Isaac ; In De Basis

239 23 3
                                        

Ik keek om naar Jean.

Hierop gaf hij me een geïrriteerde blik. Niet zozeer een boze geïrriteerder blik, maar eerder zo een blik dat een kind zijn ouders gaf als ze zich veel te druk over iets maakten.

'Isaac, het gaat prima,' zei hij voor de duizendste keer.

Ik knikte en keek weer om. Dat wist ik ook wel. Dat het prima ging. Hij was inmiddels alweer genezen.
Wat me dwars zat was dat het überhaupt was gebeurd.
Ik was niet van plan Jean of Shane nog uit het oog te verliezen. Niet na die bedreiging van Edgar.

Zodra Edgar ook maar hun kant op keek zou ik er een einde aan maken.

We waren bijna bij onze bestemming. We waren nog steeds niet aangevallen door jagers. Ik vond het raar dat ze nog niet doorhadden dat we hier waren. Het was puur geluk.
Of er waakte een beschermengel over ons.

Ik keek toe hoe June een paar soldaten wenkte dat ze door moesten lopen.
Ik vroeg mijzelf af wie en hoeveel van ons hier vandaag van weg zouden kunnen lopen. Hoeveel er van ons zouden overleven.

Het deed me goed om te weten dat Tessa hier zo ver mogelijk van af was.
Hopelijk had Aly haar en Noah meegenomen ver, ver weg van dit alles.

Ik vond het klote dat ik haar nooit meer zou zien. Haar mooie golvende kastanjebruine haar, haar smaragdgroene ogen en de manier waarop ze naar me keek, alsof ze me begreep zonder dat ik ook maar een woord zei.
Ik had haar graag nog wat langer bij me gehad, maar ik kon niet egoïstisch zijn.
Ik mocht niet egoïstisch zijn. Niet met Tessa.

June wenkte me dat ik meer naar voren moest komen lopen.
Ik keek nog even naar de afstand tussen Edgar en Jean en Shane, besloot dat het ver genoeg was en deed wat ze zei.

We waren er bijna we moesten nog alleen de bocht hier om en dan zouden we het industrieterrein al kunnen zien.

De meesten van ons grepen hun schilden wat steviger vast en haalden hun wapens te voorschijn.

We liepen al een hele tijd, maar niemand van ons was moe. Eerder gespannen.
De meesten van ons hadden hier liever helemaal niet willen zijn.

Toen de eerste toren in zicht kwam begonnen sommige soldaten wat minder snel te lopen. Ze lieten er van buiten misschien niks van merken, maar ik wist dat ze bang waren.
Edgar en Petrus waren de enige twee die stevig doorstapten. Vastberadenheid en iets kwaadaardigs in hun ogen. Zelfs Aaron en June leken een beetje te twijfelen over onze strategie, maar nu was het te laat. We konden niet meer terug. Het was alles of niets.

Het gebouw kwam dichterbij en dichterbij tot Edgar en Petrus uiteindelijk de eerste stap op het terrein zette.

'Camera's!' Klonk het plotseling achter ons. Ik keek met een ruk om. Eén van de soldaten een paar rijen verderop wees naar een witte camera die de meesten van ons over het hoofd hadden gezien. Hij hing helemaal boven aan een lantaarnpaal.
Ik vloekte. Nerveus gemompel ontstond.

Zoals ik al had verwacht was er behalve een paar metalen containers niet echt veel plek om te schuilen.

'Mensen zonder schild!' Riep ik over mijn schouder. 'Kom naar voren en zoek dekking achter de containers.'
Meteen kwam de menigte in actie. We bewogen ons naar voren over het terrein.
Een rij soldaten die beschikten over een schild liepen voor en gaven ons dekking. De weerwolven zonder schild splitsten op en verscholen zich achter de vier containers op het terrein.

Verder konden we niet veel doen. De jagers zouden eerst naar buiten moeten komen.

'Ik ga hier niet op wachten,' zei Edgar fel. 'Verzamel wat soldaten en stuur ze er heen.'

This Is War (unfinished)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu