Hoofdstuk 8. Wolf

514 54 2
                                        

Ik weet hoe Zombie aan zijn naam gekomen was. Niet doordat hij gek was, maar doordat hij niet durfde te slapen. Slapen staat op dit moment gelijk aan de hel. Overal vuur, dood en verderf. Ik probeer slapen zover mogelijk uit te stellen, maar ik weet dat ik moet slapen. Als ik niet slaap dan word ik binnen de kortste keren gek. Als ik dat niet al ben tenminste... 

De glazen deur springt open en ik loop ernaar toe. Daar staat Jack met zijn grijns. 'Tijd voor de training', zegt hij en dan draait hij zich om en loopt weg. Ik volg hem en we komen aan in een grote trainingsruimte. Langs de rand staan mensen te wachten op instructies. Ik ga tussen een meisje van mijn leeftijd en een gespierde man met een kaal hoofd staan. 'Jullie zijn hier om fit te blijven', begint Jack en zijn stem echoot door de grote ruimte. 'Jullie zijn hier om te leren vechten, om te denken als een vechter', gaat hij verder. Het meisje naast me stoot me aan. 'Waarom?' fluistert ze zachtjes. Ik haal mijn schouders op. Jack doet een paar dingen voor en dan verdeelt hij ons in tweetallen. Ik moet het met het meisje dat naast me stond. Ze heeft kort bruin haar en bruine ogen. Ze is best wel klein. 'Mijn naam is Delilah, Lily. Maar hier noemen ze me Baby', zegt het meisje. Ze grijnst en gaat klaarstaan om aan te vallen. 'Julian', antwoord ik. 'Beter bekent als Wolf', voeg ik er snel nog achteraan. Het meisje kijkt even jaloers naar me. 'Waarom hebben ze jou zo'n gave bijnaam gegeven?' vraagt ze. Ik haal mijn schouders op en Jack roept dat we moeten beginnen. Lily is sterker dan ik verwacht had en ze krijgt me direct op de grond. Grijnzend kijkt ze op me neer. 'Je vecht niet als een Wolf', lacht ze. Ik spring op en een tijdje gaat het gelijk op. Ik werk haar op de grond, zij mij, ik haar en ga zo maar eventjes door. Na een uur hebben we pauze. Er wordt water uitgedeeld en energierepen. 'Hoe lang ben je hier al?' vraag ik en neem vervolgens een slok water. 'Twee weken', zegt Delilah. Ze wijst op een jongen die verderop staat te praten met Jack. 'Dat is mijn beste vriend. Zijn naam is Charles, maar hier wordt hij meestal Black genoemd, vanwege zijn haarkleur.' 

Na de training moeten we allemaal terug naar onze kamers. Het was fijn om even niet aan de nachtmerries te hoeven denken, maar nu ik terug op mijn kamer ben komen alle beelden terug. Zou Delilah ook nachtmerries hebben? En Charles? Als mijn deur weer opengaat gaat mijn hart sneller kloppen. Natuurlijk is het Jack met zijn grote irritante grijns. 'Tijd voor je onderzoek', zegt hij en ik loop sjokkend naar de deur. Weer word ik vastgebonden aan draadjes in die kamer. Weer word ik in een diepe slaap vol nachtmerries gebracht. En weer word ik met hoofdpijn en een paniekaanval wakker. Weer word ik in mijn kamer die steeds kleiner lijkt te worden opgesloten. En weer probeer ik een hele nacht wakker te blijven. 

Ik schrik wakker door de schoten die in de verte klinken. Ik ren naar mijn deur om te zien wat er gebeurd, maar ik kan het net niet zien. Ik hoor gegil en geschreeuw. Ik wil helpen, maar de deur gaat niet open. Verslagen ga ik op de grond zitten en staar voor me uit.  

Mijn tijd |deel 1|Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu