*** ALEX POV ***
Ik trek de deur van mijn rode BMW 8-serie dicht en adem even de benzine-zoete lucht van de ochtend in. Belachelijk misschien, maar ik ben nog steeds trots dat ik in deze auto rijd; gekregen op de dag dat ik mijn rijbewijs haalde. Een cadeau dat voelde als een startschot.
Met mijn rugzak over één schouder loop ik richting de schooldeuren. Ik reik al naar het handvat wanneer in mijn ooghoek een zwarte wagen het terrein op rolt. Ace. Ik heb hem in tijden niet écht gesproken. Niet omdat ik het niet probeerde—integendeel. Hij heeft mij genegeerd. Waarom? Geen idee. Elk gesprekspoging liep dood. Opgehangen lijn. Wegkijkende ogen. En ergens ben ik moe geworden van trekken aan iets dat weigert mee te bewegen. Vermoeidheid voelt al snel als schuldig zijn.
Ik blijf kijken. Ace parkeert. Hij stapt als eerste uit, met een glimlach zo groot dat ik me even niet herinner wanneer ik die voor het laatst op zijn gezicht zag. Vreemd hoe je iemands blijdschap opeens als steek voelt.
De passagiersdeur zwaait open. Een meisje. Niet zomaar eentje. Donkerbruin haar dat tegen zwart aan leunt; die grote, lichtblauwe ogen die je in één blik fileren. Melissa.
Wat doet Melissa in Ace' auto? Beter nog: wat doen zíj samen hier, zo dicht op elkaar, elkaar aankijkend met die bijna intieme, vanzelfsprekende glimlach? Ik dacht dat ze elkaar niet konden luchten. Sinds wanneer is dit... wij?
Mijn handen krullen zich vanzelf tot vuisten. Er groeit een druk van binnenuit—een botte, lompe kracht—alsof iemand van binnenuit tegen mijn ribben duwt. Belazerd voelt te klein. Het is erger omdat het van twee kanten komt waar je om geeft.
Ik kan het niet handelen. Ik draai me om, duw de deur open en laat de school me opslokken. Langs de aula. Mijn vuisten zijn zo strak dat mijn knokkels wit uitslaan.
"Hey, Alex," klinkt een stem die ik te lang niet heb gehoord.
"Níet nu, Jordan," snauw ik. Te scherp, te bitter, maar ik heb geen energie voor zachtheid.
Ik wacht zijn reactie niet af en loop door naar de kluisjes. Het is druk. Gezichten, jassen, stemmen—te veel. Ik scan de menigte, frons dieper, adem kort. Het duurt minuten voordat ik haar vind. Bij haar kluis. Melissa.
De woede die ik had vastgebonden, rukt zich los. Elke stap naar haar toe zet mijn kaken strakker. Ik sta dicht genoeg om haar parfum te ruiken; iets rozigs dat normaal gesproken de ruis in mijn hoofd dempt. Vandaag doet het niets. Vandaag is alles lawaai.
Met één klap duw ik haar kluisdeur dicht. Het metaal slaat als een pistoolschot tegen de gangen. "Wat moest dat allemaal voorstellen!" Mijn stem beukt harder dan ik wil. Melissa schrikt—haar ogen slaan wijd open, Lichtblauw in porselein. Ik betrap mezelf erop dat ik haar gezicht bestudeer: die ronde zachtheid, dat kleine neusje, rood van de kou of... van iets anders.
Ik boor mijn blik in de hare, groen tegen blauw. In een fractie zie ik haar emotie verschuiven: van schrik naar verbazing. Nog een fractie verder denk ik: of doe je alsof?
"Wat bedoel je, Alex?" piept ze, te zacht. Te lief voor de knoop in mijn maag. Mijn gedachten waaien uiteen. Er is alleen nog woede. Is dit werkelijk onwetendheid, of wil ze me de grond onder mijn voeten vandaan praten?
"Je weet dondersgoed wat ik bedoel, Melissa!" Het komt er uit als een schreeuw die ik niet meer kan inhouden. Ze schudt haar hoofd, ontwijkt mijn ogen. Rondom ons groeien blikken als onkruid. Ik voel de neiging ook tegen hen te schreeuwen: Kijk ergens anders!
Ik wil haar niet bang maken—dat is niet wat ik hier kwam doen—maar ik zet toch een stap naar voren. Reflexmatig stapt zij achteruit. Ik hoor hoe haar rug het metaal van de kluis raakt. Ze staat stijf.
JE LEEST
IMAGO
Teen Fiction"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
