Ik zat op mijn bed en staarde naar mijn scheikundeboek. Over twee dagen stond er een toets gepland die voor dertig procent meetelde in mijn eindcijfer. Alleen... concentratie was vandaag een luxe die ik niet bezat. De schooldag had me aan alle kanten opengekloofd: te veel geluid, te veel blikken, te veel kleine steken die samen pijn deden.
Het begon al bij binnenkomst. Iemand stak een voet uit; mijn knie schampte de grond. Gelach barstte open als vuurwerk achter me. Ik hoorde palmen die tegen elkaar sloegen, high-fives die mijn schaamte ritme gaven.
Ik sleepte mezelf naar mijn kluisje om boeken te pakken. Toen ik eindelijk door de drukte heen was, leunde er iemand nonchalant tegen mijn kluis. James. De jongen met de stapels werk die ik voor hem moest maken, omdat hij anders "problemen" regelde.
Zuchtend liep ik op hem af. Hij had zijn armen gekruist en een brede, dunne grijns — zo'n soort die onder de huid kruipt.
"Ah, Nerd. Je bent er ein-de-lijk," drawlde hij, en de grijns werd alleen maar groter. Ik slikte een oogrol in.
"James, wil je even opschuiven? Je staat voor mijn kluis," zei ik zo rustig mogelijk. Frustratie toont zich later, had ik geleerd, of beter: helemaal niet. Alles heeft consequenties.
"Alleen op één voorwaarde," zei hij, de grijns inmiddels een masker. "Je maakt mijn geschiedeniswerkstuk."
Ik zuchtte hardop. Geen tijd. De komende dagen zaten vol toetsen. Mijn eigen cijfers telden ook. Ik keek hem recht aan. "I-ik heb g-geen t-tijd," hakkelde ik. Waarom stokt mijn stem juist nu? Het vuur in zijn ogen laaide op. Ik kneep mijn ogen dicht, klaar voor wat komen ging.
"Oké," zei James.
Mijn ogen schoten open. "Oké?" vroeg ik, half wantrouwig. Zijn glimlach was zo netjes dat hij nep leek, een sticker op een vuist.
Hij stapte opzij. Ik opende mijn kluis. Op datzelfde moment duwde hij me keihard. Mijn rug ving de klap niet eens op; ik lag al op de grond. De koude tegel sneed door mijn jeans.
Ik keek omhoog. James torende boven me, voor één keer zonder die arrogante schijn; nu stond er iets donkers in zijn gezicht, iets dreigends.
"Volgende keer ben je een good girl en ga je meteen akkoord," siste hij, laag. Hij gooide een verfrommeld papiertje naar me en liep weg alsof hij de pauze had gewonnen.
Ik vouwde het open. De geschiedenisopdracht.
De rest van de dag denderde in dezelfde toonaard door. Geduw in gangen. Fluisterend gif vlak achter mijn rug. "Nerd." "Trut." "Kijk hoe ze loopt." Af en toe opnieuw dat struikelen, alsof mijn voeten nooit helemaal van mij waren.
Terug op mijn bed had ik net één bladzijde scheikunde doorgeworsteld toen het beneden losbarstte. Geschreeuw, woorden als vuistslagen. Ze waren weer aan het bekvechten.
Ik klemde mijn kaak op elkaar en boog me over de structuurformules. Concentratie. Niet luisteren. Niet denken. Maar het lawaai kroop toch naar mijn kamer. "Hoe dúrf je!" schreeuwde mijn moeder. Een paar seconden later: iets brak. Glas, vermoedelijk. Duizend stukjes klonken als regen.
Mijn maag trok samen. Ik kende dit scenario. De ruzies waren oud; ze groeiden alleen maar in volume mee. Jarenlang ging het over hetzelfde: mijn vader die zijn werk belangrijker vond dan wij. De laatste tijd kwam hij steeds later thuis. Ook vandaag.
"Ik kan je niet uitstaan!" brulde mijn moeder. Haar stem klonk schor, gedragen door iets dat erger was dan boosheid: teleurstelling. Weer een knal, nog meer scherven.
JE LEEST
IMAGO
Fiksi Remaja"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
