Mijn telefoon lichtte op, telkens opnieuw.
Eerst één bericht. Toen twee. Daarna een hele stroom.
Ace S.C.: "Mellie, kunnen we praten?"
Ace S.C.: "Hallo???"
Ace S.C.: "Ga je me nou negeren????? :'("
Ace S.C.: "Melissa, waarom ben je nou boos? Het spijt me als ik iets gedaan heb :((("
Ace S.C.: "Klaar, ik kom naar je huis."
De laatste zin bleef branden op mijn scherm.
Gelezen 15:08.
En toch legde ik mijn telefoon met een klap op mijn nachtkastje. Alsof ik daarmee de woorden kon uitwissen.
Ik had mezelf de laatste dagen opgesloten. School? Ik had geen puf om daarheen te gaan. Mijn moeder slikte mijn leugen dat ik me niet lekker voelde zonder al te veel moeite, waarschijnlijk opgelucht dat ik eindelijk eens rustig was. Voor het eerst maakte ze er geen strijd van.
Ik had haar één duidelijke regel opgelegd:
"Niemand binnenlaten. Ik wil niemand zien."
Geen Ace. Geen Jordan. Niemand.
En zo bleef ik in mijn kamer, de gordijnen half dichtgetrokken, met een boek op mijn schoot. Het voelde vreemd, bijna nostalgisch, om weer te lezen. Het was al zó lang geleden dat ik een verhaal had vastgehouden dat níét mijn eigen chaotische leven was. De woorden op de pagina's gaven me een fractie van rust.
Mijn telefoon bleef trillen, maar ik weigerde. Ik wilde het ding tegen de muur kapot smijten, gewoon om de stilte terug te krijgen. Ik had geen mensen nodig. Niet nu. Misschien zelfs nooit meer.
Toch liet mijn lichaam me niet met rust. Mijn maag knorde luid, een ongemakkelijk contrast met de doodse stilte om me heen. Een glas melk was blijkbaar niet genoeg om de storm in mijn buik te sussen. Met een diepe zucht slofte ik richting de keuken.
De koelkast ging open, sloot weer. Een lade open, dicht. Een kast open, nog een keer, en nog een keer. Drie rondes later gaf ik gefrustreerd op. "Waarom hebben we nooit íets lekkers..." mopperde ik hardop.
Ik smakte de laatste kastdeur dicht en wilde de woonkamer inlopen, toen het begon.
Eerst de deurbel. Lang, dringend.
Toen gebonk. Hard. Ritmisch. Alsof iemand de voordeur eruit wilde rammen.
Ik verstijfde. Mijn moeder was nog op werk. John was weg op een zakenreis – Godzijdank, die hoefde ik voorlopig niet te zien.
Maar dit... dit klonk niet als iemand die geduldig zou wachten.
Bam. Bam. Bam.
"MeLISAAAAAA!"
Mijn ogen knepen zich samen. Ik kende die stem. Zelfs door de houten deur heen.
Jordan.
Met lood in mijn schoenen liep ik naar de voordeur. Nou ja, figuurlijk lood, want in werkelijkheid had ik niet eens schoenen aan – alleen mijn versleten sloffen.
Ik rukte de deur open en daar stond hij: Jordan. Zijn gezicht rood, zijn ogen fonkelend van irritatie. Hij zag er niet uit alsof hij kwam om gezellig te kletsen.
"Hi?" zei ik voorzichtig, bijna vragend. Alsof dat zijn woede kon temperen. "Wat doe je hier?"
Jordan kruiste zijn armen voor zijn borst, zijn blik vlijmscherp. "Waarom reageer je niet op mijn berichten? Je weet dat ik dat héél irritant vind!"
Ik trok mijn schouders op. "Sorry?" Het klonk niet gemeend – vooral omdat ik totaal geen zin had in zijn preek.
"Oh my fucking retarded lif—" begon hij luid, maar hij brak zijn zin halverwege af. Zijn hand schoot vooruit, greep de mijne, en voor ik wist wat er gebeurde werd ik naar buiten gesleurd.
JE LEEST
IMAGO
Tienerfictie"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
