Tessa - Smoke

272 27 6
                                        


Toen Isaac zich hardop afvroeg waar de lichten voor waren was ik een beetje opgelucht.
Ik wist waar de lampen voor waren.
Het bewakingssysteem zou hopelijk in mijn voordeel werken. Ik zou kunnen ontsnappen.
Isaac en zijn pack zouden afgeleid zijn door het geluid, niet goed kunnen vechten en hoppa, ik was gered.
Tenminste, dat had ik gedacht.
Het bleek dat de weerwolven zich niet eens zo erg stoorde aan het geluid. Ze konden de vijand niet horen maar dat leek ze niks uit te maken. Ze slachtte ze nog steeds één voor één af zonder moeite.

Toen ik me had omgedraaid en door de achterruit keek zag ik dat er een paar zwarte busjes aan kwamen scheuren.

Meteen had ik geprobeerd mezelf uit de auto te wurmen zodat ik kon proberen de jagers te bereiken. Dat was het moment waarop Isaac naar de auto stormde en me aan mijn bovenarm mee sleurde.

Mijn hart sloeg een slag over toen hij zijn lange vingernagels tegen de huid van mijn hals aan drukte. Zijn vingertoppen waren doordrenkt in het bloed van de jagers. Fijn.

Ik had verwacht dat ze me zouden gebruiken om te ontsnappen, aangezien Aly dat al bij mijn huis had voorgesteld. Ik had alleen niet verwacht dat de jagers naar ze zouden luisteren.
Dat ze ze zouden laten gaan.

Ik had eerlijk gezegd gehoopt dat mijn vader erbij zou zijn.

Het was beter dat hij er niet was. Ik wou niet de kans lopen dat ze hem toch te pakken kregen.
Ik had hem wel graag willen zien. Het kon wel eens de laatste keer zijn.

Toen de jager met het witte haar zijn mobiel ophing stond zijn gezicht op onweer.
Ik hoopte dat degene die hem had gebeld versterking stuurde.
In plaats daarvan zei de man; 'laat ze gaan.'

Mijn hart stopte voor een seconde.

Mijn laatste kans op vrijheid was vervlogen. Als we eenmaal door die poort waren zou het moeilijk, bijna onmogelijk, zijn om weer terug te keren uit het wolfgebied.

Ik smeekte de man met mijn ogen om iets te doen, maar hij wendde zijn ogen af.

Toen Isaac me weer in de auto duwde gaf ik het ontsnappen op.

'Weet je zeker dat een rust stop wel slim is zo dichtbij?' Vroeg Shane van achter het stuur.

'We moeten die kogel uit Jean zijn schouder krijgen,' zei Isaac.

'Wat als ze ons achterna komen?' Vroeg Aly ernstig.

'Doen ze niet.' Was alles wat Isaac antwoordde.

Niemand zei meer iets tot Shane tien minuten later, midden in het bos, de auto stopte.
Ze stapte uit. Ik bleef alleen achter in de auto.

Ik probeerde met mijn handen de knoop achter op mijn hoofd los te maken, maar kon er niet goed bij. Bovendien had het geen zin. Zelfs als ik de knoop los kreeg zou ik nooit weg kunnen komen van vier weerwolven.

Ik zag vanuit het raam hoe Jean zijn trui uittrok. Aly en Shane hielden hem vast terwijl Isaac met een mes op hem af kwam om de kogel uit zijn schouder te halen.

Walgelijk.

Ik wendde mijn gezicht af.

'Rijden we in één keer door?' Vroeg Shane toen ze weer in de auto zaten, mij compleet negerend.
Isaac knikte terwijl Jean de auto opstartte.

Het gaf me een ongemakkelijk gevoel dat Aly naast me zat. Iedere keer dat ze naar me keek zag ze eruit alsof ze me met haar klauwen wou verscheuren.

Ik hoopte dat ze wist dat het gevoel wederzijds was.

We reden al een kwartier.

Ik wiebelde oncomfortabel heen en weer op mijn plek. Ik had ze al eerder verteld dat ik moest plassen. Het was geen grapje geweest. Mijn blaas voelde inmiddels vol aan en ik wist niet hoe lang ik het nog kon ophouden.

'Zit stil,' beval Aly geïrriteerd. Ze gaf me een por met haar elleboog.

Jean trapte plotseling op de rem.

Als Shane zijn arm niet voor me had gehouden was ik waarschijnlijk door de cabine gevlogen, aangezien ik geen gordel om had.
Als hij een bedankje verwachtte kon hij het mooi vergeten.

Hij verwachtte blijkbaar niks, want hij gaf me verder geen seconde van zijn tijd. 'Waarom stoppen we?' Vroeg hij aan Jean.

'Boomstronk op de weg.' Jean maakte zijn gordel los. 'Ik regel het wel.' Hij stapte uit de auto en jogde op het stuk hout af.

'Mijn god, laat haar alsjeblieft ergens plassen,' riep Aly uit. 'Ik denk niet dat ik dat constante gewiebel nog langer aankan.'

Isaac wierp een blik over zijn schouder. Hij leek even te twijfelen, maar een blik op zijn drie handlangers leek hem gerust te stellen dat ik niet zou kunnen ontsnappen.
'Prima,' zei hij.

Godzijdank!

Aly stapte uit. Ze trok me achter zich aan de cabine uit.
'Ga je gang,' zei ze.

Ik trok een wenkbrauw naar haar op. Verwachtte ze nou echt dat ik hier naast de auto ging staan plassen. Ha.

Aly rolde met haar ogen. Ze gaf me een duw als teken dat ik verder mocht lopen.

Ik nam zo veel mogelijk afstand van de auto. Ik wou eigenlijk nog wat verder lopen, maar Aly vond dit ver genoeg.

Ik stak mijn armen naar haar uit. Ik had toch echt mijn handen nodig om dit zelf te kunnen doen.
Dus tenzij ze me hierbij wou helpen moest ze de handboeien los maken.
Aly leek zich hier niet druk om te maken. Ze pakte de sleutel uit haar zak en maakte de handboeien los.
'Schiet op,' snauwde ze. Ze gaf me een waarschuwende blik toen ik met mijn hand naar de doek om mijn mond ging.

Ik wenkte haar dat ze zich moest omdraaien.

Ze rolde opnieuw met haar ogen, maar deed wat ik zei.

Ik probeerde het gevoel van schaamte te negeren terwijl ik hurkte achter een bosje.

Op de weg terug naar de auto maakte Aly, tot mijn verbazing, de handboeien niet opnieuw vast.

Jean had de boomstronk uit de weg zien te krijgen en zat alweer in de auto.

We reden in stilte verder.

Ik moest denken aan mijn vader.

Zou het hem iets kunnen schelen dat ik was meegenomen? Als ze hadden geweten dat Isaac en zijn pack hier waren, waarom had mijn vader er dan niet op gestaan dat ze mij samen met hem meenamen naar het hoofdkwartier?
Ik wist niet echt wat ik moest denken.
Boven alles hoopte ik het meest dat mijn vader niks te maken had met de moord op de Baine familie.
Dat hij niks te maken had met iets wat deze hele oorlog in stand had gezet.

'Denk je dat Edgar ons nog een keer gaat sturen als hij door heeft dat we de burgemeester niet hebben?' Vroeg Shane aan Isaac.

'Ik weet het niet,' was alles wat hij zei.

'Dan mag hij het lekker zelf gaan doen,' zei Jean. 'We hebben geluk dat we nog leven.'

'Oh ja, en ga jij hem dat vertellen?' Vroeg Aly sceptisch.

'Natuurlijk niet. Je weet wat er is gebeurd met de laatste persoon die dat deed,' zei hij ernstig. 'Dat is waarom Isaac het gaat doen.'

Isaac keek naar hem opzij. 'Is dat zo?'

'Hij is je oom. Hij zou je nooit iets aan doen. Een voordeel dat niet veel van ons hebben.'

 Isaac zei niks.

'Ik heb altijd al gezegd dat jij het als alfa veel beter zou doen,' zei Aly.


'Inderdaad,' stemde Shane in. 'Edgar geniet misschien iets te veel van zijn machtspositie.'

Jean knikte. 'Dat is nog zacht uitgedrukt. Je oom is een tiran en een -'
'Stilte!' Onderbrak Isaac ze plotseling bruut. Ik schrok ervan.
De rest leek even verbaasd over zijn reactie, want ze keken hem een beetje beduusd aan.
'Zonder mijn oom waren jullie allemaal dood geweest of erger, in de martelkamer van de jagers. Knoop dat goed in je oren,' siste hij. 'Edgar is alles kwijt geraakt, maar heeft toch besloten om anderen te helpen. Onderdak te bieden. Jullie dienen hem de respect te geven die hij verdiend. Begrepen?'

Het bleef stil. Ik zag hoe Shane en Aly elkaar een blik gaven.

'Begrepen!?'

Ze knikten.

Er ontstond een gênante stilte.

Jeetje, Isaac wist wel hoe hij de sfeer moest verzieken.

Blijkbaar lag het gevoelig.

Ik keek er niet echt naar uit om zijn oom te ontmoeten. Als Jean, Shane en Aly alle drie geen hoge pet van hem op hadden, moest dat wel iets betekenen.

De rest van de autorit bleef het doodstil.

Er leek maar geen einde aan de rit te komen.

We bleven maar rijden.

Tot ik uiteindelijk iets zag vanuit de voorruit.
 In de lucht, verscholen achter de hoge groene bomen, hing een donkergrijze walm van rook.

Isaac leek het op hetzelfde moment als ik te zien, en ruiken.


'Wat is dat?' Vroeg Jean met grote ogen. 

'Sneller,' zei Isaac met zijn ogen op de rook gericht.

Jean trapte op het gaspedaal.

Aly kneep haar neus dicht. 'Mijn god is dat...-'

Shane knikte. Horror over zijn hele gezicht geschreven.


Wat roken ze? Ik rook niks. 

Jean scheurde langs de laatste rij bomen.
We kwamen aan bij een hoog metalen hek.
De poorten die waarschijnlijk normaal waren gesloten stonden wagenwijd open.

 Toen zag ik waar de rook vandaan kwam.

Aly sloeg haar handen voor haar mond. Haar ogen vulde zich met tranen. Jean stopte de auto en sprong naar buiten. De rest deed hetzelfde.

Honderden lichamen van mensen lagen verspreid over het gras voor het kolossale witte huis. Op sommige plekken waren de lichamen opgestapeld en in brand gestoken.
Nu kon ik ruiken wat de rest had geroken.
De geur van verbrand vlees.

Ik had nog nooit zoveel dode mensen bij elkaar gezien. Mannen, vrouwen en kinderen.
De grote villa in het midden van het veld was echter nog ongeschonden.

'Nee, nee, nee!' Ik zag hoe Jean door zijn knieën zakte bij een van de vele lichamen. 'Mam! Mam wordt wakker!' Jammerde hij. Hij schudde aan het verminkte lichaam van de vrouw in de hoop dat ze wakker zou worden.

Ik voelde hoe ook mijn ogen waterig begonnen te worden. Dit was afschuwelijk.

Ik kon niet in woorden bevatten wat ik allemaal voor me zag.
Het was onbeschrijfelijk.

Ik zag hoe Isaac met zijn handen zijn haar vast greep en om zich heen keek met wat ik alleen kon beschrijven als ongeloof.



This Is War (unfinished)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu