50

39 3 0
                                        

Mijn kamer was stil, op het zachte gezoem van mijn telefoon na. Het scherm lichtte weer op. Zijn naam. Alex.
Alsof hij precies wist wanneer ik een bericht nodig had. Alsof hij in mijn hoofd zat.

Ik glimlachte onbewust toen ik zijn app las: "Wat doe je? Behalve je vervelen zonder mij."
Mijn vingers typte sneller dan mijn brein: "Misschien verveel ik me juist door jou. Je bent verschrikkelijk slecht gezelschap."

Nog geen seconde later rinkelde mijn telefoon. Videobel. Natuurlijk.
Ik rolde met mijn ogen, maar drukte op accepteren.

Zijn gezicht verscheen. Slaperige ogen, warrig haar, een grijns die mijn maag liet samenknijpen.
"Serieus, Mel? Slecht gezelschap?" Hij trok een overdreven beledigd gezicht. "Je checkt je telefoon elke vijf minuten om te zien of ik iets stuur. Wie houd je voor de gek?"

Ik voelde hoe mijn wangen warm werden. Shit. Hij had gelijk.
"Droom lekker verder, Alex," zei ik droog. Maar mijn stem klonk zachter dan bedoeld.

Hij boog iets dichter naar de camera, zijn ogen priemend in de mijne alsof hij dwars door het scherm kon zien. "Je glimlacht nu. Wéér. Jij hebt echt geen pokerface."

Ik kneep mijn lippen op elkaar en keek weg, alsof mijn muur ineens heel interessant was. Mijn hart bonsde. Hoe wist hij dat steeds?

"Mel?" Zijn stem werd zachter. Serieuzer. "Weet je dat ik aan jou denk... ook als we niet praten?"

Ik slikte. Mijn hand kneep zo strak om mijn telefoon dat mijn knokkels wit werden. Mijn hartslag voelde ik tot in mijn keel.
Hij wachtte niet op antwoord. "Het is alsof ik iets mis, zodra jij stil bent. Alsof er een leegte is. Dat klinkt raar, hè?"

Ik haalde diep adem. Mijn stem trilde, maar ik zei het toch: "Nee. Helemaal niet raar. Want... ik voel dat ook."

Stilte. Alleen zijn ademhaling door de speaker, en de mijne die onregelmatig was.
Ik liet me achterover zakken op mijn bed, mijn ogen gesloten, de telefoon tegen mijn oor gedrukt alsof zijn stem me fysiek kon raken.

Sinds wanneer wachtte ik zo wanhopig op zijn berichtjes? Sinds wanneer voelde één ping als zuurstof?
En waarom... voelde het ineens alsof ik hem al die jaren al leuk had gevonden, zonder dat ik het durfde te zeggen?

Zijn stem verbrak mijn gedachtes. "Ik wil dat je dit onthoudt, Melissa: jij bent niet onzichtbaar voor mij. Jij bent het eerste waar ik aan denk, en het laatste voor ik ga slapen."

Mijn adem stokte. Mijn vingers trilden.
En ik wist het. Eindelijk. Ik vond Alex écht leuk. Misschien altijd al.

__

De lucht buiten was grauw, alsof januari expres mijn humeur wilde nadoen. Grijs, koud, zinloos. Ik trok mijn jas strakker om me heen toen ik het schoolplein opliep. Het voelde vreemd rustig. Misschien omdat één iemand er al twee weken niet meer was.

Jordan.

Twee weken zonder zijn stomme grapjes, zonder zijn rare gezichten tijdens de les, zonder zijn idiote verhalen over unicorns die chocolademelk drinken. Twee weken stilte, op school dan. Want thuis, op mijn telefoon, was hij er nog steeds. Elke dag. Elke nacht. Soms korte berichtjes, soms lange spraakmemo's waar hij halverwege afdwaalde naar onderwerpen die nergens op sloegen. Maar zelfs dáár hoorde ik het: de scheurtjes in zijn stem. De moeheid. De zwaarte.

Ik had geprobeerd hem uit zijn kamer te sleuren, letterlijk bijna, maar hij had me tegengehouden. "Ik heb tijd nodig, Mel. Even relativeren," had hij gezegd.
Relativeren. Wat een kutwoord.

Vanochtend had ik hem nog een bericht gestuurd: "Ik kom straks langs om je unicorn te voeren. Die sterft anders uit, en dat is dierenmishandeling." Hij had het gelezen. Geen antwoord.
Mijn voorhoofd trok automatisch in een frons. Daarna liet ik het los. Drukken had geen zin, dat wist ik.

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu