11

490 24 2
                                        

Er zijn inmiddels een paar dagen voorbij sinds mijn kleine incidentje met Abigaïl. Alles kabbelt weer voort. Ja, ik krijg nog steeds vuile blikken, maar die negeer ik. Ze zijn de moeite niet waard. Dat zeg ik mezelf tenminste, elke dag opnieuw.

Met Alex heb ik nog steeds geen afspraak gemaakt voor onze biologie-opdracht. Eerlijk gezegd interesseert het me niet. Liever werk ik alleen, dan dat ik zijn arrogante kop moet verdragen. Ik zie al genoeg irritante mensen op een dag.

Nog een paar uur, dan ben ik weer vrij. Gelukkig was het lunchpauze – drie kwartier broodnodige rust.

Jordan en ik liepen met onze dienbladen richting "onze" tafel, ver weg van de rest. Zijn bord spaghetti dampte nog. Het zag er... nou ja, laten we zeggen: dubieus.

Ik trok mijn neus op. "Jordan, dit ga ik écht niet eten. Zelfs mijn kat zou het laten staan."

Hij keek me droog aan. "Je hébt geen kat."

"Pretbederver!" zei ik theatraal, half schreeuwend. Een paar hoofden draaiden onze kant op, maar ach – ze kijken me toch elke seconde alsof ik een alien ben. "Maar stel dat ik wél een kat had, dan nog zou die dit niet aanraken."

Jordan rolde met zijn ogen, prikte zijn vork in de slierten en bracht een hap naar zijn mond. Ik trok een gezicht alsof hij rattenvergif ging inslikken.

"Ga je serieus je leven riskeren?" vroeg ik doodserieus, mijn wenkbrauwen hoog.

Hij nam een hap. Zijn ogen werden groot. "Het is... lekker?" Het klonk alsof hij zichzelf probeerde te overtuigen.

Ik schudde mijn hoofd, grijnzend. "Wat zei ik nou? Kijk om je heen, Jordan. Niemand eet dit spul." Hij begon er al misselijk uit te zien.

Hij schoof zijn dienblad weg, gefrustreerd. Ik nipte aan mijn chocolademelk en moest mijn lachen inslikken.

"Ga je het niet opeten? Maar je vond het toch 'lekker'?" zei ik onschuldig, terwijl ik bijna dubbelklapte om zijn gezicht.

"Mel, probeer je grappig te zijn?" Hij trok een wenkbrauw op.

Ik keek naar mijn horloge. "Oh Jordan..." zuchtte ik overdreven. "Ik bén grappig." Ik knipoogde en grijnsde breed. "Oeps, kijk nou hoe laat het is—"

Hij keek verward. "Tijd om een horloge te dragen?"

Ik sloeg mijn hand tegen mijn voorhoofd. "Jordan..."

"Je bent echt een oen," zei ik, opstaand en mijn rugzak omhangend. "Het is tijd om naar de les te gaan."

Ik zei hem gedag en liep de trap op. Twee verdiepingen omhoog. Geweldig. En dan biologie ook nog. Ik had bijna verdrongen dat ik daar met Alex moest samenwerken. Ik gaf mezelf de tweede facepalm van de dag. Ik moet daar écht mee ophouden.

Mijn telefoon trilde.

Jordan: Stop met jezelf facepalmen. Straks loop je rond met een rode afdruk op je voorhoofd.
Melissa: En hoe weet jij dat?
Jordan: Je aura verraadt je.
Melissa: Wat ben je, helderziend?
Jordan: Was het maar zo. Nee, ik zie je gewoon lopen naar je lokaal.
Melissa: Oké... -_-
Jordan: Heb les in dezelfde gang. Duh.
Melissa: OK... -_-
Jordan: Ga je dat blijven doen?
Melissa: OK... -_-
Jordan: En ík ben kinderachtig, zeker.
Melissa: OK... -_-
Jordan: Mijn les begint. En OK jezelf!

Ik grijnsde. Stilte. Eindelijk rust.

Bij biologie was het lokaal weer leeg toen ik binnenkwam. Mijn vaste plek bij het raam voelde veilig. Langzaam druppelden de anderen binnen. Alex ook. Hij liep naar zijn vrienden. Gelukkig.

Totdat Mrs. Jones met een donderstem de klas toesprak: "Studenten! Ga naast je partners zitten. Geen gezeur."

Ik staarde koppig uit het raam, naar de voorbijrazende auto's. Totdat er een stoel naast me werd verschoven. Ik draaide mijn hoofd en trof een grijnzende Alex.

"Zo, nerd. Biologie, hè?" Zijn stem was laag, spottend.

Ik keek hem strak aan. "Je weet dat ik een naam heb, toch?" Mijn stem was ijzig.

Hij deed alsof hij diep nadacht. "Laat me raden... Melanie?"

Ik keek hem aan alsof hij knettergek was. "Lijk ik op een Melanie?"

Hij grijnsde breed. "Nee. Daarvoor ben je te gemeen."

"Ouch," zei ik, mijn hand dramatisch op mijn hart. "Die kwam hard aan, White. Je hebt me diep geraakt."

Hij lachte luid. "Melissa, jij bent echt een klojo."

"Eej!" Ik fronste. "Je kende mijn naam dus wél? Waar sloeg dit hele toneelstuk dan op?"

Hij wees naar mijn boek. "Etiketje."

"Wijsneus." Ik zuchtte.

Ik pakte de opdracht. "Onze taak: de bloedsomloop. Werkstuk én presentatie."

"Bla bla bla," onderbrak hij ongeïnteresseerd. "Wanneer beginnen we?"

Ik gaf hem een vieze blik en dook in mijn boek. Hij begon met zijn stoel te wippen. Irritant.

Na een paar minuten begon hij weer. "Kom op, nerd. Ga je me de hele tijd negeren?"

Ik negeerde hem. Talk to the hand.

Hij porre in mijn arm. "Neeeerd."

Ik klemde mijn kaken op elkaar.

Hij porre opnieuw. "Neeeerd."

Elke keer dat hij het zei, volgde er een prik. Ik bleef stil. Tot hij in mijn zij prikte.

"Alex!" riep ik uit, fel, mijn gezicht rood. De hele klas keek om. Natuurlijk lachte hij zich kapot.

"Je gezicht!" gierde hij.

"Oh, houd je mond. Wat wilde je nou eigenlijk zeggen?"

Hij haalde zijn schouders op. "Vergeten." Hij pakte zijn tas en stond op. "O ja, voor ik het vergeet: na je laatste uur. Bij mijn auto." Hij knipoogde en liep weg.

Ik rolde mijn ogen. Omsingeld door idioten.

De bel ging. Mrs. Jones zei niets over zijn vertrek. Natuurlijk niet.

Ik pakte mijn spullen en sjokte naar mijn laatste les van de dag. Gym. Oh joy.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu