5

577 28 4
                                        


Het was oorverdovend stil in de klas. Alle blikken waren op ons gericht. Ace stond voor me, zijn kaken gespannen, zijn ogen fel. Hij keek me zo geïrriteerd aan dat ik mezelf afvroeg wat ik deze keer verkeerd had gedaan. Alsof de hele wereld alleen om hém draaide.

"Waarom vraag je het hem niet dan?" beet ik gefrustreerd. Zijn starende blik maakte me alleen maar bozer.

Ace zette een stap naar voren. Zijn stem was laag, kil en doordrenkt van dreiging. "Melissa... ik vraag het nog één keer. Wie. The. Hell. Is. Hij?"

Zijn woorden sneden door de stilte. Mijn hart sloeg over, maar ik weigerde mijn blik af te wenden. Ik keek hem arrogant aan, klaar om iets terug te zeggen—maar Jordan was me voor.

"Heey man, ik ben Jordan. Nieuw hier," zei hij, met een glimlach die net iets te gemaakt was.

Ace draaide langzaam zijn hoofd. Zijn blik verloor mij en richtte zich volledig op Jordan. "Ik had jou niets gevraagd. Dus hou je bek dicht." Zijn woorden waren messcherp, zijn ogen donker van woede.

Ik wist dat Ace snel ontplofte. Hij voelde zich voortdurend aangevallen, en als hij eenmaal begon... dan was er geen houden meer aan. Jordan kende hem nog niet, maar ik wel. En toch moest ik mijn mond opentrekken.

"Ace," zei ik met een stem die hoger klonk dan bedoeld, "dit is mijn nieuwe vriend. Jordan McCall. Ik heb hem gisteren ontmoet."

Het was alsof ik olie op het vuur gooide. Ace leek uit elkaar te spatten van woede. Zijn mond opende zich om iets te zeggen, maar net op dat moment liep Mr. Peters het lokaal in.

"Studenten, neem plaats en pak jullie boeken!"

Ace draaide zich weer naar mij. Zijn ogen boorden zich in de mijne. "Dit gesprek is nog niet afgelopen," gromde hij dreigend, luid genoeg dat iedereen het hoorde. Fluisterende stemmen vulden het lokaal meteen, leerlingen die elkaar fronsend aankeken en fluisterden over wat er net was gebeurd.

"Ace Carter," zei Mr. Peters streng, "wat is hier net gebeurd? Waarom riep je zo naar Melissa?"

Ace negeerde hem compleet. Zonder een woord liep hij naar achteren, naar de plek waar een van zijn vrienden zat. Hij liet zich neerploffen alsof er niets gebeurd was.

De les begon, geloof ik over vulkanen, maar ik hoorde nauwelijks iets. Mijn gedachten waren overal behalve bij aardplaten en magma. Mijn ogen gleden onbewust naar Jordan, die stil naast me zat. Zijn blik rustte al die tijd op mij.

"Wat was dat allemaal?" vroeg hij eindelijk, zijn wenkbrauwen diep gefronst.

Hoe leg je zoiets kort uit? Ace Carter was geen simpel hoofdstuk in mijn leven; hij was het hele boek. Mijn jeugdvriend, mijn aartsvijand, degene die verantwoordelijk was voor al het gepest, degene die mijn leven zuur maakte sinds ik me kan herinneren. Agressief, jaloers, bezitterig. Hij gedroeg zich alsof mijn leven van hem was.

Ik haalde diep adem. "Lang verhaal," zei ik uiteindelijk.

Ik draaide mijn gezicht weg, wilde zijn blik niet langer voelen. Maar toen ik kort achterom keek, zag ik Ace. Zijn ogen waren op me gericht, ijskoud, woedend. Ik keek snel weg. Geen wonder dat ik me zo ongemakkelijk voelde.

Jordan kuchte hard, zodat ik hem aankeek. "Weet je," zei hij serieus, "je vriendje is behoorlijk jaloers." Zijn serieuze blik hield drie seconden stand, voor hij in lachen uitbarstte.

Ik beet op mijn lip om mijn eigen lach in te houden, maar het lukte nauwelijks. "Hij is mijn vriendje niet. Gelukkig!" riep ik kortaf.

Jordan schaterde harder. "Oké dan. Je ex misschien?"

Mijn ogen werden groot. "Hij was nooit mijn ex!" siste ik, maar mijn toon werd overstemd door mijn giechel.

"McCall!" De stem van Mr. Peters sneed door de klas. "Je verstoort de les. Vind je dit niet interessant genoeg?"

Jordan slikte zijn lach in en zuchtte overdreven diep. "Sorry, meneer Peters."

Een paar minuten heerste er stilte. Ik boog me dichter naar hem toe en fluisterde: "En voor de duidelijkheid, hij was ook mijn ex niet, sukkel."

Jordan schoot weer in de lach. Hard. Zijn schouders schokten, en ik moest meezuchten van het lachen.

"McCall! Dat was je laatste waarschuwing. Nablijven!" riep Mr. Peters gefrustreerd.

Jordan's lach verstomde onmiddellijk. Zijn gezicht werd leeg, dodelijk serieus. Hij keek strak naar voren, maar dat maakte het alleen maar grappiger. Ik barstte alsnog in lachen uit, mijn hand half voor mijn mond. Het hielp niet.

Jordan draaide langzaam zijn hoofd, keek me met diezelfde 'dode blik' aan, en toen was het voorbij. Ik lachte zo hard dat ik mijn adem kwijt was.

"Hale! Nablijven!" schreeuwde Mr. Peters.

Mijn lach verstomde op slag. Ik draaide me naar Jordan, die breed grijnsde alsof hij net de loterij had gewonnen.

"Bedankt voor je vrijwilligheid om samen na te blijven," fluisterde hij triomfantelijk in mijn oor.

Het volgende uur was een tussenuur. Helaas had Jordan wiskunde, dus ik zat alleen. En eerlijk? Ik miste hem. Het was vreemd, maar ik voelde me lichter in zijn gezelschap. Alsof ik eindelijk weer een vriend had. Iemand die me liet lachen. Iemand die het me makkelijker maakte.

Ik liep naar mijn kluis om mijn boeken te wisselen. Onze school had nog die oude kluizen met combinatiesloten. Ik draaide mijn code in: 52-4-12. Het deurtje klikte open. Ik gooide de boeken die ik niet meer nodig had naar binnen en pakte wiskunde en Spaans voor na de lunchpauze.

Ik sloot het kluisje, ritste mijn rugzak dicht, draaide me om—en bevroor.

Ace.

Hij stond pal voor me, zijn ogen vol woede. Voor ik kon reageren, duwde hij me hard tegen de kluis. Onze lichamen raakten elkaar, geen centimeter ruimte ertussen. Zijn hand plantte zich naast mijn hoofd, tegen het metaal. Hij boog zich voorover, zijn gezicht zo dichtbij dat ik zijn adem voelde.

Ik keek hem terug aan, al gierde mijn hart in mijn borst. Het bonkte zo hard dat ik het in mijn oren hoorde.

Zijn ogen brandden. Diep, fel, alsof er vuur in zat.

Hij boog nog dichterbij. Onze neuzen raakten elkaar bijna. Mijn adem stokte.

"Mellie," fluisterde hij, zijn stem laag en dreigend, "ik wil jou niet meer zien met hem in je buurt."

Zijn ogen glansden, een vreemde mengeling van woede en... iets anders. Iets wat ik niet meteen kon plaatsen.

En Mellie. Hij had die bijnaam al jaren niet meer gebruikt. Hij noemde me zo toen we vijf waren. De klank ervan maakte me blozen, tegen mijn wil in. Hij herinnerde zich het nog.

Maar zijn blik verhardde weer. "Blijf. Uit. Zijn. Buurt."

Hij rechtte zich langzaam en gaf me wat ruimte, al bleef zijn frons diep. Daarna draaide hij zich om en liep weg, zonder nog een woord te zeggen.

Ik bleef bevroren staan. Mijn rug tegen het koude metaal van de kluis, mijn adem gejaagd, mijn hart razend.

Wat. The. Hell. Is er net gebeurd?

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu