De jongen gaf de meest hoge gil die ik een man ooit had horen maken, voor hij de doos in zijn handen op de grond liet vallen en het op een lopen zette.
Ik was hem echter voor.
Ik greep de jongen bij de hals van zijn trui vast trok hem naar mij terug.
'Bespied je ons soms?' Vroeg ik laag en dreigend.
'Nee! Nee! Natuurlijk niet!' Stamelde hij met grote ogen. 'Ik kwam hier toevallig langs.' Hij wees naar de doos die hij op de grond had laten vallen. De doos lag op zijn zij en er waren een paar spijkers en een schroevendraaier uit gevallen.
Hij sprak de waarheid.
Ik vervloekte mijzelf stilletjes. Als het Victoria, Petrus, of nog erger; Edgar, was geweest had ik, evenals Tessa, diep in de nesten gezeten.
Hoe kon ik zo dom en onoplettend zijn geweest?
Ik voelde Tessa haar ene hand op mijn rug. Haar andere hand rustte op mijn arm waar ik de jongen mee vasthield.
'Isaac, het is oké. Dit is Noah. We zijn vrienden.'
Dat stelde me niet echt gerust. Wat als Noah zijn mond voorbij praatte?
Mijn grip verstrakte. De jongen, Noah zijn ogen vlogen nerveus naar Tessa.
'Vertrouw me,' smeekte ze. 'Hij zal niks zeggen. Toch Noah?' Ze keerde zich tot Noah.
Hij knikte heftig. 'Ik zweer het.'
Ik snoof en liet hem los.
Er kwam een metaalachtige geur van hem af. Bloed.
Plotseling herkende ik hem.
Dit was de jongen van in de rechtszaal... Dat zou wel zijn waar de bloedlucht vandaag kwam. Zijn wonden waren nog vers.
Ik was ergens opgelucht dat ik hem niet tegen de muur had aan gesmeten of iets dergelijks.
'Als hij zijn mond voorbij praat laten ze mij in de kelder gooien en wie weet wat ze met jou doen. Dus ik mag hopen dat je gelijk hebt,' zei ik terwijl ik me weer tot Tessa keerde. Ik probeerde de blos op haar wangen en haar lichtjes opgezwollen lippen te negeren. Was ze altijd al zo onweerstaanbaar geweest?
'Dat zou ik nooit doen,' zei Noah meteen beslist. 'Ik ben geen verrader.'
Ik kneep mijn ogen naar hem samen. 'Dat is precies iets wat een verrader zou zeggen, voor hij naar de leiders stapt om iemand te verraden.'
'Doe niet zo belachelijk, Isaac,' zei Tessa. 'Noah deugt voor honderd procent.'
Ik kon mijn wantrouwen niet volledig laten vallen, maar ik probeerde Tessa te vertrouwen. Ze leek er heel zeker van te zijn.
'Prima,' zei ik nors. Dit was iets wat ik van Edgar had meegekregen; losse eindjes waren nooit handig. Je wist maar nooit wanneer iemand besloot zich tegen je te keren.
Het bleef even stil. Er hing een spanning tussen ons drieën. Of eerder tussen mij en Noah.
Ik hield hem onder een intense blik. Ik probeerde te doorgronden hoezeer ik hem kon vertrouwen.
'Dus...' begon Noah langzaam. Zijn mondhoeken trokken een beetje omhoog. 'Hoelang is dit al aan de gang?'
Mijn ogen knepen nog verder samen.
'Noah.' Tessa gaf hem een 'hou alsjeblieft je mond' blik
Hij bracht zijn handen omhoog in overgaven. 'Ik probeer alleen maar de sfeer te verlichten.'
'Je kunt de sfeer verlichten door je om te draaien en weg te lopen,' zei ik kortaf. Het was geen voorstel, maar een bevel. Dit leek Noah echter te ontgaan.
'Weet Edgar dat jullie iets hebben?' Vroeg hij zachtjes.
Meteen voelde ik al mijn argwaan in één klap terugkomen. 'Was dat een bedreiging?' Siste ik. Ik zette een stap naar hem toe. Klaar om hem de kop in te slaan.
'Het was een vraag,' verbeterde hij me snel. Hij deed een stapje achteruit. 'Een ongepaste vraag daarbij, realiseer ik me nu.' Hij gaf Tessa een gespannen blik.
