Zwakte - Deel VIII

55 2 0
                                        

De stilte tussen ons was prikkelig oncomfortabel geweest het moment dat we weer in elkaars nabijheid gekomen waren. Ik was na enkele minuten buiten weer bekoeld en naar binnen gegaan, waar Eric me blijkbaar had zitten opwachten met de autosleutel, klaar om op patrouille te vertrekken. Woordeloos had hij een wenkbrauw opgetrokken en al even woordeloos had ik mijn boterhammendoosje achtergelaten en in plaats daarvan mijn jas en sjaal genomen.

We waren enkele straten van het bureau verwijderd toen hij sprak. "Ik had mij nie zo mogen laten meeslepen die avond. Ik voel mij ongelooflijk schuldig."

Ik wierp een snelle blik op hem en zag dat hij resoluut voor zich keek. "Eric... Gij zijt nie getrouwd, eh. Gij hebt er belange nie zoveel schuld aan als ik. 't Is nie da ik gene gewillige participant was aan da hele gebeuren."

Nadat ik uitgesproken was, durfde ik het weer aan hem aan te kijken. Ik zag hoe hij licht zijn hoofd schudde. "Da was even zeer mijn verantwoordelijkheid als de uwe. Ik had een ander zijn vrouw nie moeten aanraken. Het had nie mogen gebeuren, en we hebben er alleen maar spijt van gehad nadien."

Die laatste woorden leken wel een slag in mijn gezicht, al wist ik niet precies waarom. Er was geen moment sinds die ochtend erna en vooral sinds mijn positieve zwangerschapstest dat ik mij niet erg schuldig gevoeld had en wou dat het niet gebeurd was. Maar er spijt van hebben per se? Ik was er niet blij om, maar spijt leek me niet het goede woord. De gedachte dat hij er spijt van had, deed mijn ingewanden samenklemmen, oncomfortabel. Ik herinnerde me niet meer precies wat er gebeurd was en hoe, slechts flarden, maar ik voelde me ineens in mijn bloot gat gezet, zoals hij dat toen letterlijk gedaan had. Op één of andere manier deden die woorden de moed in mijn schoenen zakken en leek mijn zelfvertrouwen een mokerslag gekregen te hebben. Ik had me al nooit een mooie vrouw gevonden, en de gedachte dat hij me zo erg wilde ongeacht de situatie had me een geweldig gevoel gegeven en had me zulke opwinding bezorgd. En nu bleek hij er spijt van te hebben?

Nu, ik had van mijn man gehouden en hield nog steeds van hem -- hij was de vader van mijn vier kinderen, dus zou ik hem altijd wel graag zien -- maar hij had net niet dat gehad dat ik altijd in Eric gezien had en dat Eric zo... 'Eric' maakte. Ik had er nooit echt bij stilgestaan. Hij had altijd iets onbereikbaar gehad. En ik was op een andere manier onbereikbaar geweest. Als ik niet getrouwd geweest was en de kinderen van een ander had gehad...

"Als de situatie anders geweest was, zou ik er nooit spijt van gehad kunnen hebben," gaf ik toe.

We ware grote mensen. We wisten allebei dat de situatie was wat ze was ongeacht wat er nog tussen ons gezegd zou worden, maar als dat dan toch al het geval was, konden we beter eerlijk zijn. Ik haatte mezelf voor die waarheid. Het had geen nut mezelf nog meer te haten voor het niet toegeven ervan. De schade was aangericht.

Toen hij mijn woorden hoorde, wierp hij zijn blik opzij op mij en ontmoetten onze ogen elkaar op een manier die me vaag deed denken aan het moment voor hij mij gekust had en hij me in het toilethokje geduwd had. En ik haatte mezelf daar eveneens voor. Ik keek toe hoe hij hard slikte en zijn blik weer afwendde. Te veel gezegd. Misschien niet genoeg gezegd. We spraken alleen nog sporadisch en over werkgerelateerde dingen daarna.

ZwakteWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu