7

585 24 4
                                        

Ik liep mijn straat uit met mijn telefoon tegen mijn oor gedrukt. Voor de tweede keer probeerde ik Jordan te bellen, maar weer geen gehoor. Eerst was hij nergens te vinden bij de kluisjes, en nu nam hij zijn telefoon ook al niet op.

Ik zuchtte. Wat is er met hem?

Nog één poging, besloot ik. Het ging over tot...

"Hellllooooo!!!" klonk zijn stem ineens.

Opluchting schoot door me heen. "Hey, Jord—"

Maar ik werd al onderbroken.

"Je spreekt met Jordan McCall. Ik ben momenteel niet beschikbaar, omdat ik mijn unicorn aan het voeren ben. Spreek een bericht in na de pieeeeeeeep."

Ik trok mijn telefoon van mijn oor, mijn ogen half dichtgeknepen. Serieus?
"Jordan, je oen. Waar ben je?!" siste ik, en hing gefrustreerd op.

De regen begon harder neer te kletteren. Ik kon hier niet eeuwig buiten blijven staan. Ik moest iets doen om mezelf bezig te houden — en warm te blijven.

Opties:

Naar het winkelcentrum.

Een ijsje halen bij Jamie's.

Naar de Carters.

Optie één viel meteen af. Het winkelcentrum was vijf kilometer verderop, en ik had geen zin om mijn middag te verpesten met leeghoofdige klasgenoten die daar altijd rondhingen.

Optie drie was nog belachelijker. Alsof ik vrijwillig Ace' huis binnenstapte. Dat was vragen om problemen.

Dus bleef er maar één optie over. Jamie's ijsjes. Het maakte me niet eens uit dat het buiten koud was en ik met een ijsje in mijn hand zou lopen. Jamie's pistache en kokosijs kon alles goedmaken.

De ijssalon lag maar een paar straten verder. Zodra ik binnenstapte, rinkelde het vertrouwde belletje boven de deur. Dat geluid alleen al liet mijn humeur wat opklaren.

"Hey, Mellie," klonk Jamie's stem achter de toonbank. Zijn glimlach was warm, zoals altijd.

Als kind kwamen Ace en ik hier vaak samen. Jamie kende ons nog van toen. Voor mij was hij meer dan alleen de ijsverkoper; hij was iemand die er was toen ik iemand nodig had om mee te praten, vooral na de scheiding.

"Hey, Jamie," zei ik, en voelde hoe mijn glimlach vanzelf breder werd.

"De gewoonlijke?" vroeg hij, zijn wenkbrauw opgetrokken.

"Nope. Vandaag wordt het chocolade," zei ik vastberaden. "Doe er ook pistache en kokos bij. Drie bollen vol geluk."

Jamie lachte zacht. "Pittige dag, Mellie?"

Ik rolde met mijn ogen. "Je moest eens weten."

Even later zat ik met mijn ijs bij het raam. Het begon buiten harder te regenen, de druppels gleden in dikke strepen langs het glas. Ik nam een hap en sloot mijn ogen. Voor even voelde het licht.

Totdat ik de stem hoorde die ik het liefst nooit meer wilde horen.

"Kijk nou eens aan. Wat doet ons kleine nerdje hier?"

Ik verstijfde. Natuurlijk. Ace. Alsof mijn dag niet al genoeg verpest was.

Ik keek op, mijn blik scherp. "Wat moet je, Ace? Of wil je weer zitten staren? In dat geval: drie tafels verderop is nog vrij."

Hij grijnsde onschuldig. "Zo, Melissa. Ik zie dat jij vandaag je dag niet hebt."

"Vind je het gek? Ik moet elke dag jouw lelijke kop zien, altijd fronsend in mijn richting."

"Ouch." Hij legde een hand dramatisch op zijn borst. "Dat kwam hard aan. Ik wist niet dat je zo gemeen kon zijn."

Ik antwoordde niet en concentreerde me op mijn ijs. Mijn rust werd opnieuw onderbroken toen hij vroeg: "En waar is je nieuwe vriendje eigenlijk?"

Ik keek hem strak aan. Natuurlijk fronste hij weer. "Hij ís mijn vriendje niet. We zijn gewoon vrienden. Serieus, moet je niet ergens anders zijn? Je verpest mijn aura hier. En stop eens met fronsen, Ace. Je krijgt er rimpels van."

Hij zweeg een moment, zijn ogen rustten onheilspellend op mij. Toen sprak hij zachter, bijna serieus. "Chocolade, hè? Is er iets?"

Zijn blik was anders nu. Niet plagerig. Niet sarcastisch. Onderzoekend. Alsof hij me probeerde te lezen.

Ik voelde mijn keel dichtknijpen. Waarom voelde het ineens alsof ik hem kon vertrouwen? Alsof hij — van alle mensen — degene was die wist hoe ik me voelde?

"Uhm..." Ik kreeg het warm. Mijn handen trilden terwijl ik mijn ijsje vasthield. "Ik weet niet of ik het kan zeggen." Ik keek naar beneden, alsof mijn vingers plotseling het interessantste op aarde waren.

"Heeft die gozer iets gedaan?!" Zijn stem klonk scherp, fel.

Ik keek op. Zijn ogen brandden in de mijne. Waarom reageerde hij zo fel? Waarom ging dit steeds over Jordan?

"Nee, Ace." Mijn stem klonk harder dan ik had gewild. "Het gaat over mijn moeder, oké?" Ik keek weg, boos op mezelf dat ik dit überhaupt had laten ontsnappen. Ik pakte mijn tas en stond op. "Ik ga naar huis. Ik heb geen zin om met jou te praten."

"Melissa, je kunt niet in de regen naar huis lopen. Je vat kou." Zijn stem klonk dit keer... te serieus.

Ik snoof. "En dat boeit jou, omdat?"

Hij zei niets. Zijn blik verhardde. Toen sprak hij langzaam, dreigend: "Melissa, ik ga hier geen discussie over voeren. Het kan me geen moer schelen dat je koppig doet. Ik rijd je naar huis."

Ik kende die toon. Het was zinloos om tegen te stribbelen. Als Ace écht boos was, won hij altijd.

Dus knikte ik kort en volgde hem.

De autorit voelde beklemmend. Ik zat naast hem, mijn tas stevig tegen me aangedrukt. Hij startte de motor en reed weg. Het geluid van de ruitenwissers vulde de stilte. Mijn hart klopte onrustig.

Ik moest het iemand vertellen. Ik kón dit niet langer voor me houden.

"Uhm... Ace," begon ik zacht.

Hij keek even mijn kant op. "Ja, Melissa?" Zijn toon was vlak, maar er zat iets onheilspellends in.

Ik kneep mijn armen om mijn tas, alsof die me kon beschermen. "Vergeet het maar," mompelde ik. God, waarom begin ik hier überhaupt over?

Hij zuchtte. "Als dit over je moeder gaat... je kunt me alles vertellen." Zijn stem was laag, kalm. Dat maakte het alleen maar enger.

Ik beet op mijn lip. Mijn adem stokte. Toen kwam het eruit, zacht maar gebroken: "Maandag... zag ik een man bij ons thuis. Een onbekende. Hij hield mijn moeder vast. Ik denk dat hij haar nieuwe vriend is. En ik... ik heb ruzie met haar gehad." Mijn stem brak.

Ace knikte langzaam, alsof hij het al wist. "En je was bij Jamie's, omdat die man nu weer bij jullie thuis zat?"

Mijn ogen werden groot. Het was alsof hij mijn gedachten kon lezen. "Ja," fluisterde ik, en draaide mijn hoofd naar het raam. De regen leek harder te vallen.

"Mellie," zei hij zacht, "misschien moet je hem een kans geven. Je moeder is al jaren alleen. Denk je niet dat ze zich soms eenzaam voelt?"

Ik draaide mijn hoofd naar hem. Woede schoot door me heen. "Hoe dúrf je dat te zeggen? Jij hebt geen idee hoe dit voor mij is. Hoe het voelt om iemand vreemds in mijn huis te zien!" Mijn stem trilde van boosheid.

Ace keek me geschrokken aan, zijn ogen wijd. Hij had dit niet verwacht.

Ik rukte de deur open zodra hij de auto parkeerde. "Bedankt voor de lift. Maar ik had liever natgeregend dan hier met jou te zitten." Ik sloeg de deur dicht, harder dan bedoeld.

Toen ik me omdraaide, zag ik hem. De auto. Dezelfde vervloekte auto. Alweer.

Mijn maag kromp samen. Drama wachtte me op in dat huis, of ik wilde of niet.

Ik balde mijn vuisten, zette mijn kraag omhoog en liep naar de voordeur. Welkom thuis, Melissa. Unicorns en regenbogen gegarandeerd.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu