44

167 7 2
                                        

De sneeuw daalde zachtjes neer, witte vlokken die als dansende schimmen door de lucht zweefden en het schoolplein langzaam in een wintertapijt veranderden. Mijn blik was al lang niet meer bij de les. Het monotone gebrabbel van de docent gleed langs me heen, alsof het slechts achtergrondruis was in een te volle wereld. Ik had de stof gisterenavond al doorgenomen, gewoon omdat ik niets beters te doen had. Te veel vrije uren brengen je niet dichter bij geluk. Integendeel. Als je je dagen vult met eindeloos series kijken, word je alleen maar somberder, gevangen in het idee dat het leven van anderen spannender lijkt dan dat van jou.

De schoolbel rinkelde. Een geluid dat meestal opluchting bracht, maar vandaag slechts de leegte benadrukte. Ik schoof mijn boeken met een diepe zucht in mijn tas en stond op. Jordan was er niet vandaag, dus ik besloot meteen naar mijn kluisje te gaan, mijn jas te pakken en zonder omweg naar huis te vertrekken.

December was begonnen. Een maand waarin iedereen warmte leek te vinden in lichtjes, feestjes en beloftes van gezelligheid. Voor mij voelde het kil. Ace en ik hadden elkaar nu al een maand genegeerd. Een maand waarin stilte harder had geschreeuwd dan welke ruzie ook. Ik miste hem. Elke dag. Maar ik had mezelf ervan overtuigd dat het beter zo was. Hij had zijn ruimte nodig, zijn vrijheid, en ik stond hem alleen maar in de weg.

"Ha, Nerd! Gaan we nog iets samen doen?" De stem van Eric sneed door de gang als een bot mes. Ik rolde met mijn ogen en negeerde hem, mijn handen druk bezig mijn boeken in het kluisje te proppen.

"Is dat een ja?" vroeg hij opnieuw, zijn grijns venijnig, het soort lach dat niet van plezier komt, maar van macht.

Ik kneep mijn kaken op elkaar en probeerde mijn boosheid te onderdrukken. Sinds ik het contact met Ace had afgebroken, was ik weer een makkelijke prooi geworden. Elke dag voelde hetzelfde: de schimpscheuten, het getreiter, de duwtjes in de gangen. Maar het was niet nieuw. Ik had geleerd ermee te leven. Just keep smiling, fluisterde ik tegen mezelf.

"Geef antwoord, trut!" siste hij en trok hard aan mijn haar. Mijn ogen schoten open van de pijn. "Laat los, loser!" riep ik woest terug. Het trok meteen de aandacht. Een paar leerlingen bleven staan en keken ons aan alsof het een gratis voorstelling was. Niemand greep in. Ze keken alleen maar toe, hun ogen vol sensatiezucht.

Eric trok harder. De pijn sneed door mijn hoofd, tranen prikten achter mijn ogen, maar ik beet op mijn lip. Ik mocht niet breken. Niet hier. Niet nu.

"Als je nou niet moeilijk deed en gewoon met me mee ging, zou ik dit niet hoeven doen," fluisterde hij vlakbij mijn oor. Zijn adem rook zuur, zijn woorden lieten mijn maag omdraaien.

"Laat haar los, Eric!" De stem galmde luid door de gang. Vastberaden, woedend, beschermend. Ace.

De tranen die ik zo lang had tegengehouden, braken los. Mijn hele lichaam begon te trillen.

"En waarom zou ik?" sneerde Eric, nog steeds met die walgelijke grijns.

Ace kwam dichterbij, zijn ogen donker als stormwolken. Hij greep Eric bij zijn kraag en trok hem hard naar achteren. Op dat moment liet Eric mijn haar los. De spanning in mijn hoofd zakte, maar de hoofdpijn bleef.

"Maat, je weet dat je niet met mij kan spotten," siste Eric, maar zijn stem trilde iets.

Ik wilde het niet zien, niet meemaken. Ik pakte mijn tas, veegde de tranen ruw van mijn wangen en liep zo snel mogelijk de school uit. De koude lucht beet in mijn gezicht, maar zelfs dat voelde beter dan de verstikkende blik van medeleerlingen of het dwingende gevecht tussen Ace en Eric. Kut Eric. Kutgedrag.

Ik wilde niet naar huis. Niet naar de stilte van mijn kamer, niet naar de muren die alles wat ik voelde zouden weerkaatsen. Dus greep ik naar mijn telefoon. Er was maar één persoon die ik nu wilde zien.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu