Puzzel 39

852 55 13
                                    

Met bonkende hoofdpijn was ze wakker geworden. Haar ogen voelde dik en waren rood en ze wist niet of ze zich ooit zo beroerd had gevoeld. Ze besloot eerst maar te douchen, misschien dat ze zich daarna beter zou voelen.
Helaas was dat niet waar geweest. Na de hete douche voelde ze zich nog net zo beroerd als ervoor. Ze had geen idee waardoor het kon komen. Misschien door het gedoe van gisteren. Misschien door haar slechte nachtrust. Toen ze op haar wekker keek zag ze dat het al half elf was. Zo lang had ze niet gedoucht, dus betekende het dat ze lang had geslapen en dat ze dat nodig had gehad. Ze wist dat ze onrustig was geweest die nacht.
Floris had haar een sms gestuurd. Dat hij op het werk was en of ze goed had geslapen. Ze belde hem gelijk. Ze wilde zijn stem horen. 'Hé Eef! Jij hebt lang geslapen.' Hij lachte.
'Ja.. Ik voel me niet lekker.' Zei ze eerlijk.
'Oh? Wat heb je dan?' direct was hij bezorgd. Ze hoorde het aan zijn stem. Aan de manier van praten. Ze glimlachte in zichzelf. Hij was lief, altijd was hij bezorgd om haar.
'Weet ik niet. Gewoon beroerd.' Haalde ze haar schouders op. Alsof dat nuttig was. 'Kom je snel thuis?' ze wilde hem bij haar hebben. Ze wilde bij hem zijn.
'Rond een uur of vier denk ik. Het is heel druk. Dan heb ik het hier wel afgerond.'
'Kan je niet eerder komen?' smeekte ze. Het bleef even stil.
'Ik kom zo snel mogelijk, oké?'
'Is goed. Tot straks.'
'Doe rustig aan hè.' Kende hij haar te goed.
'Ja, ja.' Met die woorden hing ze op. Ze had niet echt trek in een ontbijtje maar wist wel dat het verstandig was die te nemen.
Toen ze door de gang liep, op weg naar beneden, viel haar blik op de gesloten deur. De deur waar geen sleutel van was maar die wel op slot zat. Ze duwde de klink omlaag maar helaas ging hij niet ineens uit het niets open. Ze dacht na over wat ze hieraan kon doen. Ze was zo benieuwd wat er achter zou zitten.

Floris had haar al eens gezegd dat hij ook niet wist wat er achter de deur was. Het was immers haar huis.
'Bedankt hè.' Kort zwaaide ze de man uit. Ze had een slotenmaker gebeld, gevonden in het telefoonboek. Trots dat ze was, met de nieuwe sleutel van het nieuwe slot in haar hand liep ze naar boven. Dat ze hier nooit eerder aan had gedacht, dat Floris dit niet eens had bedacht. De deur stond nog op een kiertje en nieuwsgierig duwde ze het verder open. De kamer stond vol spullen. Verhuisdozen, kleding en wat rommel. Een wiegje en een commode. Verbaast keek ze om zich heen. Haar blik bleef op het meubilair hangen, wat bedoeld was voor een baby. Waarom had ze dit? Versteent bleef ze in de deuropening staan. Ineens wist ze niet meer hoe ze haar benen moest bewegen. De dromen waren dus echt geweest. De dromen waren niet zomaar dromen, maar herinneringen. Herinneringen die van haar waren. Hoe meer ze er over na dacht, hoe meer ze de herinneringen terug boven probeerde te halen, hoe meer steken ze kreeg in haar hoofd. Het bonkte.
'Eef?' geschrokken van de fluisterende stem achter zich draaide ze zich om. Floris was thuis gekomen, eerder dan vier uur. Zo snel mogelijk, zoals hij had beloofd.

PuzzelstukjesWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu