10

640 29 10
                                        

Het weekend was voorbij. Een ellendige gedachte die zwaar in mijn borst hing. Niet dat ik genoten had — verre van. Weekenden waren de enige dagen waarop ik wat ademruimte had, momenten waarop ik niet werd gadegeslagen of genegeerd. En zelfs dát was dit keer niet gelukt. Te veel gepieker. Te veel Jordan. Te veel... alles.

Wat hij me had verteld, bleef maar door mijn hoofd spoken. Hij had niet alles gezegd, dat wist ik zeker. Maar wat hij wél losliet, was genoeg om een knoop in mijn maag te leggen.

Maandagochtend. Ik sjokte naar Economie, mijn hoofd vol zorgen. De tweede verdieping rook muf, alsof de vloerbedekking al eeuwen niet was vervangen. Ik stapte het lokaal binnen. Leeg. Perfect. Even geen ogen in mijn rug.

Ik ging achterin zitten, bij het raam. Mijn veilige plek.

Langzaam druppelden de anderen binnen, begroetten elkaar luidruchtig, en lieten mij zoals altijd links liggen. Alsof ik lucht was. Prima. Beter zo.

Tot de lucht werd doorboord door een schelle stem.

"Ohhh, ik háát trappen! Serieus, deze school moet liften regelen!"

Mijn nek verstijfde. Abigaïl. En natuurlijk haar schare trutten, giechelend achter haar aan. Mijn dag was officieel verpest.

Ze zochten een plek. Natuurlijk koos Abigaïl voor de stoel naast mij. Ze schoof met een overdreven zucht aan. "Zo, nerd. Het is je geluksdag. Iemand komt naast je zitten." Haar stem droop van minachting.

Ik voelde mijn kaakspieren spannen. "Ik heb daar niet om gevraagd," beet ik terug, mijn stem laag en scherp.

Ze draaide langzaam haar hoofd en keek me aan alsof ik vuil onder haar schoen was. "Ik heb ook niet gezegd dat je mocht praten, trut." Haar ogen glansden donkerblauw, dreigend.

Ik wilde uitvallen, maar de deur vloog open. Miss Rob stapte binnen. "Studenten, bladzijde 43."

Ik klemde mijn kaken op elkaar en sloeg mijn boek open. Mijn plan: Abbie negeren. Haar niet de voldoening geven. Maar ze bleef sissen, fluisterend: "trut", "nerd", "mongool". Haar blik brandde in mijn huid.

Toen de uitleg voorbij was, gaf Miss Rob ons de vrijheid om zelfstandig te werken. Vrijheid die onmiddellijk werd misbruikt: geroezemoes vulde het lokaal. Ik probeerde me te concentreren. Totdat de slang naast me weer haar bek opentrok.

"Ik weet niet wat jij met Jordan hebt, maar blijf uit zijn buurt." Haar stem was ijzig, bijna fluisterend, maar vol woede.

Iets knapte in me.

"Luister goed, Abbie," siste ik. "Jij komt ver over mijn grens. Je praat tegen me alsof ik niets ben, alsof ik geen emoties heb. Maar ik bén geen wegwerpspeeltje. Dus hier komt het: bemoei je niet met mijn leven. Vuile trut."

Het laatste woord echode harder door de klas dan ik wilde. Ogen draaiden mijn kant op. De stilte was ondraaglijk. Miss Rob's mond viel open.

Abbie's gezicht liep rood aan. Haar ogen, normaal lichtblauw, waren nu donker, bijna onheilspellend. Ze keek me aan alsof ze mijn keel wilde opensnijden. Ik huiverde ondanks mezelf.

"Miss Hale," zei Miss Rob uiteindelijk, nog steeds geschokt. "Verlaat het lokaal. Je hoeft niet naar de directeur — dit is je eerste keer. Maar je blijft wel nablijven. Nu."

Ik pakte mijn spullen en stond op. Achter mijn rug gonsden de fluisteringen: "nerd", "teacher's pet", "trut." Typisch. Ik draaide me nog even om. Abbie zat roerloos, haar blik strak op mij gericht. Duister, woedend. Ik keek weg en trok de deur achter me dicht. Mijn handen trilden.

Derde uur: scheikunde. Eindelijk Jordan. Een beetje lucht. Misschien.

Ik was weer te vroeg. Leeg lokaal, lege stoelen. En daar zat ik. Facepalm.

"Mel, echt, je moet stoppen met dat gezicht-rammen," klonk een stem. Jordan. Hij schoof naast me. "Slecht voor je aura." Hij tikte dramatisch tegen zijn slapen.

Ik glimlachte flauwtjes en schudde mijn hoofd. Langzaam stroomde de klas vol.

"Zo," fluisterde Jordan, zijn ogen glinsterend. "Ik hoorde iets. Geruchtje. Klopt het dat jij eruit bent gestuurd?"

"Goed gehoord," zei ik kil.

Jordan barstte in lachen uit. "Melissa, zo heb ik je niet opgevoed."

Mijn ogen vernauwden. Hij bleef doorgaan. "Laat me raden: nablijven?" Zijn grijns groeide.

Ik porre hem hard tegen zijn arm. "OUCH!" schreeuwde hij. De klas keek om. Jordan wreef dramatisch over zijn arm. "Jij slaat hard voor een meisje," jammerde hij.

Ik lachte, ondanks mezelf. Hij draaide zich naar me toe, zijn blik plotseling scherp, bijna uitdagend. Ik slikte. In mijn ooghoek zag ik Ace binnenkomen. Zijn blik was donker, stormachtig. Onze ogen ontmoetten elkaar. Een seconde maar. Mijn lach stierf weg. Hij draaide zich om en ging naast zijn vriend zitten.

De les begon. Moleculen, atomen, bla bla. Niemand die luisterde. Behalve ik, starend naar mijn notities, maar eigenlijk gefocust op dat brandende gevoel dat Ace's ogen nog steeds op mijn rug lagen.

Laatste uur. Biologie. Mijn energie was op.

De klas was een kakofonie, zoals altijd. Ik zat er doorheen te zuchten. Oh ja. Nablijven. Perfecte afsluiter.

Toen brulde de docent: "CENTRAAL!"
Iedereen verstijfde. Zelfs ik keek op.

"Voor de verandering werken we in tweetallen," zei hij. "Geen uitzonderingen." Zijn blik schoot naar mij. Typisch.

Hij las namen voor. "Rosa en Mo. Tom en Liesbeth. Lilly en Emma. Cody en Marika. Bennett en Eric."

Mijn maag draaide.

"Melissa en Alex."

Alles in mij bevroor. Nee. Niet hém.
Alex White. Beste vriend van Ace. En iemand die ik veracht.

"Hale!" snauwde de docent toen ik bleef zitten. "Zoek je partner."

Met lood in mijn benen liep ik naar achteren. Daar zat hij, balancerend op twee stoelpoten, alsof hij zich verveelde.

Ik ging naast hem zitten, weigerde hem aan te kijken. Zijn stoel kwam op vier poten neer. Hij boog naar me toe, zijn adem warm langs mijn oor.

"Nerd," fluisterde hij. "Kom straks bij mijn auto. Na je kluisje."

Hij stond op, gooide zijn tas over zijn schouder en liep weg.

"En hoe de hel moet ik weten waar je auto staat?" riep ik hem achterna. Te laat. Hij was al verdwenen. De bel ging.

Ik haastte me naar mijn kluis. Boeken erin, tas dicht. Daarna naar buiten. En daar stond hij. Alex. Nonchalant tegen een rode BMW geleund. Natuurlijk.

En naast hem: Ace.

Ik verstijfde. Alex grijnsde. "Hé, dus die ruzie met Abbie was echt? Briljant. Ik mag haar niet."

Ik knikte kort, maar mijn blik gleed naar Ace. Zijn ogen boorden in de mijne. Kil. Intimiderend.

"Ik moet gaan. Nablijven," beet ik Alex toe. Ik draaide me om.

"Succes, nerd!" riep hij me na.

Een doffe klap. Ik keek om. Alex wreef lachend over zijn arm. Ace stond strak, zijn kaken op elkaar, ogen donker.

Ik slikte. En liep verder, een wrange glimlach op mijn lippen. Nog meer drama. Precies wat ik nodig had.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu