De warmte drukte tegen mijn huid alsof de dekens me vasthielden; een zachte val waarin ik vrijwillig bleef liggen. Mijn bed was een wolk, een kuil van katoen waaruit ontsnappen voelde als verraad. Achter mijn oogleden brandde licht. De zon moest precies tussen de gordijnen door een wig gevonden hebben, want telkens als ik me dieper onder het kussen wilde verstoppen, prikte er nog zo'n bijtende straal. Ik kneep mijn ogen nog harder dicht en ademde traag—alsof ik met pure wilskracht de ochtend kon wegduwen.
"Melissa, baby."
De stem was laag en dichtbij. Vlakbij. Mijn hart gaf een onverklaarbaar sprongetje, maar mijn brein lag nog meters achter. Ik mompelde iets wat "nee" had moeten zijn en rolde half op mijn buik, kussen over mijn oor. Als ik stil genoeg bleef liggen, verdween de wereld meestal vanzelf.
"Word wakker."
Het klonk niet streng, eerder gevaarlijk zachtaardig. Warmte streek langs mijn oor; lippen die net niét raakten, adem die wél raakte. De huid achter mijn oor tintelde als gek. Een seconde later schoot mijn hele lichaam overeind, alsof iemand een onzichtbare emmer ijswater over me heen had gegooid.
"God, Ace! Doe dat nóóit meer!"
Hij zat op de rand van mijn bed en lachte in stilte—die brede, schaamteloos zelfvoldane grijns waar ik eigenlijk een hekel aan had, behalve op de momenten dat ik hem mooi vond. Zijn haar was een chaos van donkere plukken, alsof hij zelf net uit een droom gevallen was. "Waarom niet?" vroeg hij met gespeelde onschuld. "Je wordt zo schattig rood."
Alsof mijn wangen gehoorzaamden aan zijn woorden, trok de hitte omhoog. Ik gooide het deken naar hem toe, sprong uit bed en plantte mijn hand tegen zijn schouder. Hij wiebelde expres overdreven achteruit—niet eens uit balans—en ik stoof langs hem de badkamer in.
"Je bent echt een sukkel, Ace!" riep ik over mijn schouder. Zijn lach kaatste tegen de muren terug en volgde me de badkamer in.
De douche was korter dan mijn zenuwen. Koud water dat de brand op mijn huid niet doofde, wel wakker maakte. Terwijl ik met een handdoek door mijn haar woelde, klopte hij op de deur.
"Mellie," zei hij op de toon van iemand die al te veel geduld verzameld had, "de eerste les begint over tien minuten."
"WAT?" De echo sloeg tegen het tegelwerk terug. Mijn spiegelbeeld staarde me aan: grote ogen, verstuikte planning. Daar ging mijn zorgvuldig opgebouwd imago van 'altijd op tijd, altijd op orde'.
"Uhm, we hebben over tien minu—"
"JA! Dat wéét ik nu!" Ik rukte de deur open. Hij leunde ontspannen tegen de deurpost met mijn rugtas in zijn hand en die stomme grijns op zijn gezicht, alsof dit alles hem persoonlijk amuseerde. Ik griste de tas uit zijn vingers, ramde mijn voeten in sneakers die nog half open stonden en beende de gang op.
"Mellie, waarom ben je boos?" Zijn stem klonk hier en daar geamuseerd; ik voelde zijn glimlach zonder te kijken. "Jij was degene die niet wilde opstaan."
"Hou je mond, Ace. Je helpt vandaag níét," beet ik hem toe. Inwendig tikte ik mezelf op de vingers om geen facepalm te doen—die had ik al te vaak pijnlijk uitgevoerd. "Kunnen we gaan?"
"Zoals U wenst, prinses." Hij boog overdreven, zette de voordeur voor me open en trok er een bekakt accent bij dat me tegen wil en dank een micro-glimlach ontfutselde. Ik liep langs hem naar buiten alsof ik het niet merkte.
Buiten rook naar nat asfalt en vroege herfst. In de straat glansden auto's in een waterige zon; hun ruiten gaven de lucht terug in rafelige stukken. Ace trok de deur van zijn zwarte Opel open en fluitte zacht een melodietje dat ik niet herkende. In de auto hing die typische mengeling van leer, zijn aftershave en een vage noot van kauwgom—zijn geur. Veilig en irritant tegelijk.
JE LEEST
IMAGO
Tienerfictie"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
