Het vuur komt dichterbij. De deur lijkt verder weg. De vrouw kruipt langzaam. Ze huilt. Nee. Het lukt me niet. We gaan het niet halen. De lucht wordt dichter. Ik sta op en sla de vrouw over mijn rug. Het vuur komt dichterbij. Ik krijg geen adem. Ik ren weg. De deur lijkt verder weg. Ik zie bijna niets. Het vuur. De deur. Geen lucht. Ik val. De vrouw valt. Een luide snik. De vrouw. Nee. Nee.
Met een gil word ik wakker. Snel sla ik een hand voor mijn mond. Ik kijk om me heen en kijk of een van de jongens misschien wakker is geworden. Het moet rond middernacht zijn. Ik ga rechtop zitten en leun tegen de muur. Ik hijg en neem diep adem. Dan zie ik dat er toch iemand wakker is geworden. Jeffrey. Hij loopt mijn kant op, met een bezorgde blik op zijn gezicht. "Wat is er?" vraagt hij fluisterend. Ik neem nog een paar keer diep adem. "Nachtmerrie." fluister ik terug. Onhandig klimt hij op mijn bed. Ik glimlach door de tranen in mijn ogen -die ik probeer weg te krijgen- heen. Jeffrey komt naast me liggen. Gelukkig is het bed groot. Jeffrey slaat zijn arm om me heen. Een veilig gevoel gaat door me heen. Langzaam gaat de pijn van het brandende gebouw weg. Ik sluit mijn ogen en kruip dichter tegen Jeffrey aan. Mijn hart gaat als een malle tekeer. Ik glimlach en sluit mijn ogen. De tranen verlaten mijn ogen en ik val in slaap met een veilig, vredig gevoel.
Als ik wakker word, is Jeffrey al weer weg. Ik ben al wakker, maar blijf met de deken over me heen in bed liggen. Een hand komt op mijn schouder. Ik draai me om en kijk naar David. "Hey, jij ook al wakker?" Hij had blijkbaar al gezien dat ik wakker was. Ik moet wel wat subtieler leren te zijn. "Jup." Ik ga rechtop zitten, gaap en strek me uit. Dan klim ik uit bed. Tot mijn grote verbazing zie ik dat ik één van de eersten ben die wakker is. Ik leer het wel, dat vroege opstaan. Snel kleed ik me om en loop naar de badkamer. Ik kijk in de spiegel, was mijn gezicht, ga met mijn hand door mijn haar en besluit dat het prima is. Mijn haar begint al te groeien en ik ben van plan het te laten groeien. Ik wil mijn lange haar eigenlijk wel weer terug. Ik loop de badkamer uit. Ik ben de eerste die klaar is en kijk even op het rooster. Dan besef ik dat ik niets aan het rooster heb als ik toch niet weet welke dag het is. Ik draai me om. "Welke dag is het eigenlijk?" vraag ik aan niemand in het algemeen. John geeft antwoord. "Maandag." Ik kijk op het rooster. 7:30 - ontbijt. 7:40 - conditie. 11:00 - snelheid. Dat hebben we nog niet eerder gehad. Maar ik ben eigenlijk wel blij dat we het hebben, ik wil de jongens binnenkort wel bij kunnen houden. Ik herinner me de afspraak met mezelf om meer te trainen. Tot nu toe is er nog niets van gekomen. Ik lees verder. 12:00 - lunch. 12:30 - drie streepjes. Oké, misschien ga ik dan nog even trainen. 14:00 - schieten. 16:00 - drie streepjes. 17:30 - avondeten. Bij 18:30 staat een groot vraagteken. Voordat ik er zelf erg in heb stel ik de vraag al. "Waar slaat dat nou weer op?" "Waar slaat wat nou weer op?" vraagt Daniel met gefronste wenkbrauwen. "Dat vraagteken." Daniel glimlacht. "We weten niet wat we dan hebben. Het is een verassing. Meestal is het wel iets leuks, als zwemmen of boogschieten." Ik vraag me af wat je aan boogschieten hebt in een oorlog, maar ik vraag niets. Daniel kijkt op zijn horloge. "Ontbijt over vijf minuten. Ga je mee?" Ik knik en loop achter hem aan de gang op. Door de gang, de trap af, nog een trap af, nog een trap af. Dan zijn we beneden. Er zijn al een paar teams aan het eten, teams uit 500 en 400 zo te zien. De rillingen lopen over mijn rug als ik kijk naar de vijftienjarigen, ondanks dat ik zelf maar een jaar ouder ben, vind ik het vreselijk dat zij nu al moeten vechten. Of nou ja, waarschijnlijk hebben ze er zelf voor gekozen. Maar toch. Vijftien. Ik loop achter Daniel aan naar onze tafel en pak een broodje met kaas. Ik begin met eten. "Waarom ben je hier?" vraagt hij ineens. Ik eet de hap brood in mijn mond op en zeg: "Dat heb ik je al verteld." Hij knikt. "Ja dat weet ik, maar ik bedoel, waarom zit je in ons team? Je bent veel te jong." Ik schud mijn hoofd, bijna onzichtbaar. Die vraag heeft al zo lang in mijn hoofd gezeten. Nog steeds heb ik er geen antwoord op. "Ik weet het niet." zeg ik, nog steeds zachtjes met mijn hoofd schuddend. David, Sam, John en Matthijs komen met veel lawaai aan tafel zitten. Ik glimlach, wat zijn het toch ook idioten.
Op een gegeven moment is het tijd voor conditietraining. De conditietraining gaat in een waas voorbij. Ik loop achteraan, niets nieuws, we joggen een paar uur lang en dan is het alweer over. Dan is het tijd voor snelheidstraining. We komen aan op een grasveld, waar de trainer al met zijn norse hoofd op ons staat te wachten. "Nou groentje, dit onderdeel ken je nog niet." Ik kijk hem aan. 'Meen je dat?' wil ik sarcastisch vragen, maar ik doe het niet. Hij laat zijn horloge zien. Ik kijk naar het horloge. Leuk, een horloge, en nu? Dan drukt hij op een knopje. Een hologram verschijnt. Ik sta met grote ogen te kijken. Zoiets heb ik nog nooit gezien. "Jaja, dat is ook nieuw." De trainer kijkt me grijnzend aan. Hij drukt op een ander knopje en het hologram, dat eerst eigenlijk nergens op leek, verandert in een lijst met de namen van ons team. Er staat een aantal seconden achter. Alex staat boven aan, met een tijd van 11.23 seconden. Jemig, dat gaat me nooit lukken. Ik kijk wie onderaan staat. Ik, natuurlijk, met drie streepjes die zeggen dat ik nog geen tijd heb. Boven mij staat Guus, met 15,02 seconden. Dat is ook al veel te snel voor mij. Ach ja, oefening baart kunst. Toch?
Na de training staat het zweet op mijn voorhoofd. Ik heb zo hard gerend als ik kon. Aan het begin ging het vreselijk, maar de trainer hielp met verschillende ademhalingstechnieken en dat soort dingen. Dat zorgde ervoor dat ik aan het einde van de training 16,01 seconde haalde. Hopelijk kom ik ooit af van die stomme tiende plek in de lijst. Druk kletsend maar zwaar ademend loop ik naar onze tafel voor de lunch. Ik ben net bezig met mijn broodje als ik een hand op mijn schouder voel. Ik draai me om en kijk recht in Janice's enge ogen. Ik deins een stukje naar achter. "Kan ik je even lenen?" vraagt ze. Ik kijk naar de jongens, die op hun beurt allemaal met grote ogen naar Janice kijken. Zonder antwoord te geven sta ik op. Ik loop achter haar aan en laat de jongens in stilte achter.
Janice loopt in de richting van de kelder. We lopen de trap af en ik kijk om me heen. Waar zullen we heen gaan? Janice loopt naar de ziekenboeg, met mij op haar hielen. Ze opent de deur en stapt de ruimte in. Ze kijkt naar alle hoeken van de ruimte. Ik denk dat ze checkt op camera's. Ze kijkt de kamer rond. Er liggen twee mensen. Één jongen van negentien die ik niet ken en Suzan. Ze slapen allebei en Janice besluit haar verhaal te beginnen. Ze praat snel maar zacht. "Dit is de enige ruimte zonder camera's. Ik moet je iets vertellen. Ik mag het eigenlijk niet vertellen en jij mag er met niemand over praten. Het gaat om jou. Je bent belangrijk in deze oorlog. Je moet jezelf in de hand houden. Je mag niet dood. Bij de volgende aanval ga je mee, maar zorg ervoor dat je niet dood gaat. Je bent belangrijk, Evelien." Met grote ogen kijk ik haar aan. Mijn mond valt open. Waar slaat dit op? Ik? Belangrijk? Ja hoor, nog even. Ik moet mezelf in de hand houden? Wat bedoelt ze? Dat ik niet nog een keer een brandend gebouw in moet gaan? In dat geval kan ik haar blij maken, dat was niet mijn plan. Dan pas dringt het tot me door dat ze me Evelien noemde. Die naam hoort ze niet te weten. "Wacht, wat? Waar heb je het over? Waar slaat dit op? Hoe weet je hoe ik heet?" Ik fluister op een dreigende toon. "Geen vragen. Kop dicht en naar boven." Janice is zo zelfverzekerd en zo standvast, dat ik besluit niets te zeggen en weg te gaan. Ik sta op en loop naar buiten. Dit is beduidend het vreemdste gesprek dat ik ooit heb gehad.
JE LEEST
On fire (voltooid)
AcciónEvelien is getuige van het feit dat de Derde Wereldoorlog begonnen is. Ze ziet een gebouw in de brand vliegen en redt een grote groep mensen uit het gebouw. Haar heldendaad zorgt ervoor dat ze geselecteerd wordt om het leger in te gaan. Ondanks prot...
