige plekken gescheurd.
Er stond geen belangrijke informatie in. Het was gewoon een boekje waar iedereen van mijn familie af en toe in schreef. Het was een soort van een traditie in onze familie.
Als er iets bijzonders of grappigs gebeurde schreef iemand van ons het om de beurt in het boekje op met zijn of haar naam er onder. Ook had mijn moeder er bladzijdes van boeken waaruit ze ons voorlas toen we klein waren ingeplakt.
Het boekje zou ons misschien niet helpen de oorlog te winnen maar het had emotionele waarde.
Verloren herinneringen.
Het was het risico waard geweest.
Ik stopte het boekje in de binnenzak van mijn jas. Ik sprong van de veranda en liep het bos weer in. Vanaf nu wou ik niks meer te maken hebben met dit huis.
Ik wou er alleen maar zo snel mogelijk vandaan zijn.
Toen ik eenmaal het bos uit was kwam ik erachter dat het misschien niet zo heel slim was om bij het café af te spreken met de rest van mijn roedel, aangezien ik geen idee had hoe ver het café precies lopen was vanaf hier.
Na een kwartier was ik er nog niet. Ik was te laat. Ik had een half uur geleden al met de rest afgesproken.
Ik begon iets sneller te lopen omdat ik ze niet ongerust wou maken. Ze zouden dan vast en zeker iets doms gaan doen.
Ik stopte met lopen toen ik iets hoorde.
Het was dezelfde hartslag als in mijn huis. Dit keer kwam de hartslag uit een steegje een paar meter verder op.
Hoe groot was de kans dat je dezelfde persoon twee keer op een dag tegenkwam? Toevallig
Opeens hoorde ik nog een andere hartslag. Het viel me nu pas op dat die van Tessa heel snel ging.
Ik fronste.
'Als je dacht dat je van me af was door de school uit te vluchten had je het mooi mis,' siste een stem. Het was de stem van een jongen.
'Rot op Mayson,' klonk de stem van Tessa. 'Ik probeer gewoon naar huis te gaan.'
Ik vroeg me af of ik moest helpen. Ik had eigenlijk geen tijd. Bovendien was er de kans dat de jongen waarmee ze praatte me zou herkennen.
Ik wou niks riskeren. Al helemaal niet voor een meisje dat ik amper kende.
Aan de andere kant was het verkeerd om weg te lopen.
JE LEEST
This Is War (unfinished)
Hombres LoboEr vind zich al jaren een oorlog plaats tussen de weerwolven en de jagers. in een poging die oorlog te stoppen, of beter nog; hem te winnen, gaat een kleine roedel op een missie om de burgemeester te ontvoeren. Het plan loopt anders dan gepland...
