36

453 22 20
                                        

De stem sneed als een mes door de stilte. Hard, kil, dreigend. Ik verstijfde, mijn hart sloeg een slag over en een koude rilling trok langs mijn ruggengraat. Met moeite draaide ik me om naar de bron van het geluid.

Er stond iemand in de schaduw van de tribunes. De grijns op zijn gezicht kroop langzaam omhoog, zelfgenoegzaam en walgelijk. Erik.

'Aahw... is Melissa-baby bang?' plaagde hij, zijn stem druipend van spot. Hij zette een paar trage stappen naar voren, alsof hij genoot van elke seconde die hij me ongemakkelijk maakte. Mijn handen werden klam. Ik schudde mijn hoofd, maar mijn stem liet me in de steek.

Zijn grijns werd alleen maar breder toen hij mijn aarzeling zag. Hoe meer ik mijn ongemak probeerde te verbergen, hoe meer hij zich leek te voeden met mijn zwakte.

'B-ben jij... A.N.?' stotterde ik, mijn stem nauwelijks hoorbaar.

Voordat Erik kon antwoorden, klonk er een schelle lach, hoog en venijnig. Een lach die ik meteen herkende. Mijn maag draaide zich om nog voor ze in beeld verscheen.

'Nee, nerd, dat ben ik,' snerpte Abigaïl, haar stem zo scherp dat het in mijn oren sneed. Ze stapte de tribunes onderuit, haar hakken tikten uitdagend tegen de grond.

Mijn voorhoofd trok automatisch in een frons. Uitgerekend zij. Alsof mijn dag niet al genoeg naar de afgrond was gegleden.

Ze paradeerde naar voren en ging naast Erik staan, alsof ze samen een toneelstuk opvoerden waarin ik de domme hoofdrol had.

'W-waar—' probeerde ik te vragen, maar Abigaïl's schreeuw sneed me onmiddellijk af.

'Wil je je mond houden?' brieste ze, haar toon arrogant en schel. 'Zie je niet dat ík nog aan het woord ben?'

Ze knipte met haar vingers, alsof ze een hond wegstuurde. Mijn maag trok samen. Mijn handen balden zich bijna tot vuisten, maar ik dwong mezelf om stil te blijven. Ze was het niet waard... maar mijn geduld begon gevaarlijk dun te worden.

Erik zag het. Natuurlijk zag hij het. Zijn lach vulde de ruimte. 'Oeh, boze Melissa-baby komt eraan,' spotte hij.

'Noem me niet zo!' siste ik fel. Mijn bril zakte een stukje naar beneden, en met trillende vingers schoof ik hem terug op zijn plek. Mijn wangen brandden, half van woede, half van schaamte.

Erik lachte harder, alsof mijn woede de grap alleen maar beter maakte. Naast hem kneep Abigaïl haar ogen samen tot twee messen die zich in me boorden.

'Kunnen jullie me vertellen waarom ik hier eigenlijk ben?' vroeg ik, mijn stem zo koel als ik kon maken, al knetterde de spanning in mijn buik.

Abigaïl zette een overdreven vrolijke glimlach op, de nepheid ervan droop er bijna vanaf. 'Nou, dat kan ik je héél leuk uitleggen.'

Ik zuchtte diep, voelde de frustratie omhoog klimmen. 'Fantastisch,' mompelde ik, mijn toon dik van sarcasme.

Ze nam een stap naar voren. Haar ogen fonkelden met pure haat, en hoewel ik me groot probeerde te houden, voelde ik de dreiging in mijn botten kruipen.

'Ik wil weten wat je van plan bent, trut,' schreeuwde ze plots, haar stem overslaand van woede. 'Dus vertel!'

Mijn mond viel half open. Plan? Mijn gedachten tolden. Wat voor plan? Waar had ze het in hemelsnaam over?

'Plan?' herhaalde ik automatisch, mijn stem zwakker dan ik wilde.

Het leek haar nog meer te provoceren. Haar gezicht liep rood aan, haar stem steeg nog verder. 'Kom hier niet dom spelen, wicht!' gilde ze. Ik had bijna verwacht dat er rook uit haar oren zou komen.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu