Puzzel 35

772 50 14
                                    

Eva had geen idee wat ze met alle begroetingen moet die ze kreeg. Alle mensen leken blij haar te zien, zij had geen idee wie het waren. Ze had geen idee waar ze heen moest, dus was ze maar bij de balie gaan staan. 'Hé Eva! Zeg het eens. Alles goed met je verder?' zei de man vrolijk en verward werd hij aangekeken.
'Is Floris er?' besloot ze te vragen.
'Wolfs? Ja zeker. Boven druk bezig hè. Je weet de weg.'
'Ja..' knikte ze en nog steeds verward draaide ze zich weg van de balie. Haar blik viel op de trap en ze besloot die maar te nemen. Ze moest naar boven, was haar gezegd. Ze kwam in een grote kantoortuin en ze liet haar blik er doorheen glijden. Veel mensen waren druk aan het werk, ze werd niet eens opgemerkt. Ineens bedacht ze zich dat dit een slecht idee was, ineens begreep ze waarom Floris wilde dat ze zou wachten. Haar hoofd begon te bonken en ze voelde zich draaierig worden. Ze besloot zich om te draaien en terug naar huis te gaan. 'Hé Eva,' ze voelde een hand op haar schouder en geschrokken draaide ze zich terug om. Het was Romeo, tenminste iemand die ze kende.
'Oh, hi.' Opgelucht ademde ze.
'Gaat het goed?' vroeg hij bezorgd.
'Jawel.' Loog ze. 'Is Floris er?' Romeo knikte.
'Hij is bij mevrouw Mechels.. Onze baas.' Zei hij er gelijk achteraan toen hij haar vragende gezicht zag. 'Kom, ga even zitten.' hij nam haar mee naar zijn bureau en draaide de stoel voor haar om. Ineens viel ze op bij haar oude collega's en ineens werd ze overspoeld met begroetingen en belangstellende vragen. 'Ik ga Wolfs halen.' Besloot Romeo.
'Ik ga mee.' ze trok hem aan zijn arm zodat hij niet gelijk weg liep en ze liep met hem mee, de mensen om haar heen negeerde ze. Ze wilde hier niet alleen blijven zitten. Net toen Romeo op een deur wilde kloppen ging het open. Verbaast stond Floris in de deuropening.
'Wat doe je hier?' hij deed een stap naar voren en keek haar doordringend aan. Hij zag aan haar dat ze niet wist wat ze met de situatie moest. De tranen stonden in haar ogen terwijl ze die probeerde weg te knipperen.
'Ik wilde..' ze schudde haar hoofd. Ze wist niet eens precies wat ze wilde. Ze keek om zich heen, naar alle ogen die haar aanstaarde. Ineens vloog ze Floris om zijn nek en ze klemde zichzelf tegen hem aan. 'Ik wil hier weg..' fluisterde ze. Hij wreef over haar rug.
'We gaan ook. Kom.' Ze liet hem los, maar ze hield zijn arm stevig vast. Haar hoofd richtte ze naar de vloer zodat ze zag waar ze liep en ze niemand aan hoefde te kijken.
'Ik ken niemand..' verbak ze de stilte fluisterend toen ze buiten stonden. 'Iedereen kent mij.. Ik ken helemaal niemand meer.' Ze snikte en dit keer sloeg Floris zijn armen om haar heen.
'Rustig Eef. Niet in paniek raken.' Ze knikte en haalde een aantal keer diep adem. 'Gaat het?' ze knikte. De buitenlucht deed haar goed.
'Ik wil hier echt weg.' Zei ze terwijl ze naar het gebouw keek.
'Ik breng je naar huis.' Knikte Floris. Dankbaar glimlachte ze. 'Kom je?' hij stak zijn hand uit toen ze leek te blijven staan. Ze nam zijn hand aan en verstrengelde haar vingers met die van hem.

PuzzelstukjesWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu