40

236 7 0
                                        

"MEL, WAAROM VERSTOP JE JE DAAR NOG? KOM!" Jordans stem sneed door de muur van harde muziek heen. Hij klonk opgewonden, bijna hysterisch, maar door de dreunende bassen klonk hij ook vervormd. Ik zat gehurkt in een veel te krappe kast, met mijn knieën tegen mijn borst gedrukt en mijn handen over mijn oren. Het enige dat ik nog scherp zag waren Jordans stomme konijnenoren, die me uitdagend tegemoet wipten toen hij zich naar me toeboog.

Ik schudde mijn hoofd fel. "Laat me, Jordan," mompelde ik, al wist ik dat hij me niet kon horen. Zijn frons verried dat hij mijn opstandigheid niet accepteerde. Hij stapte dichterbij, boog zich voorover en greep zonder pardon mijn pols.

"KOM OP, MEL." Zijn stem was nu vlak bij mijn oor, doordringend, alsof er geen enkele onderhandeling mogelijk was. Voor ik protest kon laten klinken, trok hij me uit de kast, dwars door de stroboscooplichten en de rookmachines, recht de dansende mensenmassa in. Mijn jurk — een gênante sneeuwwitjejurk die ik nóóit zelf had gekozen — bleef ergens achter een kastdeur haken, maar Jordan trok zo hard dat de stof losschoot.

"JORDAN, LAAT ME LOS!" riep ik, mijn stem hoger dan ik wilde. Met mijn vrije hand bedekte ik mijn gezicht, alsof dat iets uit zou maken met al die mensen die me voorbijgluurden. "Ik wil niet dat anderen me zien!" Het voelde alsof de hele zaal naar me keek, ook al wist ik dat de meesten te dronken of te druk bezig waren om aandacht aan mij te besteden.

Jordan draaide zich om, zijn speelse glimlach glinsterde in het licht van een plastic pompoen. "Doe niet zo kinderachtig, Mel," lachte hij.

"En dat moet jij zeggen," mompelde ik terug, zacht genoeg dat hij het in de herrie niet kon verstaan.

Het was 30 oktober. Halloween. Normaal gesproken mijn lievelingsavond van het jaar. Een nacht van horrorfilms, popcorn en duistere rituelen die ik altijd met Ace deelde. Maar dat was vroeger. Tegenwoordig vond Ace feestjes belangrijker, belangrijker dan onze traditie, belangrijker dan... ons. Ik slikte die bittere gedachte weg.

Jordan manoeuvreerde me naar een tafel waar iemand tegen de muur stond, bedekt met een wit laken en twee slordig geknipte gaten voor ogen. Een spook. Hij hield een beker in zijn hand en zwaaide loom naar ons.

Ik leunde naar Jordan toe en fluisterde, bijna paniekerig: "Wie is dat?"

Jordan knikte enthousiast naar de figuur. "Kom op, je kent hem wel."

Het spook zwaaide nog een keer. Toen ik in die twee donkere gaten keek, zag ik het: diep oceaanblauwe ogen die ik uit duizenden herkende. Mijn hart sloeg een slag over.

"Ace?" Mijn stem sloeg over, half een gil, half een vraag. Ik rukte mijn hand los van Jordan en liep naar hem toe.

"De enige echte!" riep Ace met overdreven dramatiek. Hij spreidde zijn armen wijd alsof hij een knuffel wilde aanbieden, maar door het laken zag het er eerder lachwekkend uit. Ik rolde mijn ogen en sloeg met vlakke hand tegen zijn buik.

"Oef!" kreunde hij gespeeld, hoewel ik hem duidelijk pijn had gedaan.

"Dat komt ervan dat je loog," beet ik hem toe, en ik griste zonder schaamte de beker uit zijn hand. De vloeistof smaakte bitter en brandde een beetje in mijn keel. Bah.

Ik draaide me om naar Jordan en boorde mijn wijsvinger in zijn borst. "En dit is allemaal jouw schuld! Jij hebt me gedwongen deze belachelijke jurk aan te trekken!"

Jordan sloeg mijn hand weg en trok een gezicht alsof hij iets onuitsprekelijk onhandigs had gezegd. "Soms denk ik dat je altijd ongesteld bent," mompelde hij. Zijn ogen werden meteen groot en hij sloeg een hand voor zijn mond.

Ik keek hem ijzig aan. "Wacht maar, Jordan. Wacht. Maar."

Ace strompelde ondertussen overeind, zijn hand nog op zijn buik. "Moest je nou zo hard slaan?" kreunde hij.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu