3

756 26 1
                                        

De weg naar huis voelde eindeloos. Eerst de bus, een rit van dertig minuten die door alle tussenstops dubbel zo lang leek. En alsof dat nog niet genoeg was, stopt hij natuurlijk niet bij mijn straat, maar een paar blokken verder. Vijftien minuten lopen, door de regen die vandaag zonder genade uit de lucht viel. Pijpenstelen. Ik heb niets tegen regen, zolang ik binnen kan blijven. Maar nu, druipend en chagrijnig, voelde het alsof de hemel persoonlijk tegen me samenspande.

Toen ik eindelijk ons huis bereikte en de voordeur opende, viel mijn oog op een auto die op de oprit stond. Een onbekende. Mijn maag draaide zich om. Het was zeldzaam dat er zomaar iemand bij ons stond.

Ik sloot de deur achter me, schopte mijn schoenen uit en liet mijn schooltas met een plof op de grond vallen. Gelukkig zaten er nog geen boeken in. "Ma, ben je thuis?" riep ik, terwijl ik richting de keuken liep.

Ik wilde net vragen van wie die auto was, toen mijn stem vastliep. Mijn moeder stond daar. Niet alleen. Een man hield haar bij haar middel vast, intiem, alsof hij daar thuishoorde.

Ze schrok, maakte zich los en draaide zich naar mij toe. Haar wangen kleurden rood, alsof ik haar op heterdaad had betrapt. "Melissa, heey... hoe was school?" Haar stem trilde licht.

Ik kneep mijn ogen samen. School was fantastisch, zoals altijd. Bedankt voor het vragen.
"Ik ga naar mijn kamer," zei ik vlak, en voor ze kon reageren, stormde ik de trap op. Mijn hoofd bonsde. Alles in mij wilde verdwijnen.

In mijn kamer draaide ik de deur op slot en liet me zwaar op mijn bed vallen. Mijn adem ging snel, mijn hart klopte te luid. Ik sloot mijn ogen even, maar dwong mezelf ze weer te openen.

Laat me iets uitleggen. Het is niet alsof mijn moeder vreemdgaat. Mijn ouders zijn al twee jaar officieel gescheiden. Mijn vader zie ik nog af en toe, maar het contact is minimaal. De laatste keer was maanden geleden. Hij stuurde me een kaartje voor mijn zeventiende verjaardag. Uit Japan. Altijd onderweg, altijd ver weg. Zijn werk als zakenman had hem langzaam maar zeker uit ons leven gewist.

En toch... ondanks alles, kan ik de scheiding nog steeds niet volledig accepteren. Twee jaar is blijkbaar niet genoeg. Ik had hen altijd samen gezien: verliefd, lachend, bijna onbreekbaar. Dat beeld zat diep in mijn geheugen gegrift. Het gaf me vroeger rust. En toen, plots, was het weg. Mijn wereld stortte in en ik viel in een gat waar ik moeilijk uitkwam. Depressief. Afgesloten.

Net nu ik voorzichtig begon te wennen aan het idee dat ze nooit meer samen zouden komen... stond daar een onbekende man in onze keuken. Met mijn moeder.

Mijn blik viel op de knuffel die naast mijn kussen lag. Mr. Snuffie. Mijn hele leven al bij me. Een wat versleten, pluizige beer met grote bruine ogen. Kinderachtig misschien, maar de enige constante in mijn leven.

Een herinnering schoot door me heen. Ace. Ja, die Ace. We zijn in dezelfde maand geboren, hij twee weken eerder. We hadden ooit allebei dezelfde beer gekregen. De mijne met bruine ogen, de zijne met blauwe. We speelden samen met die knuffels. Vroeger. Zou hij die van hem nog hebben?

Ik wilde mijn ogen sluiten en eindelijk slapen, toen geklop op mijn deur me terugtrok naar de werkelijkheid. Natuurlijk. Rust is te veel gevraagd.

"Melissa, doe de deur open. Ik wil met je praten," klonk de stem van mijn moeder.

Ik draaide me om, trok mijn kussen over mijn hoofd. Misschien zou ze weggaan. Maar nee, de klop veranderde in een bonk.

"Melissa, ik weet dat je niet slaapt! Doe die deur open. Nu." Haar stem klonk scherp.

Met tegenzin stond ik op, draaide de sleutel om en opende de deur. "Wat is er?" vroeg ik, mijn stem kil. "Ik wilde net slapen."

"Geen grote mond," zei ze kort. "Ik wilde je aan iemand voorstellen, maar je rende weg. Hij is inmiddels naar huis." Haar ogen vulden zich met teleurstelling.

Even voelde ik een steek van schuld. Misschien was ik te hard. Ze was al twee jaar alleen. Misschien verdiende ze iemand nieuws. Maar dat betekende niet dat ik hem meteen hoefde te accepteren.

Ik knikte zwijgend. Ze begreep het, denk ik, want ze zei zacht: "Avondeten is over tien minuten klaar." Daarna liep ze weg.

Tien minuten later zat ik tegenover haar aan tafel. De spaghetti dampte nog. We aten in stilte, alleen het bestek klonk hard in de kamer. Tot zij die stilte brak.

"En, hoe was je eerste schooldag?"

Ik keek haar zonder emotie aan. "Geweldig." Ik nam een hap.

"Melissa..." Ze aarzelde. "Hij is niet zo slecht als je denkt."

Mijn vork bleef halverwege hangen. "En wie zegt dat ik iets tegen hem heb? Ik ken hem nauwelijks. En ik wil hier niet over praten."

Ik schoof mijn stoel naar achteren, stond op en trok mijn jas en schoenen aan. Mijn telefoon zat al in mijn zak. Ik had frisse lucht nodig.

De volgende dag.

Bij mijn kluisje hoorde ik een stem naast me. "Heey Melissa, ga je me nog een rondleiding geven?"

Ik sloot mijn ogen even. Jordan. Natuurlijk. Ik had hem bijna verdrongen.

"Tuurlijk," zei ik, mijn stem druipend van sarcasme. Om het af te zwakken, forceerde ik een glimlach die nergens echt op leek.

"Beetje positiever, Mel," grijnsde hij. "Zo leren we elkaar beter kennen. Mag ik je Mel noemen?"

"Nee." Kort en fel.

"Waarom niet? Vrienden geven elkaar bijnamen. En jij bent mijn eerste vriend hier."

Ik trok mijn wenkbrauwen op. "En wie zegt dat we vrienden zijn?"

Zijn grijns werd alleen maar breder. "Kom op, sinds gisteren zijn we maatjes. We hebben zelfs samen getekend. Ben je dat nu al vergeten?"

Ik keek hem met ongeloof aan. Meende hij dit serieus? Ik had geen energie voor deze discussie. "Wat jij wilt, Jordan," mompelde ik.

Zijn ogen twinkelden triomfantelijk. "Kom, naar de eerste verdieping. Jij wilde me toch zo graag rondleiden?"

Ik rolde mijn ogen, draaide me om en liep richting het trappenhuis. Hij volgde me, grinnikend, alsof hij precies wist hoe hij me op de zenuwen kon werken.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu