Vuur.
Ik ga met een schok rechtop zitten. Ik adem zwaar. Te zwaar. Veel te zwaar. Er komt iemand aan rennen. Een vrouw. "Rustig! Rustig!" De vrouw schreeuwt het zo paniekerig dat het totaal geen effect heeft. Ze duwt me voorzichtig naar beneden zodat ik weer lig. Mijn adem wordt langzaam rustiger. "Rustig maar.." zegt de vrouw. Ik kijk naar haar. Ze heeft mooi, lang, heel donker haar, bijna zwart, maar net niet helemaal. Nu is de vrouw niet meer paniekerig, maar juist erg rustig. Ik kijk om me heen en zie dat ik in het ziekenhuis ben. Ik denk terug waarom ik hier ook al weer ben. Oh ja, de kogel. Ik kijk naar mijn been, die nu verbonden is. Ik zit nog steeds onder de krassen. "Hoi, ik ben Jorieke." zegt de vrouw. "Je bent in het ziekenhuis, je bent beschoten. De kogel is al uit je been. Het is gelukkig geen langdurig letsel. Je moet één week op krukken lopen en daarna een weekje rustig aan doen." Daarmee beantwoordt ze bijna al mijn vragen voordat ik ze gesteld heb. Ik stel de enige overige vraag die ik nog heb. "Hoe lang lig ik hier al?" "Twee dagen." Wow, dat is echt lang. "Twee dagen?" zeg ik verbaasd. Jorieke knikt. "Ik ga je krukken halen. Ik ga er van uit dat je je vrienden wel weer wilt zien." Ik knik en Jorieke loopt weg. Terwijl Jorieke weg is vraag ik me af hoe ik in de slaapkamer moet komen. Ik bedoel, op krukken de trap op gaat niet echt goed. Ik heb het al een keer eerder geprobeerd en toen ben ik bij de eerste trede naar beneden gevallen. Niet echt een succes dus. Jorieke komt aan met een paar krukken. Ze staan meteen op de goede hoogte en ik kan dus meteen doorlopen. Als ik bij de deur ben draai ik me om. "Bedankt voor alles." zeg ik tegen Jorieke. "Geen probleem" zegt ze met een glimlach. Ze draait zich om en loopt naar de deur achter in de ruimte. Pas nu valt het me op dat Suzan er niet meer is. Net voordat ik wil vragen waar Suzan is, bedenk ik me dat ik haar niet hoor te kennen. Ik hoor niet eens te weten dat deze plek bestaat. Dus loop ik door de deur, die ik lomp achter me dicht trek terwijl ik tegen de muur leun. Ik loop door de gang naar de trap. Oh, verrek. We zijn natuurlijk in de kelder. Ik kijk om me heen in de hoop een lift te zien, maar die is er niet. Dus ik loop naar de rechterkant van de trap. Ik ben geraakt in mijn rechter been. Ik pak beide krukken in mijn linkerhand en hou met mijn rechterhand de trapleuning stevig vast. Op deze manier hinkel ik de trap op. Het gaat echt heel erg langzaam, maar ik val in ieder geval niet. Gelukkig is het geen lange trap.
Ik kom boven en zie niemand behalve de vrouw die ik eerder geholpen heb. Ik ga aan de tafel zitten die van ons team is. Mijn krukken zet ik onhandig tegen het bankje aan. De vrouw komt naar me toe. "Wil je wat eten? Je zal wel hongerig zijn." Ik knik. "Ja graag." De vrouw draait zich om en loopt naar de keuken. Ik denk terug aan wat ik allemaal 'gedroomd' heb. Ik weet niet of je het eigenlijk wel dromen kunt noemen. Het waren meer herinneringen. Herinneringen over mezelf, maar ze stonden heel ver weg. Alsof ik het niet was, maar iemand anders. Maar ik was het wel, want de mensen die het meisje aanspraken noemden haar Evelien Wassenaar. Ik denk aan de eerste herinnering. Het kleine meisje in het kasteel. Haar ouders, mijn ouders, hadden ruzie. Waarover? De tweede herinnering. Mijn moeder die huilde, mijn vader overleden. Maar mijn moeder.. Ze keek zo emotieloos. Niet als iemand die een dierbare is verloren. De derde herinnering. Het voetballen. En toen de man. De achtervolging. Er is iets met die man. Hij kwam me zo bekend voor. Ik moet hem eerder gezien hebben. Het moet. De vierde herinnering. De vrouw. Deze herinnering is misschien nog wel het meest eng van allemaal. De vrouw... Wat bedoelde ze? Dat ik dood moest? Of dat ik in gevaar was? En dan haar executie. Of nou ja, ik ga er van uit dat dat het was. De mannen. De mannen! Het was dezelfde man als in de achtervolging, samen met nog een andere man. De laatste herinnering. De man die me vast greep, het was dezelfde als die die de vrouw weg trok. De groep mensen die er stond. Ik probeer me de groep te herinneren. Als ik heel hard terugdenk, zie ik dezelfde man als in de achtervolging. Het is een groep mensen, ze horen bij elkaar. Alle herinneringen hebben wat met elkaar te maken. Mijn vader, de mannen, de aanwijzing van de vrouw, de oorlog, Janice, Suzan, Julius, de camera's, Gran Alcance. Alles hoort bij elkaar. Langzaam beginnen de puzzelstukjes in elkaar te passen. Er is één ding dat ik niet begrijp. Waarom kwam Marion aan het einde voor? Het was maar een heel kort beeld. Een flits van haar gezicht en toen was het beeld weer weg. Vreemd.
De vrouw van de kantine zet een bordje op tafel. Op het bordje ligt een sandwich met kaas, tomaat en sla. Lekker. Ook heeft ze een kopje thee gezet. Ik kijk haar aan. "Bedankt." zeg ik. "Geen probleem.", zegt ze, "Zal ik anders bij je komen zitten? Anders zit je zo alleen." "Ja, gezellig." zeg ik. "Weet u misschien hoe laat het is?" De vrouw komt naast me op het bankje zitten. "Zeg maar je, hoor. En het is tien uur 's ochtends." Hè verdorie, weer het vraagteken gemist. "Ik heet trouwens Janneke. Jij bent Evy toch?" Ik knik, terwijl ik de eerste hap van mijn broodje neem. "Hoe bevalt het je hier?" vraagt Janneke, in een poging het gesprek aan te knopen. "Het is irritant dat ik nog vaak de slechtste ben met de trainingen. Maar de mensen hier zijn erg aardig." Ik glimlach even voor ik er aan toevoeg: "En het eten is lekker." Ik neem nog een hap van het broodje. Janneke lacht. "Je hoeft niet te slijmen hoor, dit is zo ongeveer de eerste keer dat ik mijn best heb gedaan." Ik lach ook. "Laat de eerste keer niet meteen de laatste keer zijn. Dit is echt lekker." Ik eet mijn broodje op en begin aan de thee terwijl Janneke een heel verhaal vertelt over de keuken en het eten en alles wat daarbij hoort. Ik luister maar half en probeer de puzzel die nu langzaam in elkaar begint te passen af te maken. Janneke is bijna klaar met haar verhaal, als ze op haar horloge kijkt en ziet dat ze laat is. "Oh. Sorry. Ik moet nu echt gaan. Over een half uur moet alle lunch klaar zijn. Doei doei!" Janneke praat ineens heel snel. Ze staat op. "Doei" zeg ik met een glimlach en Janneke loopt snel in de richting van de keuken.
Na een half uur te hebben zitten peinzen over de stomme puzzel die net niet in elkaar past, zie ik de jongens de deur uit komen. Jeffrey loopt voorop met David, de andere jongens lopen er achter. Jeffrey en David zien me en er verschijnt een lach op hun gezicht. Ze lopen mijn kant op. Als ze er bijna zijn probeer ik op te staan, wat lomp gaat. Mijn verkeerde been ligt op het bankje en ik sta op één been, maar ik sta wel. David komt eerst naar me toe en geeft me een knuffel. "Doe me een plezier," zegt hij, "en wordt nooit meer beschoten." Ik lach. "Ik zal mijn best doen." Hij komt naast me zitten en pakt een broodje van de stapel die Janneke tien minuten geleden heeft neergezet. Dan komt Jeffrey naar me toe. Ik omhels hem. Hij geeft me snel een kus. Ik glimlach. "Ben je oké?" vraag ik, bezorgd om hem. Hij heeft me wel gedragen en is beschoten. Jeffrey haalt zijn wenkbrauwen op. "Jij loopt op krukken, en je vraagt mij of ik oké ben?" Ik knik met een glimlach op mijn gezicht. "Hoe lang loop je nog op krukken?" vraagt hij terwijl hij aan de andere kant naast me gaat zitten. De andere jongens zitten al. "Één week op krukken en dan een week rustig aan en dan zegt Jorieke dat het over moet zijn. Het valt dus mee." "Gelukkig maar." zegt David. "Wie is Jorieke?" voegt hij er na een korte stilte aan toe. "Jorieke is de vrouw van de ziekenboeg." antwoord ik. "Wat was dat voor krachtveld ineens?" vraag ik aan niemand in het algemeen. Één van de jongens zal het toch wel weten? Toch? Maar het blijft stil. Te lang stil. "Weet niemand dat?" Uit het niets trekt Alex zijn mond open. "Dat is het krachtveld dat ons beschermt. Of beschermde. Het stond eerst op een diameter van een kilometer, nu op een diameter van een halve kilometer. En het is sterker." "Stond die daar al die tijd al?" De vraag komt mijn mond uit voordat ik er goed over nagedacht heb. "Ja, natuurlijk. Ben je nou echt zo naïef dat je dacht dat Gran Alcance niet eerst de kampen met soldaten zou bombarderen?" Ik blijf even stil. Natuurlijk. Dat is logisch. "Waarom zetten ze niet zo'n krachtveld over heel Nederland?" vraag ik. "Daar hebben we niet genoeg energie voor, dombo. Zo'n krachtveld gebruikt heel veel energie." "Maar kunnen we die energie niet opwekken dan?" "Nee, het kan niet." "Maar..." "Nee." Ik besluit er maar niet meer over door te gaan. "Hoe is Gran Alcance binnen gekomen?" "Geen idee. Misschien op dezelfde manier als wij binnen komen." Voor de eerste keer is Alex niet chagrijnig, maar lijkt hij interesse te tonen. "Hoe dan ook, nu zijn we veilig. We kunnen alleen het bos niet meer in." Dus ik ben voor niets het bos in gegaan om die camera's te slopen en loop nu voor niets rond met overal krassen. "Hoe weet je dat allemaal?" vraag ik aan Alex. "Gewoon." En Alex is weer de chagrijnige Alex die ik hiervoor kende.
JE LEEST
On fire (voltooid)
ActionEvelien is getuige van het feit dat de Derde Wereldoorlog begonnen is. Ze ziet een gebouw in de brand vliegen en redt een grote groep mensen uit het gebouw. Haar heldendaad zorgt ervoor dat ze geselecteerd wordt om het leger in te gaan. Ondanks prot...
