En dan eindelijk, nadat de lichten uit zijn gegaan, krijg ik het teken. Ik ren naar de deur en breek hem open. Delilah staat verderop op me te wachten. Snel loop ik naar haar toe. Als ik dichterbij kom, zie ik dat ze een grote lach op haar gezicht heeft getoverd. 'Gaan we echt naar huis?' fluistert ze ongelovig. Ik pak haar hand en knik. 'We gaan hier weg', zeg ik. Ik weet dat ik niet naar huis kan. Niet nadat ik heb gezien wat er met tante Annebelle is gebeurd. We lopen door de donkere grot. We blijven zoveel mogelijk in de schaduw, langs de muur, lopen. Bij de deur staan twee gewapende bewakers. Ik hoef maar een blik uit te wisselen met Lily om te weten dat we beide hetzelfde denken. Ik pak de spuit uit mijn broekzak en we sluipen allebei naar een bewaker. Ik steek als eerste mijn spuit in de nek van de langste bewaker. 'Hé... Au!' schreeuwt hij voor hij op de grond valt. Vol hij de grond raakt moet ook de andere bewaker er aan geloven. Omdat Lily een stuk kleiner is, heeft ze de spuit in zijn maag gestoken. Ik trek het pistool uit de handen van de ene bewaker en Lily volgt mijn voorbeeld. We rennen door de uitgang en stoppen pas als we al minstens drie kilometer van de grot verwijderd zijn. Vrolijk springt Lily in het rond. 'Het is gelukt! Het is echt gelukt!' Ik lach en slaak een vreugde kreet. 'Niet zo huilen, Wolf', zegt Lily met een knipoog. 'Wil je dat ik je weer Julian ga noemen?' Ik schud mijn hoofd. Wolf is mijn nieuwe identiteit. Julian is er niet meer. Hij is overleden op de dag dat ik opgepakt werd. De regering heeft Wolf gecreëerd en Wolf is wie ik nu ben.
We komen aan bij de rand van de stad. Het is net alsof er een donkere wollen deken over de stad heen is gevallen. Alles is donker en er is geen enkel licht te bekennen. Boven ons schijnen de sterren helder en de maan is vol. 'Het is zo mooi', zegt Delilah die mijn blik naar boven volgt. Dan kijkt ze weer naar de stad en ik zie een glimp van bedroefdheid op haar gezicht. 'Wat is er?' vraag ik. 'Ik kan niet naar huis', zegt Delilah en ze schudt haar hoofd. Ik glimlach kort. Gewoon omdat ik nu weet dat ik niet alleen zal blijven. Niet omdat ik het leuk vind, ik heb ook geen thuis meer, dus weet ik hoe ze zich voelt. 'Ik kan ook niet naar huis', beken ik. Delilah kijkt me angstig aan. 'Zouden er nog meer zijn zoals wij?' piept ze. 'Reken maar dame', zegt een vriendelijke stem achter ons. We draaien ons om en daar staat een jonge vrouw met twee jongens van rond de achttien. De vrouw glimlacht naar ons. 'Mijn naam is Lexi.'
JE LEEST
Mijn tijd |deel 1|
Fiksi IlmiahIedereen weet wanneer hij of zij dood gaat. Het staat op onze arm getatoeëerd, een datum. Waarom is niet duidelijk, maar het helpt ons. We kunnen ons voorbereiden op onze dood en we kunnen afscheid nemen van de mensen van wie we houden. Helaas zou i...
