We komen aan bij de omheining. Ik werp een blik op Jean die relaxt de bewakers aan het inspecteren is. Ik schud zuchtend mijn hoofd. Ik stoot Eline, die naast me staat, aan. 'Hier komen we toch nooit ongezien langs?' fluister ik zachtjes. In een vlugge beweging draait Jean zich om. 'Let op en leer', zegt hij met een knipoog. Hij springt in het hek en belandt aan de andere kant. Een bewaker vier meter verderop draait zich om. Jean loopt naar hem toe en begint te praten. De bewaker schudt zijn hoofd. Jean wijst naar de omheining aan de andere kant. Dit keer knikt de bewaker en begint druk in zijn walkietalkie te praten. Na drie minuten begint er opeens een sirene te schreeuwen. Alle bewakers rennen naar de plek die Jean zojuist aanwees. Jean wenkt ons en snel klimmen we over het hek heen. Opeens begint er een bewaker te schreeuwen. 'Hé! Jullie daar, blijf staan!' Jean zucht geïrriteerd, bijna verveeld. Hij trekt een wapen en schiet de bewaker behendig door zijn hoofd. Met open mond kijk ik naar hoe het lichaam van de bewaker, met een gapend gat precies tussen zijn ogen, ineen zakt op de grond. 'Ren!' schreeuwt Jean ergens ver weg. Casidy geeft een ruk aan mijn arm en ik draai mijn hoofd weg van de dode man. 'We moeten rennen, sukkel', zegt ze als ze mijn verbaasde gezicht ziet. Ik knik en mijn voeten beginnen alsof het automatisch gaat te rennen. Jean rent voorop en ik daarachter. Eline kijkt moe uit haar ogen en rent achteraan. Ik werp een blik over mijn schouder en zie meteen dat er een stuk of tien bewakers achter ons aanrennen. 'Blijven rennen en niet achterom kijken!' roept Jean. Ik hoor een licht vleugje paniek in zijn stem. Een stemmetje in mijn hoofd vertelt dat ik ze wel aankan. Ik negeer het stemmetje, natuurlijk kan ik dat niet. Ik kan niet in mijn eentje tien mensen vermoorden. Opeens hoor ik een auto. 'Verdomme', vloekt Jean voor me. We worden omsingeld en kunnen geen kant meer op. 'En nu?' vraagt Eline met een trillende stem. Jean trekt zijn wapen. 'Het enige wat we kunnen doen, vechten', antwoordt hij. Hij schiet één van de zovelen bewakers door zijn hoofd. Eline en Casidy volgen zijn voorbeeld, maar ik kruip als een bang konijn weg van het gevecht. De bewakers zijn te druk bezig met kogels ontwijken en afvuren, dat ze mij niet eens meer opmerken. Ik kruip naar één van de lijken en krijg opeens een idee. Snel trek ik de veel te ruime broek en jas over mijn eigen kleding heen. Ik verwissel mijn schoenen met die van de bewaker en zet de pet op. Snel pak ik zijn wapen en ga achter alle andere soldaten staan. Ik hoor Eline gillen en ik kan niet zien hoe ze haar wapen laat vallen en doorboort wordt door kogels. Ik slik een brok in mijn keel weg. Ik kan niet gaan huilen, dan val ik veel te veel op. Casidy begint te vloeken en ik zie dat ze geraakt is in haar rechter hand. De hand die ze gebruikt om te schieten. Ze begint messen met haar linkerhand te werpen waarmee ze nog enkele bewakers kan uitschakelen voordat een kogel ook haar leven beëindigd. Haar gekleurde haren kleuren nu langzaam rood. Jean vloekt luidkeels terwijl elk schot die hij lost een leven beëindigd. Dan ziet hij mij staan. In het uniform van een dode bewaker zijn lippen vormen een woord. Vlucht. Ik blijf hem aankijken. Hij blijft mij aankijken. Net zolang tot hij door zijn benen zakt. Een plas bloed vormt zich om hem heen. Ik weet dat het over is. Ik weet dat zijn tijd gekomen is. Ik begin te rennen. Ik ren in de richting van het dorp. De enige plek waar ik op dit moment veilig zal zijn. Ik ren totdat ik op de markt aankom. Verschillende voorbijgangers kijken me verbaast aan. Ik ren een steegje in een duik ineen op de grond. Ik klem het wapen tegen mijn borst en adem snel in en uit. Wat moet ik doen? Wat moet ik doen? Ik kijk naar de straat waar ik net uit ben gekomen. Er loopt een meisje met bruin haar dat ze draagt in een vlecht. Ze kijkt de steeg in alsof ze voelt dat er iemand naar haar kijkt. Zodra ik haar groene ogen zie weet ik dat ik haar ken. Niet persoonlijk, maar ik heb haar eerder gezien. Zij sprak mij moed in. Zij was mijn nieuwe hoop. Het kleine meisje op de markt. Ik laat mijn hand in de zak van mijn jas, die ik draag onder het uniform, glijden en haal het verkreukelde papiertje eruit. Het kopers contract. Ik kijk ernaar en weer wat ik moet doen. Ik moet doorzetten. Ik moet verder gaan met het plan.
JE LEEST
Mijn tijd |deel 1|
Sci-fiIedereen weet wanneer hij of zij dood gaat. Het staat op onze arm getatoeëerd, een datum. Waarom is niet duidelijk, maar het helpt ons. We kunnen ons voorbereiden op onze dood en we kunnen afscheid nemen van de mensen van wie we houden. Helaas zou i...
