De kerstvakantie was anders dan alle voorgaande jaren. Normaal was ik gewend om mijn dagen te delen met Ace, films te kijken tot diep in de nacht, ruzie te maken over wie de popcorn liet aanbranden en uiteindelijk altijd weer te lachen alsof er nooit iets gebeurd was. En dat hadden we dit jaar ook gedaan. Bijna elke dag zelfs. Ace en ik waren onafscheidelijk, en toch... voelde er iets wrang.
Want iedere keer dat ik mijn telefoon pakte, voelde ik een steek van schuld.
Alex en ik hadden elkaar de hele vakantie geschreven en gebeld. Eerst onwennig, omdat hij zo ver weg zat, in Zuid-Korea, een land dat hij veel te rooskleurig had voorgesteld. Hij klaagde over de kou die hij zwaar had onderschat, vertelde hoe hij elke dag noodles at die óf te heet waren óf te pittig, en hoe hij maar geen vrienden kon maken. Toch had hij inmiddels iemand leren kennen in zijn studentenflat: een Spaanse jongen, net zo luidruchtig en chaotisch als Jordan.
Soms stuurde Alex me foto's van zichzelf, half lachend, half gefrustreerd, met een bord noodles voor zijn neus. En voor ik er erg in had, begonnen wij er een ritueel van te maken. Elke ochtend stuurden we elkaar een foto. Hij vanuit zijn koude appartement in Seoul, ik vanuit mijn kamer hier. Het was iets kleins, maar het maakte mijn dagen lichter. Alsof er een draad tussen ons gespannen was, hoe ver de afstand ook was.
En ik moest toegeven: dat draad voelde met de dag sterker.
Maar Ace... Ace was hier. Bijna elke dag. Hij merkte dat ik vaker dan normaal op mijn telefoon zat. Soms keek hij me even net te lang aan, alsof hij het wilde vragen maar zich inhield. En ik wist dat ik zijn naam — Alex — niet eens hardop durfde uit te spreken waar Ace bij was. Want dan zag ik die flikkering in zijn ogen, die boosheid die ik niet kon verklaren. Er zat iets tussen Ace en Alex, iets waar ik geen woorden voor had en waar ik liever niet aan dacht.
Dus hield ik mijn mond.
En zo werd Alex een geheim dat ik niet wilde hebben.
De eerste schooldag na de vakantie begon grauw. De lucht buiten was grijs, en het voelde alsof die somberheid met iedereen mee naar binnen was geslopen. Overal in de gangen hoorde ik mensen druk praten, lachen, hun verhalen delen over kerst, oud en nieuw, de feestjes waar ik niet bij was geweest. Hun stemmen klonken fel en luid, maar ze bereikten me niet echt.
Ik trok mijn capuchon iets dieper over mijn hoofd en liet mijn blik naar de grond zakken. Mijn muziek stond hard in mijn oren, maar zelfs dat hielp niet. Ik bleef de woorden zien die Jordan me gisteren gestuurd had. Vier simpele woorden, die harder waren aangekomen dan ik ooit had gedacht.
Jordan: Ik blijf liever alleen.
Ik beet zacht op de binnenkant van mijn wang terwijl ik door de gang liep. Jordan en ik hadden altijd een soort vanzelfsprekend ritme gehad. Hij maakte grapjes, ik rolde met mijn ogen, en voor ik het wist, lachte ik mee. Hij was mijn anker. Mijn lucht. En nu voelde het alsof hij langzaam maar zeker wegdreef, steeds verder, zonder dat ik wist hoe ik hem vast moest houden.
Met een zucht slofte ik naar mijn kluisje. Mijn vingers waren stijf van de kou, ik moest twee keer aan het slot trekken voor het eindelijk open klikte. Een stapel boeken schoof half naar voren en ik ving ze op met mijn arm. Ik liet mijn tas op de grond vallen en begon de spullen die ik niet nodig had weg te proppen.
Het voelde alsof iedereen haast had — lachen, praten, rennen, hun eigen levens doorleven. Terwijl ik daar stond, midden in de stroom, met mijn handen in mijn kluisje, alsof ik de tijd probeerde tegen te houden.
Ik voelde hoe mijn keel zich langzaam dichtkneep. Ik wilde niet huilen. Niet hier, niet nu.
"Melissa?"
Ik verstijfde en draaide me om. Het was Sophie uit wiskunde. Niet iemand met wie ik veel sprak, maar altijd vriendelijk genoeg. Haar rugzak hing losjes over één schouder, en ze keek me met een lichte frons aan.
JE LEEST
IMAGO
Tienerfictie"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
