Deel 52

28 4 0
                                        

Ps : ik vind dit te akward om te schrijven wetend dat jullie dit lezen 🥺🤢😩

Onze bagage wordt bij aankomst op het vliegveld meteen meegenomen door medewerkers. Met z'n vieren lopen we richting de douane.

Rasmina is druk bezig selfies te maken op haar telefoon. Adil typt snel berichten en kijkt nauwelijks op.

Ik kijk naar Yassir. Hij loopt stil voor zich uit te staren, alsof hij ergens anders met zijn gedachten zit.

'Daar gaan we dan... Nederland, kikkerland,' zeg ik terwijl ik hem een kleine duw tegen zijn zij geef.

Yassir haalt zijn schouders op. 'Ja... daar gaan we. Met Imrane nog wel.'

Ik zucht diep. 'Ja... Imrane.'

Adil kijkt meteen op van zijn telefoon. 'Wat is er met Imrane?'

Nog voordat ik iets kan zeggen, laat Rasmina haar telefoon zakken. 'Wacht, waar is Imrane eigenlijk?'

Ik rol met mijn ogen en pak mijn handtas van de band. 'Kunnen we alsjeblieft even níét over Imrane praten?'

Yassir knikt langzaam. 'Ja... laten we het maar even niet over Imrane hebben.' 'Oh euh goed dan' zei Adil ongemakkelijk. We liepen in stilte veder. Ik kon de spanning voelen.

We stappen in een klein zwart autootje dat ons naar de landingsbaan brengt. Terwijl de auto langzaam over het asfalt rijdt, kijk ik mijn ogen uit. De zon zakt langzaam achter de bergen en kleurt de lucht oranje en roze. Aan de andere kant glinstert de zee in het laatste licht van de dag.

Mijn borst voelt zwaar.

Ik ga Dubai missen. Het weer, de natuur... alles.

De auto komt tot stilstand bij een privéjet. Mijn ogen blijven hangen aan de grote letters op de zijkant van het vliegtuig.

BEN OMAR.

Voor het vliegtuig staat een groepje mensen te wachten. Zodra we dichterbij komen, herken ik hem meteen.

Imrane.

Hij draagt een zonnebril, zijn haar strak naar achter gekamd. Een zwart shirt en een wijde broek. Hij ziet er anders uit dan voorheen. Groter. Sterker. Hij is duidelijk gaan bulken, want zijn armspieren spannen strak onder de stof.

Onweerstaanbaar.

Ik kijk snel weg en richt mijn blik op de lucht, alsof ik nog steeds alleen maar naar de zonsondergang keek.

Alsof ik helemaal niets had gezien.

We stappen allemaal uit de auto.

'Adil, salam,' zegt Imrane terwijl hij ons begroet.

'Salam, Imrane. Staan we klaar?' vraagt Adil.

Imrane knikt. 'Ja, ja. Alleen de bagage... daar zijn ze nu mee bezig. Maar we kunnen alvast boarden.'

Zijn stem klinkt kalm, maar zijn blik glijdt langs ons. Maar toen ze even op mij rustten, leek de tijd stil te staan. Er zat iets in die blik... iets dat hongerig en zacht tegelijk was. Een blik die je doet smachten zonder dat er woorden nodig zijn.

Wanneer zijn ogen Yassir bereiken, verstijft zijn gezicht even. Hij keek hem aan alsof hij het meest vuile wezen was. Yassir kijkt hem ook strak aan. Ze hebben een soort staar wedstrijd. 'Euhmm Kenza? Wat zijn ze aan het doen' vraagt rasmina in mijn oor.

'Geen idee' zei ik zachtjes terug. 'Okeeee' zei Adil ongemakkelijk. 'Late we dan maar gaan boarden he' zei Adil en we liepen achter hem aan.

Ik voelde de spanning in de lucht hangen. We lopen een stale trapje op. Met Adil, rasmina en Yassir voor me en imrane achter me aanlopen.

Ik kon zijn aanwezigheid voelen. Ik loop wat sneller de lange trap op. Maar toen realiseerde ik me dat hij nu een perfect uitzicht heeft op mijn kont. Ik voelde mijn ademhaling sneller worden.

We lopen de vliegtuig in. Het was prachtig van binnen. Met een houten thema en beige banken. 'Wauwie ligstoelen!' Gilt Rasmina die aan het einde van de vliegtuig stond.

'Hahaha ja, daar kan je pas zitten als we in de lucht zijn' zei imrane. 'Huh waarom' vroeg ze.

'Veiligheidsregels' zuchten Adil.

Ik kijk Yassir aan die op de bank is gaan zitten. Hij is stiller dan normaal. Ik hou niet van deze vibe.

Net wanneer ik naast Yassir wil gaan zitten, schuift Imrane precies op dezelfde plek. Ik heb geen keuze en ga stilletjes naast Imrane zitten. Adil zit verdiept in zijn telefoon, terwijl Rasmina nog steeds alle functies van de ligstoel uitprobeert.

Ik voel Imranes been zacht tegen het mijne en merk Yassirs blik die me kort raakt.
"Kan ik me hier ergens omkleden voordat we vertrekken?" vraag ik, mijn stem iets gespannen.
"Euh... ja, hier links is een douchekabine," zegt hij. "Maar je kunt beter wachten tot we in de lucht zijn," voegt hij erachteraan toe.
"Nee, dank je, ik wil nu al wat comfortabeler worden," zeg ik, wetend dat het lastig wordt met Yassir, Rasmina en Imrane zo dichtbij.

Ik loop naar voren in het vliegtuig. "Euh... waar is het precies?" vraag ik opnieuw, terwijl het nauwe gangetje me benauwt. Imrane staat op en loopt naar me toe.
"Hier, kom," zegt hij en opent de deur links van ons. Het gangetje is zo smal dat we bijna tegen elkaar gedrukt worden: zijn borst tegen het mijne, zijn adem zacht tegen mijn oor. Ik wurm mezelf naar binnen.
"Dank je," fluister ik, en sluit de deur krachtig. Eindelijk kan ik weer vrij ademhalen.

Ik kom de douchekabine uit in een grijs trainingspak, een zwart hemd en een sport-bh, waardoor ik me comfortabeler voel. Mijn haar zit in een strakke staart. Iedereen zit al met de gordels vast. Yassir zit naast Imrane; ze ontwijken elkaars blik. Rasmina zit ingeklemd tussen Imrane en Adil. Ik schuif stilletjes naast Adil. Hij en Imrane praten over de securityprotocollen van het huis, terwijl Rasmina geïrriteerd lijkt door haar onmogelijke positie.

De piloot zegt iets in het Arabisch.
"Wat zei hij?" vraag ik aan Adil.
"We gaan nu," antwoordt hij, en even later voelt het vliegtuig de bewegingen van de start. Ik kijk naar buiten en zie Dubai onder ons verdwijnen. Even laat ik mezelf genieten van het uitzicht.

Eenmaal in de lucht klinkt er opnieuw Arabisch door de intercom.
"We mogen weer los," zegt Imrane.
"Je spreekt Arabisch?" vraag ik verbaasd. Hij lacht kort, bijna geheimzinnig.
"Ja, natuurlijk," zegt hij.

Rasmina schuift los en begeeft zich naar de ligstoelen, terwijl ze me meesleept. Ik werp een korte blik op Yassir; zijn ogen volgen me, en ik voel een spanning die ik niet kan negeren.
"Wacht even," zeg ik zacht.

Ik loop naar Yassir toe en ga naast hem zitten. Hij kijkt op en glimlacht.
"Hoi," zeg ik kort.
"Hoi," antwoordt hij droog, en we lachen samen.
"Waarom ben je zo stil? Je weet dat we los mogen."
"Ik heb geen zin vandaag... elke dag zijn gezicht zien, wetend wat hij jou heeft aangedaan," zegt hij zacht. Mijn adem stokt en ik kijk om me heen of iemand ons heeft gehoord.
"We zouden er niet over beginnen, toch? Je zei dat je niet anders naar mij keek," zeg ik, een tikje bezorgd.
"Natuurlijk denk ik niet anders over jou, Kenza. Maar hem... ik kan het niet loslaten, wetend dat hij je zo heeft aangeraakt op zo'n intieme manier..."
"Ssshhttt, ik wil het niet horen," onderbreek ik hem, terwijl mijn hart sneller klopt. Ik sta op.
"Doei, Yassir," zeg ik, boos en tegelijkertijd onzeker.

"Nee, wacht! Je begrijpt me verkeerd," zegt hij en grijpt zacht mijn arm. "Ik wil er niet over praten. En al helemaal niet hier," zei ik en wijs met mijn ogen naar de anderen die nu nieuwsgierig onze kant op kijken.

'Kom we praten hier' zei Yassir en trekt me mee naar dat nauwe gangetje.

Diamant💎Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu