"Serieus, die kleur blauw begint me echt te irriteren," gromde ik terwijl ik naast Ace de gang doorliep. Waar ik ook keek, overal hingen die afzichtelijke posters voor het Winterbal. Blauw, glimmend, overdreven glitters... het leek alsof de hele school was doodgegooid met confetti uit een of ander fout Disney-sprookje.
We hadden nog niet eens Halloween gehad, en toch werden we nu al doodgegooid met herinneringen dat er binnenkort weer een veel te opgedirkt schoolfeest aankwam. Nog even en er hing op mijn voorhoofd ook zo'n poster geplakt.
Ace keek me schuin aan en haalde lachend zijn schouders op. Zonder iets te zeggen haalde hij een rol keelsnoepjes uit zijn zak en stopte er pardoes één in mijn mond. "Kauw daarop. Misschien helpt het tegen al dat gezeur."
Ik verstikte me bijna, niet alleen van het snoepje maar vooral van zijn brutaliteit. Met half dichtgeknepen ogen wist ik nog net te slissen: "Had je geen Napoleon-snoepjes, loser?" Het klonk half binnensmonds en waarschijnlijk had hij de helft niet eens verstaan.
Ace lachte zachtjes, zijn brede schouders schokten er bijna van. "Mellie, waarom klaag je toch altijd over alles?"
Ik draaide mijn ogen weg en besloot hem te negeren, terwijl ik met overdreven veel aandacht op het snoepje zoog. Tot mijn eigen verbazing smaakte het best lekker, zeker nu mijn irritatie kookte.
Plotseling voelde ik zijn vinger in mijn zij porren. "Ahw Mellie, trek niet zo'n zuur gezicht," zei hij met een irritant piepstemmetje. Het snoepje gleed bijna mijn mond uit van schrik.
"ACE! Stop daarmee, je wéét dat ik dat haat!" siste ik, terwijl ik probeerde uit zijn buurt te lopen. Maar Ace had een oneerlijk voordeel: die eindeloze stelten van hem. Twee stappen van hem waren drie sprintjes van mij. Hij bleef me dus moeiteloos inhalen, ondertussen grinnikend en vrolijk verder porrend alsof dit een olympische sport was.
"Stop nou eens!" gilde ik half, mijn stem sloeg bijna over. Ik stond echt op het punt dat keelsnoepje recht in zijn gezicht te spugen, puur uit wanhoop.
Ace ging er alleen maar harder om lachen. "Oké, oké, ik stop al..." zei hij uiteindelijk, nog nahikkend. Natuurlijk loog hij, want zijn ogen glinsterden van pret.
We bereikten de kluisjes en hij boog zich iets naar me toe. "Kom op, Mellie. Geef me die glimlach van je. Je weet dat ik die wil zien." Zijn oceaanblauwe ogen priemden zich in de mijne.
Ik wilde het niet toegeven, maar hoe langer ik naar hem keek, hoe moeilijker het werd. Het was alsof mijn gezicht me verried: er kroop vanzelf een kleine glimlach rond mijn lippen. In pure paniek gooide ik mijn hand ervoor en stak mijn andere hand naar hem uit. "Eerst een Napoleon-snoepje. Dan pas glimlach."
Hij grinnikte en begon in zijn rugzak te graaien. "Helaas. Geen Napoleons. Alleen nog een lollipop... en een halve zak keelsnoepjes."
Ik zuchtte overdreven en graaide de lolly meteen uit zijn handen. "Prima. Die is ook goed." Ik stopte hem triomfantelijk in mijn mond.
Ace keek me breed grijnzend aan. "En nu... mijn glimlach."
Met een overdreven gebaar trok ik mijn hand van mijn mond, liet een duidelijk neppe glimlach zien en wees er zelfs met twee wijsvingers naar. "Tevreden?"
Hij lachte, zijn ogen fonkelden. "Voor nu."
We stonden nog even bij de kluisjes toen hij plots vroeg: "Wat ga je vanmiddag eigenlijk doen?"
Alleen dat ene woord — vanmiddag — liet een zware zucht uit mijn borst ontsnappen. Alsof de lucht zelf al wist wat eraan zat te komen. Ace sloeg me quasi-troostend op mijn rug. "Kom op, Mellie, wat is er nou?"
"Ugh... ik ga schaatsen met Jordan," zei ik met het enthousiasme van een gevangenisbezoek. "En je weet dat ik daar waardeloos in ben."
Ace's glimlach verstrakte heel even, alsof er een kort moment iets donkers over zijn gezicht gleed. Maar hij herstelde zich snel. Voordat ik nog iets kon zeggen, schalde er een stem door de gang.
JE LEEST
IMAGO
Tienerfictie"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