Die wapperde met haar hand als teken dat hij zich geen zorgen moest maken. 'Maak je maar niet druk, Noah. Hij blaft, maar bijt zelden.'
Nu kneep ik mijn ogen samen naar Tessa.
Ze gaf me een brede glimlach, duidelijk niet geïntimideerd.
'Dat kan ik niet geloven,' zei Noah. Hij gaf me een behoedzame blik. Hij was de eerste slaaf hier die me durfde te bekijken op die manier. Alsof ik vuil onder zijn schoenen was.
Ik kon het hem niet kwalijk nemen. In zijn ogen was ik hetzelfde als de andere weerwolven hier.
'Het kan me niks schelen wat jij wel of niet gelooft,' zei ik. 'Maak dat je weg komt.'
Noah bukte zich om de spullen die uit de doos waren gevallen er in terug te gooien.
Tessa hielp hem. Ik hield mijn oren open voor mogelijk nieuwe toeschouwers.
Toen alles er weer in zat tilde Noah de doos weer op. 'Dan zie ik je morgen weer,' zei Noah tegen Tessa. Ze gaf hem een knikje.
Hij zag eruit alsof hij wou vragen of Tessa mee kwam. Blijkbaar vertrouwde hij mij evenmin als ik hem. Uiteindelijk draaide hij zich toch om en slofte hij de hal uit.
'Hij zit hier al zes jaar,' zei Tessa terwijl we hem nakeken.
'Weet ik,' mompelde ik. 'Ik was bij zijn gehoorzitting.'
Tessa sloeg haar armen om zich heen en kauwde peinzend op de binnenkant van haar wang.
'Dit kan niet langer zo,' zei ze. 'Wil je deze mensen dan niet helpen? Jullie vechten voor je vrijheid, maar pakken ondertussen die van -'
'Er is niks wat ik kan doen, Tessa.' Onderbrak ik haar bruut.
Ze rolde met haar ogen. 'Blijf dat jezelf maar wijs maken.'
Het deed me pijn dat Tessa dacht dat ik vrijwillig meedeed aan deze poppenkast.
Ik keek haar aan. 'Over tien dagen trekt het leger, samen met alle mannelijke weerwolven uit naar de jagersbasis in Westway.'
Tessa nam deze nieuwe informatie in zich op. 'Ga jij mee? Edgar?'
'Edgar gaat mee. Hij staat erop dat ik hetzelfde doe.'
Tessa keek me bezorgd aan. 'En hoe precies is dat een slim idee? Zijn de jagers dan niet in het voordeel als jullie daarheen gaan?'
'Ze verwachten ons niet. Dat is ons verrassingselement. Het doel is om de weerwolven die daar opgesloten zitten te bevrijden.'
Tessa had gelijk. Zodra we het verrassingselement kwijt waren zouden we in het nadeel zijn.
De jagers hadden een sterke basis. Onbeperkt wapens en munitie. De kans dat we dat wonnen was klein.
'Kom je wel terug?' Vroeg Tessa verontrust.
Ik negeerde deze vraag, want ik kon er onmogelijk antwoord op geven. 'Ik vertel dit omdat het betekent dat de enige leider hier Victoria zal zijn,' ging ik verder. 'Er blijven in totaal maar zeven bewakers over.' Ik keek haar doordringend aan. 'Aly is bevoegd met ons mee te gaan, maar ik zal proberen haar over te halen te blijven zodat het makkelijker gaat.'
Ze keek me niet begrijpend aan.
'Het is een kans voor jou om te ontsnappen,' zei ik.
Ze zei niks. Ze was minder enthousiast dan ik had verwacht. Of ik overschatte haar wil om te ontsnappen, of er was iets anders aan de hand.
'Ik heb het plan al helemaal uitgewerkt in mijn hoofd,' verzekerde ik haar. 'Morgenavond zal ik je alles in details uitleggen, maar niet hier. Kom naar de toiletten.'
Ze slikte zwaar. 'Morgenavond?'
Ik knikte. 'Alles komt goed. Daar zorg ik wel voor.' Ik gaf haar een kneepje in haar schouder. 'Ik haal je hieruit.'
JE LEEST
This Is War (unfinished)
WerewolfEr vind zich al jaren een oorlog plaats tussen de weerwolven en de jagers. in een poging die oorlog te stoppen, of beter nog; hem te winnen, gaat een kleine roedel op een missie om de burgemeester te ontvoeren. Het plan loopt anders dan gepland...
