De kou beet in mijn wangen terwijl ik de straat overstak. Mijn adem vormde kleine wolkjes die meteen oplosten in de winterlucht. Het was vrijdag, maar het voelde allesbehalve gewoon. Sinds gisteren had ik Alex niet meer gezien of gesproken. Mijn telefoon stond vol met onbeantwoorde berichten en gemiste oproepen. Elk keer dat ik zijn naam op mijn scherm zag zonder een antwoord terug te krijgen, kneep mijn hart zich iets verder samen.
Ik kon het niet accepteren dat hij zomaar zou vertrekken, zonder iets te zeggen. Niet tegen mij. Daarom stond ik nu voor het huis van de White-familie, mijn vingers verkrampt in mijn jaszakken terwijl ik twijfelde of ik wel had moeten komen.
De voordeur ging open en Peter verscheen in de deuropening. Even voelde ik opluchting – een vertrouwd gezicht – maar die verdween al snel toen ik hem goed bekeek. Zijn huid was flets, bijna doorschijnend, en de donkere kringen onder zijn ogen verrieden dat hij nachtenlang geen rust had gehad. Het maakte me onrustig; Peter was normaal degene die stabiliteit uitstraalde, een soort ongeschreven anker in Alex' familie.
"Peter... weet je misschien waar Alex is?" vroeg ik met een aarzelende glimlach, alsof ik de spanning van de lucht probeerde te halen.
Hij knipperde met zijn ogen, alsof hij mij pas na een paar tellen echt herkende. Toen veranderde zijn gezicht — van verrassing naar pure bezorgdheid. "Oh, god..." Hij bracht een hand naar zijn gezicht en begon zijn hoofd te schudden. Zijn ogen, rood en vochtig, vingen de mijne. "Melissa, we weten het niet. Zijn koffer is weg, maar hij is gisteren niet thuisgekomen. Niemand heeft hem gezien."
Mijn maag trok samen. Het was alsof de vloer onder mijn voeten even wegzakte.
"Ik maak me zoveel zorgen," mompelde Peter, zijn stem brak. Zijn handen trilden licht en toen draaide hij zich abrupt om, alsof hij het gewicht van mijn blik niet langer kon verdragen. Ik hoorde de haastige voetstappen in de gang, en daarna het geluid van kokhalzen. De stress had letterlijk zijn lichaam gevonden.
"Peter..." fluisterde ik, terwijl ik achter hem aanliep. Ik vond hem voorovergebogen, steun zoekend tegen de muur. Ik legde mijn hand voorzichtig op zijn rug. "Rustig ademen... het komt goed." Terwijl ik het zei, voelde ik zelf mijn hart in paniek bonken. Want hoe kon ik hem geruststellen als ik zelf geen enkel idee had waar Alex was?
Mijn hoofd tolde. Waar zou hij heen zijn gegaan? Zou hij zijn vlucht gewoon hebben gehaald, zonder iemand in te lichten? Nee. Dat paste niet bij hem. Niet bij de Alex die ik kende.
Ik slikte moeizaam. "Peter... hoe laat vertrekt zijn vlucht?"
Hij hief langzaam zijn hoofd en keek me aan met ogen die glansden van vermoeidheid en wanhoop. "Over twee uur. Maar hij gaat niet vertrekken, Melissa. Dat zou hij nooit doen. Niet op deze manier." Zijn stem klonk wanhopig zeker, alsof hij zichzelf probeerde te overtuigen.
Ik knikte zwak, maar diep vanbinnen vertrouwde ik zijn woorden niet. Er was te veel chaos, te veel onduidelijkheid.
Voordat ik verder kon vragen, ging de bel. Peter sprong overeind alsof de redding zelf voor de deur stond. Hij haastte zich naar de hal, en ik volgde. Mijn hart bonsde sneller. Zou het Alex zijn?
Maar toen de deur openzwaaide, zakte mijn hoop ineen. "James?"
Hij stond daar, zijn handen diep in zijn jaszakken, zijn ogen gefixeerd op de grond. Zijn hele houding straalde iets zwaars uit. Er klopte iets niet.
"Is ze veilig? Heeft ze nu meer beveiliging?" vroeg Peter direct, bijna zonder adem te halen. Zijn stem trilde van spanning.
Ik fronste en keek van Peter naar James. "Wie...?" begon ik, maar James bewoog niet, keek niet op. Hij leek gevangen in zijn eigen gedachten.
JE LEEST
IMAGO
Novela Juvenil"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
