Ace' woorden bleven door mijn hoofd spoken. Blijf uit zijn buurt. Alsof hij mijn vader was. Alsof hij ook maar enige zeggenschap had over mijn leven. Wat dacht hij wel niet? En waarom raakte hij er zó van over de rooie dat ik met Jordan omging? Er moest een reden zijn. Misschien kenden ze elkaar? Misschien was er een geschiedenis die ik niet kende?
Maar antwoorden kreeg ik niet. Alleen die blik, die stem, dat bevel. En het zat me dwars. Heel erg dwars.
Nablijven.
Ik had het vaker meegemaakt. Ik ben tenslotte geen heilig boontje. Maar dit was de eerste keer dat ik nablijven moest met Jordan. En waarschijnlijk ook de laatste keer dat ik dát vrijwillig zou doen.
We werden in een lokaal gestopt met een docent die ik nog nooit eerder had gezien. Mrs. Bau. Een oude, norse vrouw die duidelijk smachtte naar haar pensioen. Normaal moet je twintig keer de schoolregels overschrijven. Maar nee, mevrouw Bau besloot er dertig van te maken. En alsof dat nog niet genoeg was, moesten we vier kantjes volschrijven met een verklaring van wat we fout hadden gedaan, inclusief de belofte dat we het nóóit meer zouden doen.
Zeikerd.
Ik voelde hoe mijn irritatie langs mijn gezicht af te lezen was. Jordan merkte het en kon het niet laten. Hij pakte zijn pen, tekende een karikatuur van Mrs. Bau en schreef er in een wolkje bij: "Sorry, ik ben vandaag ongesteld geraakt!"
Toen ik de tekening zag, kon ik mijn lach niet inhouden. Ik proestte het uit. Jordan ook. Onze schaterlach vulde het lokaal. En natuurlijk liep Mrs. Bau meteen naar onze tafel. Eén blik op de tekening en ik wist dat we eraan waren. Ze gaf ons dubbel werk.
En alsof dat nog niet genoeg was, begon Jordan gekke bekken te trekken. Hij trok zijn gezicht in zulke rare vormen dat ik opnieuw moest lachen. Hoe meer ik probeerde stil te zijn, hoe erger het werd. Het gevolg? We moesten nóg langer blijven.
Het was bijna zes uur toen ik eindelijk thuis was. Uitgeput, hongerig, en een moeder die boos in de deuropening stond. Precies wat ik níét nodig had.
Thuis was het niet beter. Ik negeerde mijn moeder de hele week. Elke dag hetzelfde ritueel: ik kwam binnen, begroette haar kort en liep meteen naar mijn kamer. Deur op slot. Muziek aan, een boek erbij, soms de tv. Af en toe dutte ik gewoon weg. Avondeten was het meest ongemakkelijke moment van de dag. Stilte. Alleen het geluid van bestek. Zij probeerde een gesprek te beginnen, ik knikte hooguit. Dat was het. Dat was ons contact.
Ik kon haar verhalen over de nieuwe man niet aanhoren. Ik had tijd nodig. Afstand.
Vrijdag. Eindelijk. Weekend in zicht. Eindelijk een paar dagen zonder de vreselijke koppen van mijn klasgenoten. Toch bleef Ace in mijn hoofd hangen. Wat bedoelde hij? Waarom maakte het hem zo kwaad dat ik met Jordan omging? Zou Jordan iets verbergen? Was hij niet wie hij zei dat hij was? Misschien kende hij Ace wel, en hadden ze een verleden dat alles verklaarde.
Er was maar één manier om erachter te komen: ik moest het Jordan gewoon vragen.
Tijdens de lunchpauze liepen Jordan en ik de kantine binnen. Zoals altijd voelde ik ogen in mijn rug. Mensen fluisterden, keken ons na. Ik rolde mijn ogen. Jordan leek het niet eens te merken. Hij leefde in zijn eigen wereld. Een weirdo, maar wel míjn weirdo.
We haalden ons eten en zochten een lege tafel. Jordan begon meteen te vertellen over vroeger. Over die keer dat hij met vrienden het huis van een docent had gebombardeerd met eieren. Hij vertelde hoe ze daarna op de vlucht sloegen, en hij op de een of andere manier in het zwembad van de buren belandde. Dronken natuurlijk. Ik schudde lachend mijn hoofd.
"Jordan, ik heb een vraag," zei ik plotseling serieus.
Hij keek op, mijn toon verraste hem. "En dat is?"
"Ken je Ace nog? Die gozer die dinsdag bij aardrijkskunde een uitbarsting had." Ik voelde me ongemakkelijk. Praten over Ace was nooit mijn favoriete bezigheid.
"Oh, je bedoelt je vriendje? Hoe zou ik hem kunnen vergeten? En trouwens, hij staart je nu wel héél intiem aan." Hij grijnsde.
Ik draaide me snel om. En ja hoor. Ace. Zijn ogen boorden zich in de mijne, onbeschaamd, vastberaden. Hij keek niet weg. Geen seconde. Een rilling kroop over mijn rug. Ik draaide me meteen terug.
"Waarom zeg je steeds dat hij mijn vriendje is?!" siste ik geïrriteerd. "Hij is mijn vriendje niet. En ja, ik bedoel hem."
Jordan hief zijn handen in onschuld. "Oke, oke, ga niet in de aanval. En je vraag was?"
"Hebben jullie elkaar eerder ontmoet?" vroeg ik, nog steeds nieuwsgierig.
Jordan keek me verbaasd aan. "Je weet dat ik uit California kom, toch?"
"Jaaaah?" vroeg ik ongeduldig.
"Dus nee. Ik heb hem nooit eerder gezien." Zijn toon droop van duh.
Ik haalde mijn schouders op. "Het was maar een vraag. Ga niet in de aanval," zei ik plagend, met een lach.
Hij grinnikte en schakelde meteen weer over naar een van zijn bizarre verhalen. Totdat een scherpe stem ons onderbrak.
"Jordan! Hoe gaat het met je?"
Ik draaide me om. Abbie Nikkelson. De hoofdcheerleader. Perfecte haren, perfecte glimlach, perfecte arrogantie.
Ze plofte naast Jordan neer en grijnsde alsof ze een seriemoordenaar was.
"Hey, Annie," zei Jordan ongemakkelijk, terwijl hij een hand door zijn nek haalde.
Ik spitste mijn oren. Annie? Dit was dé Annie die hem zo stalkerig achterna zat? Dit werd interessant.
"Jordan," zei ze giftig, "hoe vaak moet ik het zeggen? Ik. Heet. Abbie."
"Sorry, Abbie. Ik vergeet het steeds." Hij bloosde.
Ik kon mijn lach niet langer inhouden.
Abbie's blik schoot naar mij. Kil. "Oh, kijk nou. Onze kleine nerd. Wat doe jij hier eigenlijk? Ik dacht dat jij je vrije tijd in de bibliotheek doorbracht, met je denkbeeldige vrienden." Haar stem droop van arrogantie.
Ik lachte kort. "Ik heb tenminste vrienden. Vrienden waar ik niet elke nacht mee in bed duik."
Abbie werd rood van woede. "Tegen wie heb jij een grote mond, trut?"
"Serieus, Abbie? Ik praat al de hele tijd tegen jóu. Misschien moet je wat meer tijd in school steken en minder in je make-up. Die trouwens vloekt met je shirt. En je mascara loopt uit." Ik glimlachte arrogant.
Ze begon zwaar te ademen, haar neusgaten trilden. Ik moest lachen.
"Trut!" krijste ze, voor ze zich omdraaide en wegrende.
Jordan keek me met open mond aan. Ik haalde mijn schouders op. "Jah, Abbie en ik hebben niet de beste geschiedenis."
"Zo," zei Jordan na een korte stilte, "dat maakt twee mensen die haar niet mogen. Wat was haar naam ook alweer? Abby? Annie? ... Laat maar. Ze is gewoon een bitch."
Ik lachte hardop. "Jordan! Dat mag je niet zeggen. Maar je hebt gelijk."
We lachten samen, tot de bel ging en we onze eigen weg gingen.
Het einde van de dag. Weekend. Eindelijk.
Ik gooide mijn spullen in mijn kluis, pakte mijn tas en keek rond. Ik wilde Jordan nog een fijn weekend wensen, maar mijn ogen vonden iemand anders. Ace. Zijn frons was donker, zijn blik dreigend.
Ik wendde me snel af en liep richting de uitgang.
Bij de bushalte moest ik nog tien minuten wachten. Het voelde als een eeuwigheid. Uiteindelijk kwam de bus, en na de gebruikelijke dertig minuten uitstappen, wachtte me nog vijftien minuten lopen.
Toen ik de straat in liep, zag ik een auto. Dezelfde auto die ik maandag had gezien.
Mijn hart zonk. Woede borrelde op. Ik wilde die man niet zien. De man die mijn moeder vasthield, alsof hij daar thuishoorde. Hoe dúrfde hij terug te komen? Ik had geen zin om zijn gezicht te zien. Geen zin in mijn moeders verhalen.
Ik haalde mijn mobiel uit mijn zak, scrolde door mijn contacten en koos iemand om te bellen...
JE LEEST
IMAGO
Tienerfictie"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
