Hoofdstuk 19

467 27 3
                                        

Met bloedende, maar schone krassen en Jeffrey's shirt aan val ik in slaap. Zonder nare dromen kom ik de nacht door en 's morgens word ik uit mezelf wakker. Alleen David is al wakker. Hij zit rechtop in zijn bed, het bed naast het mijne. "Goedemorgen David" zeg ik vrolijk, terwijl ik me uitstrek. "Goedemorgen" zegt hij. Ik pak de kleding die over de rand van het bed hangt, Suzans zwarte joggingbroek, Suzans shirt (het mijne is vies) en mijn zwarte jas. "Komt de was binnenkort weer?" vraag ik hoopvol aan David. De was zal toch wel meer dan één keer per week gedaan worden? David knikt. "Ja, hij komt op dinsdag, vrijdag en zondag." Gelukkig maar. Ik trek Suzans shirt en mijn jas aan, en spring dan van het bed om Suzans broek aan te doen. Het landen doet zeer aan de diepe krassen. De kleinere krassen voel ik amper nog. Alle krassen hebben nu gelukkig een korstje. Ik trek mijn sokken en schoenen aan en loop de badkamer in. Ik zie de kras aan de zijkant van mijn hoofd en die op mijn voorhoofd. Ook de paar krassen op mijn buik zijn zichtbaar. Ik ben echt lomp. Ik was het uitgeveegde bloed van mijn gezicht en buik. Dan ga ik met mijn hand door mijn haar zodat het een beetje oké zit. Sinds ik kort haar heb, heb ik in ieder geval geen klitten. Ik loop de badkamer weer uit. In de slaapkamer zijn de meeste jongens nu wel wakker. Ik klim weer op mijn bed om de vieze kleding te wassen, als ik merk dat mijn bed vol bloed zit. Het bloed uit de krassen. "Uhm.. David.." David kijkt mijn kant op, met een vragende blik. "Maken ze dit," ik wijs naar de bloedvlekken in mijn matras, "ook schoon?" David kijkt me verbaasd aan. "Wat heb jij gedaan?" "Gister moest ik in alle bomen klimmen, en dat moest snel, dus ja.." "Lekker bezig" zegt hij sarcastisch. "Maar ja, als je je dekbedovertrek en zo even op het stapeltje legt, denk ik van wel." "Mooi zo." Ik gooi al mijn kleding, de deken en mijn kussen van het bed af. Guus, met wie ik het stapelbed deel, krijgt mijn kussen op zijn hoofd. Ik lach als ik Guus' hoofd onder het bed vandaan zie steken. "Wil je een aanval plegen of zo?" vraagt hij met een glimlach op zijn gezicht. "Zeker wel" zeg ik lachend. David zit lachend op zijn bed. "Misschien moet ik je nu maar gaan melden dat kussens niet echt als wapen beschouwd kunnen worden." Ik heb natuurlijk ook een keer een kussen naar Davids hoofd gegooid. Ik lach. "Oooh, is dat zo? Ik dacht al: 'waarom doet het nooit iemand pijn?'." David lacht weer en ik begin onhandig het hoeslaken van mijn matras te halen. Het ene puntje is los, waarna de anderen makkelijk gaan. Ik klim van mijn bed af en vis mijn deken van de grond. Ik haal het dekbedovertrek eraf. Hetzelfde doe ik bij mijn kussen. De binnenkant van het kussen en de deken gooi ik op de ene hoek van mijn bed. De overtrekken vouw ik op en leg ik op het stapeltje. Mijn kleding vouw ik ook op en leg ik erbij op het stapeltje, dat nu vrij groot is. Ik ben erachter gekomen dat bijna overal bloedplekken zitten en dat er gaten in mijn broek zitten. Ach ja, misschien is dat tweede juist wel modieus. Ik ben net klaar als Sam aankondigt dat we naar het ontbijt moeten gaan. Samen met David loop ik naar beneden, waar dezelfde vrouw als gisteren net wegloopt. Voordat ze de deur naar de keuken inloopt glimlacht ze even naar me, wat me een goed gevoel geeft.

Vandaag hebben we een half uur om te ontbijten, wat nog best lang is, aangezien we soms maar tien minuten hebben. Ik eet wat yoghurt met banaan en drink een glas water. Verder heb ik geen honger. We hebben nog twintig minuten voor we bij de training moeten zijn. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik nu alleen met Sam, David en Daniel aan tafel zit. De rest is nog boven. Ik besluit een gesprek aan te knopen, de vorige tien minuten is het namelijk volkomen stil geweest. "Dus, wat hebben jullie gisteravond gedaan?" Daarmee schiet ik meteen raak. De jongens beginnen namelijk vrolijk door elkaar te kletsen, waardoor ik het niet meer verstaan. Ik lach. "Één tegelijk alsjeblieft." De jongens zijn even stil, maar dan begint Daniel te vertellen. "Je had dus een wapen, je mocht zelf kiezen welke. Er stonden allemaal schietschijven aan de andere kant van het veld. Dus eerst moesten we oefenen met dat wapen en toen later mochten we ook op de schietschijven. We waren in twee teams en de schietschijven bewogen. Elke keer dat er in de roos geschoten werd ontplofte die schietschijf." Daniel praat heel snel. Ik glimlach terwijl hij praat. Zo praatte ik ook altijd, voordat ik hier kwam. Dan begint Sam. "Ik zat in team 1 en we hebben gewonnen." Daar is David het niet mee eens. "Niet waar! Team 2 heeft gewonnen." "Team 1 heeft de meeste schietschijven kapot geschoten." "Team 2 heeft de meeste schietschijven geraakt." "Niet waar." "Wel waar." Als Daniel zich er ook nog mee gaat bemoeien komt er al helemaal een groot lawaai. Ik schiet in de lach. Dan zie ik dat Jeffrey en de andere jongens aan komen lopen. Als Jeffrey bij onze tafel is, vraag ik: "Heeft team 1 of team 2 gewonnen?" Daniel, David en Sam zijn even stil, terwijl ze wachten op Jeffrey's oordeel. "Team 2 natuurlijk" zegt Jeffrey, terwijl hij naast David gaat zitten. "Nee, team 1 heeft gewonnen." zegt Guus. De discussie begint weer. En ik zit maar te zitten, te luisteren naar de debiele discussie die de jongens voeren, met een glimlach op mijn gezicht. Ik pak nog een glaasje water. Als het op is zegt Daniel "tijd om te gaan." Ik kan het horen, omdat ik naast hem zit, maar de rest van de jongens maken te veel lawaai. "Tijd om te gaan." herhaalt Daniel, die duidelijk geen zin heeft om de schreeuwen. "We moeten gaan." zeg ik, om Daniel te helpen. Nog steeds geen reactie. "We moeten gaan!" schreeuw ik boven de groep uit. Dan sta ik op en loop ik in de richting van het trainingsveld. De jongens volgen me gelukkig. Daniel komt naast me lopen. "Dank je." zegt hij lachend.

De trainer staat alweer klaar. Zijn hoofd staat weer eens op onweer. "Waar was je gisteren?" vraagt hij. "In het bos." antwoord ik. Hij kijkt me onderzoekend aan. "Misschien moeten we een keer wat doen aan je klim-vaardigheid." Hij kijkt naar de krassen op mijn armen. "Zou handig zijn." antwoord ik. De andere jongens komen aan en rennen zonder überhaupt naar de trainer te kijken hun normale route. Ik ren met ze mee. Deze keer kan ik ze nog aardig bijhouden, tot mijn benen zeer beginnen te doen. De krassen beginnen te steken en ik zie dat er eentje weer open ligt. Lekker dan. Dus ik loop iets van vijf meter achter de jongens aan. Jeffrey besluit op een gegeven moment om naast me te komen lopen. Om zijn arm zit nog steeds het verband van het schot in zijn arm. "Gaat het?" vraagt hij bezorgd. Ik knik, in de wetenschap dat praten te veel energie zal kosten. "Je been bloedt weer." Ik knik weer. We richten ons weer op het lopen. We rennen net langs het bos als ik David hoor schreeuwen. "Shit!" Alle blikken van de jongens keren richting het bos. Ik kijk dezelfde kant op. Shit, shit, shit. Ik zie soldaten met geweren op ons gericht. "REN!" schreeuwt Jeffrey, en dat is het enige wat we nu kunnen doen. Zonder wapens, zonder bescherming. De jongens zetten het op een lopen, op een tempo dat ik niet bij kan houden. Zo hard als ik kan ren ik achter Jeffrey aan, maar hij loopt al gauw een paar meter voor me. De geweerschoten beginnen en de kogels vliegen door de lucht. Een kogel raakt me bijna en ik gil. Jeffrey kijkt om, mindert vaart en grijpt mijn arm. "Wat doe je? Ren!" schreeuw ik naar hem. Maar hij negeert het en rent door. Ik ren met hem mee, maar struikel af en toe. Nog een kogel zoeft langs mijn hoofd. Ik buk, in de hoop dat de kogels me zo minder gemakkelijk kunnen raken. Een kogel raakt me bijna in mijn been. Ik ren een stukje verder maar een nieuwe kogel komt op me af. Als we bijna buiten het bereik van de schutters zijn, raakt de kogel me in mijn been. Een scherpe pijn steekt door mijn been. In een fractie van een seconde lig ik op de grond. Direct draait Jeffrey zich om. "Ren!" schreeuw ik. "Ik red me wel!" Jeffrey grijpt mijn hand en trekt me omhoog. "No way. Meekomen." "Nee ren!" Een nieuwe kogel zoeft langs onze hoofden en ik besluit toch maar mee te gaan. Ik sta op één been en spring op Jeffrey's rug. Nog een kogel die veel te dicht bij komt. Jeffrey rent zo hard mogelijk weg, nog steeds snel, maar enigszins beperkt door mijn gewicht. Met mijn ene arm hou ik me zo stevig mogelijk vast, terwijl ik mijn hand op de wond gedrukt houd. Het doet zo veel pijn dat de tranen in mijn ogen staan, maar ik heb liever dat dan dat het bloed er uit sijpelt. Nog een kogel zoeft langs ons. Ik span al mijn spieren aan en voel dat Jeffrey hetzelfde doet. Een kogel raakt Jeffrey bijna in zijn been, maar hij springt net op tijd weg. Ik hou me steviger vast en kruip wat verder ineen, in de hoop dat de kans kleiner is dat ik geraakt wordt. En dat is zo, want op het moment dat ik het doe zoeft er een kogel langs mijn hoofd. Ik hoor nog een knal, maar ik zie geen kogel. Ik kijk achterom. Ik hoor nog een knal en zie een kogel onze kant op komen. Ik wil me wegdraaien, maar het gaat niet. Vijf meter voordat de kogel ons raakt, stopt hij met vliegen en valt hij op de grond. Alsof hij tegen een muur aan geknald is. Jeffrey rent nog steeds door. "Jeffrey." zeg ik. "We zijn veilig." Jeffrey's ren gaat over in joggen en dan stopt hij. Ik spring van zijn rug af en balanceer op één been. Jeffrey draait zich om. Ik omhels hem. Hij heeft me gered. Ik hou hem steviger vast. We hadden dood kunnen zijn. Ik had dood kunnen zijn. Maar we leven nog, ik leef nog. Ik kijk weer achterom. Ik hoor nog een knal. "Kijk." Ik wijs in de richting van de doorzichtige muur. De kogel gaat onze kant op, maar tien meter voordat hij ons zou raken, valt hij op de grond. Ik kijk ongelovig naar de kogel. "Een krachtveld.." fluistert Jeffrey. Ik laat mezelf op de grond vallen, moe van alles. Dan herinner ik me mijn wond. En dat ik hem niet meer vast houd. Ik kijk naar beneden en zie mijn been, vol bloed. Een stekende pijn. Heel veel pijn. Tranen stromen over mijn wangen, maar ik maak er geen geluid bij. En dan wordt alles zwart.

On fire (voltooid)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu