Mijn gedachtes werden verstoord door een aantal luide knallen buiten.
Ik kwam overeind uit mijn zit positie in de hoek van de cel en liep naar de tralies.
De wachter die aan het begin van de hal stond deinsde achteruit toen er nog een luide knal klonk.
Hij had zijn wapen getrokken en staarde met een geconcentreerd gezicht naar de deur.
Ze waren hier.
De Omega Pack.
Isaac.
Het zou niet lang meer duren voor ze binnen wisten te komen.
Ik had al eerder een paar geweerschoten gehoord.
Ik baalde ervan. Ik was speciaal hierheen gekomen voor mijn vader. Om ervoor te zorgen dat hij veilig was.
Nu zat ik hier opgesloten. Ik had mijn vader niet eens kunnen waarschuwen.
Bovendien was dit voor mijzelf ook niet echt een handige positie.
De cellen hier waren allemaal leeg. Ik was de enige.
Aan het einde van de hal bevonden zich twee deuren. Eentje leidde, volgens het bordje erboven, naar een nooduitgang.
De ander... Ik had geen idee.
Ik zou er al snel achter komen.
'He!' Riep ik naar de bewaker. De gespannen man schrok zo erg dat hij zijn pistool bijna liet vallen.
Hij keek kwaad naar me om. 'Wat moet je?' Siste hij.
Ik snoof. 'Denk je nou echt dat zo een klein pistooltje je gaat redden wanneer er honderden weerwolven binnen komen stormen?' Ik lachte spottend.
'Wie weet,' zei de man dreigend. Hij liep op mijn cel af. 'Misschien schiet ik jou wel eerst neer.' Hij bleef voor de tralies staan. Wat precies was wat ik wou.
In een snelle onverwachtse beweging greep ik de man zijn arm vast. Met alle kracht die ik had trok ik hem naar me toe. De man zijn gezicht klapte hard tegen de tralies aan. Het pistool gleed uit zijn vingers en kletterde voor mijn voeten op de grond.
De man gaf een ruk aan zijn arm. Hij was sterker als ik dus het lukte me niet om hem vast te blijven houden. Ik ontweek zijn poging om me vast te grijpen, bukte me en pakte het pistool op.
Ik richtte hem op de bewaker.
Ik had genoeg van al deze bullshit. Geen cellen meer. Geen onderdrukking. Het werd tijd dat de dingen gingen zoals ik ze wou. Ik zou mijn vader halen en wel nu.
'Open de deur,' beval ik. Mijn stem had nog nooit zo zelfverzekerd geklonken.
De bewaker had het lef om me spottend aan te kijken. 'Of anders? Ga je me -'
Ik schoot. De kogel raakte de man in zijn schouder. Hij schreeuwde geschrokken en strompelde een paar passen achteruit.
'Mijn god!' Riep hij. Zijn gezicht vertrokken van de pijn. 'Waarom deed je dat!?' Schreeuwde hij kwaad. Hij greep met zijn hand naar zijn schouder, waar het bloed zijn trui begon te doordringen
'Open de deur of de volgende kogel verdwijnt in je hoofd,' zei ik. Ik richtte het wapen op zijn hoofd.
'Oké, oké oké!' Riep de man. Hij greep naar de sleutelbos aan zijn broek. Ik hield het wapen op hem gericht terwijl hij de deur open deed. Toen hij klaar was stapte hij achteruit.
Ik trapte tegen de tralies aan en stapte de cel uit.
Het geluid van geweerschoten en geschreeuw doemde op. Nu wist ik zeker dat ze binnen waren.
Ik keek de bewaker aan. 'Er in,' commandeerde ik.
'Wat?'
'Er in.' Ik knikte naar de cel. 'Nu.'
De man leek te willen protesteren, maar één blik op het wapen en hij bedacht zich.
Ik zorgde ervoor dat er voldoende ruimte tussen ons was toen hij langs me liep.
JE LEEST
This Is War (unfinished)
Hombres LoboEr vind zich al jaren een oorlog plaats tussen de weerwolven en de jagers. in een poging die oorlog te stoppen, of beter nog; hem te winnen, gaat een kleine roedel op een missie om de burgemeester te ontvoeren. Het plan loopt anders dan gepland...
