'Dat is geweldig! Dankjewel! Ja ik zal er zijn.' Klonk de stem van Tessa. 'Dag!'
Tessa hing het mobieltje op.
'En?' Vroeg Jean. Hij pakte het mobieltje van haar terug.
Ik had het eerst niet echt vertrouwd. Ik had gedacht dat Alice belde omdat ze wou kijken of ze Tessa kon bereiken, maar blijkbaar was ze compleet in het duister over Tessa haar vermissing. Wat ik vreemd vond aangezien het op het nieuws was geweest. Ze had oprecht gebeld voor een update over Tessa haar moeder, niets meer.
Als ze er later achter kwam dat Tessa vermist was zou ze echter het mobiele nummer aan de politie geven, dus we moesten ook dit mobieltje zo snel mogelijk vernietigen.
'Ze is niet verder achteruit gegaan,' zei Tessa opgelucht. 'Ze wou laten weten dat ze aanstaande vrijdag een optreden houden met wat mensen in het tehuis. Ze vroeg of ik wou komen.'
Het bleef even stil omdat ze wist dat ze daar niet bij zou kunnen zijn.
Voor het eerst sinds we hadden besloten Tessa mee te nemen, dacht ik aan de gevolgen voor haar.
Ik had tot nu toe nog alleen gedacht aan hoe het mij en mijn pack zou beïnvloeden als ik met lege handen terug kwam. Ik was zo bezig geweest met mijzelf dat ik er niet bij had stil gestaan dat, als ik Tessa mee nam naar waar het ook was waar we heen gingen, ze het er misschien niet levend vanaf zou brengen.
Haar bloed zou aan mijn handen kleven.
Ik staarde peinzend in het vuur.
Ik moest denken aan haar woorden toen we elkaar net hadden gezien.
Mijn moeder was een tijdje met jouw moeder bevriend, had ze gezegd.
Wat zou mijn moeder hebben gezegd als ze wist wat ik aan het doen was?
Mijn moeder was altijd al vredelievend geweest. Een vriendelijke, vergevingsgezinde vrouw. Ze zou nooit goedkeuren wat ik aan het doen was, noch wat Edgar aan het doen was.
Jean stapte uit de auto, gevolgd door Tessa.
Hij gooide het mobieltje in het vuur en plofte daarna neer naast Shane.
Tessa gaf me een klein, onzeker glimlachje om te laten merken dat ze me vergaf.
Ik ging er niet op in omdat ik niet wou dat ze dacht dat ik haar vergiffenis nodig had, maar stiekem vond ik het wel fijn.
Ik was een eikel geweest.
Tessa ging tussen Jean en Aly in zitten. Normaal als iemand die Aly niet kende of mocht naast haar ging zitten, maakte ze altijd een schuine of lichtjes gemene opmerking om de persoon weg te jagen. Ze had in het begin gemeen gedaan tegen Tessa en veel geklaagd, maar het viel me op dat ze nu niks zei. Ze gaf Tessa zelfs een klein glimlachje.
Ik vreesde dat de pack gehecht aan haar begon te raken. Nog erger was dat, ondanks dat ik me er tegen verzette, haar ook leuk vond om in de buurt te hebben.
Ik knarste met mijn kiezen.
Na een aantal minuten besloten Jean en Shane dat ze nar bed gingen. Of beter gezegd de achterbank van de auto. Aly zag er tegenop om in de auto te slapen.
'Dan word ik morgenochtend wakker met kramp in mijn nek,' klaagde ze.
'Wat heb je liever, kramp in je nek of kakkerlakken en spinnen in je haar?'
'Wat ik het liefste heb is een bed,' zei ze voor ze met een norse blik de dekens uit de kofferbak haalde en in de passagiersstoel klom.
Tessa en ik bleven alleen achter. Tessa had ergens een lange tak vandaan gehaald en prikte er afwezig mee in het vuur.
'Moet je ook niet gaan slapen?' Vroeg ik aan haar. 'Ik heb gehoord dat je gisteravond niet veel slaap hebt gehad.'
Tessa zei niks.
Ik leunde terug tegen de boom. Mijn ogen gleden naar de heldere, volle maan boven in de lucht. Ik voelde de kracht van de maan aan me trekken.
Niet op een onprettige manier. Ik had mijn wolf volledig onder controle. De maan gaf me een fijn gevoel. Alsof ik vanavond één was met mijzelf. Een helend gevoel.
'Ik kan het me weer herinneren,' zei ik plotseling. Tessa keek me onduidelijk aan. 'Om de vier zondagen kwam mijn moeder altijd thuis met de meest heerlijke citroentaarten. Ze bewaarde ze altijd als toetje in het bovenste keukenkabinet zodat er niemand bij kon, maar meestal wist één van ons een stukje weg te kapen. Dan werd mijn moeder altijd boos en weigerde ze ons nog wat te geven. Alles ging dan naar mijn ouders en ooms en tantes. ' Ik kon een kleine glimlach niet onderdrukken.
'Toen die man bij het tankstation begon over de geweldige citroentaarten die je moeder vaak maakte, besefte ik me dat ze wel van jou moeder af moesten komen.'
Tessa stopte met het spelen met het kampvuur. Ze gooide de tak weg en keek me aan.
'Hoe was het met zoveel familieleden in één huis?' Vroeg ze nieuwsgierig.
'Druk.' Ik richtte mijn ogen weer op de maan. 'We hadden veel ruzie. Negen van de tien keer wou ik ze wurgen en mezelf opsluiten in mijn slaapkamer. Wat geen zin zou hebben want ik deelde een kamer met Dennis, Louis en Luce. Stuk voor stuk stront vervelend, geloof me. Maar dat is familie...soms wil je ze verstikken met een kussen, maar als het er op aankomt heb je een onvoorwaardelijke liefde voor elkaar.'
Ik voelde me verdrietig dat ik gedwongen was om zo over mijn familie te praten. In de verleden tijd. Ik baalde ervan dat ze hier niet waren om alle grappige dingen die we samen hadden meegemaakt te vertellen. Aan de andere kant was ik dankbaar voor de grappige verhalen. Voor de herinneringen die ik nog van ze had.
'Sorry dat ik je mobiel uit het raam heb gegooid.'
'Sorry dat ik je heb geslagen,' zei Tessa verontschuldigend.
Ik wuifde het weg. 'Ik verdiende het. Het deed bovendien niet zo een pijn.'
Nu keek Tessa me beledigd aan. 'Wat wil je zeggen? Dat ik sla als een meisje?'
'Ik zou zeggen dat dat een compliment is. Ik heb genoeg meisjes zien vechten om dat te bevestigen. Je slaat eerder als een jongen die nog aan de pubertijd moet beginnen. Als je iemand slaat moet je je hele lichaam gebruiken. Niet alleen je arm.'
Tessa stak haar middelvinger naar me op.
Ik lachte.
Ze lachte ook, maar stopte al snel weer.
'Waren jullie van plan mijn vader te vermoorden?' Vroeg ze iets serieuzer.
Ik schudde mijn hoofd. 'Edgar stelde voor dat...' Ik stopte met praten. Misschien was het niet slim om dit aan Tessa te vertellen.
'Voor informatie?' Gokte ze meteen goed.
Ik knikte langzaam.
Ik wist niet zeker wat Edgar met de burgemeester zou hebben gedaan zodra hij alle informatie had die hij wou. De kans dat hij hem zou hebben vermoord was best wel groot.
'Wat denk je dat hij met mij gaat doen?' Vroeg ze nu. Ze keek voorzichtig naar me op vanachter haar lange wimpers.
Dit was de eerste keer dat Tessa oprecht bezorgd klonk over zichzelf. Tot nu toe had ze zich nog alleen maar druk gemaakt om andere mensen. Haar vader. Haar moeder. De arts.
Ik nam haar in me op.
Het licht van het vuur verlichtte haar gezicht.
Haar kastanjebruine haar hing golvend langs haar gezicht, haar groene ogen waren op die van mij gericht en haar mond hing lichtjes open. Wachtend op een antwoord.
Een antwoord dat ik haar niet kon geven. Ik had geen idee wat Edgar zou doen met Tessa.
'Misschien zal hij je gebruiken om de burgemeester over te halen ergens af te spreken,' zei ik. Of hij zou haar vermoorden omdat hij geen nut zag in het houden van de dochter van de burgemeester als ze toch nergens vanaf wist.
Dit antwoord beviel Tessa niet. 'Ik ga nog liever dood,' mompelde ze.
Ik kon haar moed ergens wel bewonderen. Misschien nog meer als het idee dat iemand Tessa zou proberen te vermoorden me niet zo dwars zat.
Ik kon dit niet meer. Ik stond op.
'Maak dat je weg komt,' zei ik.
Tessa keek verward naar me op. 'Wat?'
Ik stapte op haar af en trok haar aan haar arm overeind. 'Je bent vrij om te gaan.'
Nu viel haar mond letterlijk open van verbazing. 'Wat? Waarom?'
'Ik begin te denken dat je helemaal niet vrij wilt zijn,' zei ik. Ik trok mijn wenkbrauw naar haar op.
'Nee, nee, natuurlijk wel, maar...ik begrijp het niet. Hoe zit het met Edgar? Voor wat ik heb begrepen heeft hij nogal een kort lontje.'
'Maak je er maar niet druk om. Hij is mijn oom. Ik regel het wel.' Ik gaf haar een duwtje. 'Vier minuten rechtdoor lopen dan kom je uit op de weg. Het dorp is tien minuten lopen. Klop bij iemand aan en bel dan de politie.'
Tessa bekeek me nog steeds met dezelfde frons. Haar gezicht vertrok naar iets van schrik toen ze iets achter me zag.
'Pas op!' Riep ze. Ze sprong op me af. Voor ik het wist vielen we samen naar de grond.
Een pijl miste mij op een haar na.
Een seconde lang was mijn hoofd compleet leeg. Verward over wat er precies was gebeurd.
Mijn eerste gedachten was; had Tessa Grimes me nou zojuist gered?
Ik sprong onmiddellijk weer overeind.
'Handen omhoog,' klonk het vanuit de bosjes.
Tessa klauterde ook overeind.
Ik gromde.
'Eén beweging en de volgende pijl gaat tussen je ogen.' Klonk de stem opnieuw.
Verdomme.
Ik wenkte Tessa dat ze moest doen wat er werd gezegd. Ik duwde haar een beetje achter me en stak ook mijn handen in de lucht.
'Isaac,' fluisterde Tessa zachtjes.
Ik hoefde niet om te kijken naar Tessa om te zien wat ze bedoelde.
Om ons heen in de bosjes werden we aangestaard door een zes paar opgelichte ogen.
Weerwolven.
De persoon met de pijl en boog stapte uit de bosjes.
Het was een lange, slanke, zwartharige vrouw. Ze hield haar pijl en boog strak op ons gericht. Ik kon meteen ruiken dat ze ook een weerwolf was.
De weerwolven die de zes paar ogen toebehoorden stapte ook uit de schaduw.
Ze waren met zijn zevenen.
We waren in de minderheid.
'Wie zijn jullie?' Vroeg de vrouw met de pijl en boog.
Achter me hoorde ik de portieren van onze auto open vliegen.
Shane, Jean en Aly sprongen naar buiten.
'Niet aanvallen,' riep ik naar ze. Dat zouden we hoe dan ook verliezen.
Ze keken me een paar seconden vol ongeloof aan, maar deden wat ik zei.
'Wat doen jullie op ons terrein?' Vroeg de vrouw nu wat dringender. Ze spande haar pijl verder aan.
Ik ving een vleug van haar lichaamsgeur op. Er hing iets aan vast. Een andere bekene geur.
Edgar.
Dit was de Omega pack.
Ik gromde diep. 'Wat hebben jullie met mijn oom gedaan.'
De vrouw keek me een paar seconden emotieloos aan. Ze liet de woorden tot zich doordringen. Plotseling liet ze haar pijl en boog zakken.
Ze lachte. 'Isaac Baine?'
We lieten onze armen weer zakken.
Ik zei niks. Ik vertrouwde haar niet.
'Je oom zei al dat we je konden verwachten,' zei ze. 'Het spijt me van jullie prachtige villa. Je oom en jij hadden er een mooi tehuis gebouwd voor onze soort. Verdomde jagers, huh?'
Ik knikte instemmend, maar bleef haar argwanend aankijken. Ze hadden geen bewijs dat ze mijn oom vrijwillig hadden. Voor hetzelfde geld kon hij een gevangene zijn.
'Waren jullie erbij?' Vroeg Shane van achter mij. 'Bij de aanval?'
'Pas toen het bijna voorbij was,' zei ze. 'We hebben de jagers weg weten te jagen. Je oom en iets van dertig mensen zijn met ons meegekomen naar onze basis. We hebben ze verzorgd. Eten gegeven. Ze zijn vrij zo lang te blijven als ze willen. Hetzelfde geld voor jullie.'
'Waarom helpen jullie ons?' Vroeg ik achterdochtig.
De vrouw fronste. 'Omdat dat is wat we horen te doen, Isaac,' zei ze. 'Als we elkaar niet helpen doet niemand het.'
'Dus jullie zijn de Omega pack?' Vroeg Aly.
De vrouw lachte weer. 'We zijn een deel van de Omega pack ja. We zijn met vele.'
Toen ik omkeek naar mijn pack zag ik dat ze geen van alle meer in een dreigende houding stonden.
Ze vertrouwde haar.
Ze waren zo verblind door het idee van een veilig thuis dat ze bereid waren alles te geloven.
'Wat onbeschoft. Ik ben helemaal vergeten mezelf voor te stellen,' zei de vrouw plotseling. 'Ik ben June. Ik heb de leiding over de missies. Ik zou jullie namen ook graag willen leren kennen, maar daar is genoeg tijd voor.' Ze wenkte twee van haar mannetjes.
De weerwolven liepen naar de kofferbak van onze auto. Ze pakte onze tassen met wapens.
'Rustig,' zei ze toen we allemaal weldra meteen in de verdediging schoten. 'Ik laat ze het alleen voor jullie dragen. Alle wapens gaan naar het leger. Als we iedereen met een wapen rond laten lopen word het een chaos.'
Dit beviel me met de seconde minder.
'Je oom, Edgar, liet ten oren komen wat jullie missie inhield,' zei June. Ze bekeek Tessa. 'Dat is niet de burgemeester.'
Ik kon horen hoe Tessa haar hartslag wat versnelde.
'Goed gezien,' zei ik droogjes.
June tikte met haar vingers tegen het hout van de pijl en boog aan. Ze bekeek ons nieuwsgierig. 'Je oom was zeer...teleurgesteld, toen hij op het nieuws zag dat je aan het rondrennen was met de dochter van de burgemeester, niet de burgemeester zelf.'
Hij wist het dus al.
'Dat was niet de missie, geloof ik.'
'Ik geloof niet dat het jou wat aan gaat,' zei ik kalm.
'Dat is waar,' antwoordde ze met een klein glimlach op haar gezicht. 'Ik zal je naar je oom brengen. We zijn allemaal vast reuze benieuwd naar wat hij te zeggen heeft.'
Ze wenkte dat we haar moesten volgen.
'Ze gaat niet mee,' zei ik.
June keek om. 'Pardon?' Haar ogen vlogen van mij, naar Tessa en weer terug. 'Dat lijkt me niet zo een slim idee.'
'We hebben niks aan haar. Ze blijft hier.'
'De dochter van de burgemeester is altijd beter dan niks, maar als jij het zegt.' June haalde haar schouders op. 'Aan de andere kant. Als we niks aan haar hebben kunnen we er net zo goed nu een eind aan maken,' zei June. Ze richtte haar pijl en boog weer omhoog. Recht op Tessa haar hoofd. 'Ik hou niet zo van losse eindjes.'
Tessa haar ogen werden groot.
'Ik heb me bedacht. Edgar zou willen dat ik haar meenam,' zei ik vlug.
Ik moest dit heel voorzichtig aan pakken.
Ik mocht ze niet laten weten dat het me iets kon schelen wat er met Tessa gebeurde. Dat zou nooit goed aflopen.
June was het hier blijkbaar mee eens want ze liet de pijl en boog weer zakken. 'Dat is dan geregeld. Volg mij.'
Tessa en ik gaven elkaar een korte blik. We dachten precies hetzelfde.
Shit.
JE LEEST
This Is War (unfinished)
WerewolfEr vind zich al jaren een oorlog plaats tussen de weerwolven en de jagers. in een poging die oorlog te stoppen, of beter nog; hem te winnen, gaat een kleine roedel op een missie om de burgemeester te ontvoeren. Het plan loopt anders dan gepland...
