De vijf woorden die Jordan uitsprak, bleven als zware stenen op mijn borst drukken: Ik heb iets vreselijks gedaan.
Mijn hart begon te hollen, alsof het probeerde te ontsnappen. Zijn stem klonk zo gebroken, zo anders dan ik gewend was, dat er meteen iets in mij scheurde. Jordan, altijd die jongen vol grappen, met zijn brede glimlach en speelse energie... nu zat hij daar alsof de wereld om hem heen in elkaar was gestort.
Zonder iets te zeggen liep ik naar hem toe. Mijn voeten leken vanzelf de richting van het bankje te kiezen. Jordan keek niet op, geen enkele keer, zijn blik bleef vastgenageld op de grond. Zijn schouders hingen zwaar, alsof een onzichtbaar gewicht hem naar beneden drukte. Ik ging naast hem zitten. Mijn ogen weken niet van hem af, al voelde ik hoe ongemakkelijk hij zich moest voelen onder mijn blik. Toch kon ik mezelf niet dwingen weg te kijken.
De stilte tussen ons was dik, bijna tastbaar. Ik hoorde het zachte ruisen van het water van de meer, het geritsel van bladeren in de nachtwind. Alles om ons heen leek stil te vallen, alsof de wereld wachtte op wat Jordan zou zeggen. Uiteindelijk brak ik de stilte. Mijn stem was zacht, breekbaar, maar ik kon het niet langer verdragen om hem zo te zien.
'Jordan... wat is er aan de hand?'
Hij schudde zijn hoofd, alsof woorden te zwaar waren. Maar toen tilde hij eindelijk zijn gezicht op. Ik schrok van wat ik zag. Zijn ogen waren rood, niet alleen van moeheid maar ook van tranen die misschien gevallen waren, of misschien net waren tegengehouden. Levenloos keek hij me aan. Geen sprankeling, geen warmte. Alleen leegte.
Ik wilde iets zeggen, iets dat hem zou troosten, maar mijn stem bevroor in mijn keel toen hij plots bewoog. Hij stak een hand in zijn broekzak, langzaam, bijna aarzelend, en haalde zijn telefoon eruit. Het licht van het scherm verlichtte zijn gezicht en legde de vermoeidheid nog harder bloot. Hij scrolde, zijn duim ging traag over het scherm, alsof elke beweging moeite kostte. En toen hij vond wat hij zocht, gooide hij de telefoon in mijn handen.
Verward keek ik naar hem, maar hij zei niets. Zijn ogen waren alweer gericht op de donkere golven van het meer. Ik liet mijn blik naar het scherm glijden.
Wat ik zag, liet me verstijven.
Een foto. Een meisje, ongeveer onze leeftijd. Ze was prachtig, met kristalblauwe ogen die fonkelden alsof er sterren in gevangen zaten, en een waterval van rood haar dat in het licht glansde. Ze lachte breed, een lach die zo puur leek dat hij bijna pijn deed om te zien. Maar ik had haar nog nooit eerder gezien. Niet in onze school, niet in onze buurt. Helemaal onbekend.
'Wie is dit?' vroeg ik zacht, verbaasd. Ik keek van de telefoon naar Jordan, maar hij bleef zwijgen, zijn blik nog steeds op het water. Pas na een paar seconden zuchtte hij diep, een geluid dat klonk alsof het uit de diepte van zijn ziel kwam.
'Mijn vriendinnetje,' zei hij eindelijk.
De tijd stond stil. Mijn hart sloeg één keer, hard, en leek toen een slag over te slaan. De woorden drongen langzaam tot me door, alsof mijn brein ze niet meteen wilde accepteren.
'Wat?' fluisterde ik.
Hij draaide zijn hoofd, zijn ogen gevuld met pijn. 'Of beter gezegd... mijn ex.' Zijn stem brak bijna bij het woord.
Ik voelde mijn hart breken bij de aanblik van zijn verloren blik. Hij zag eruit alsof iemand hem letterlijk in tweeën had gescheurd.
'Huh? Wat?' stamelde ik. Mijn gedachten renden alle kanten op, maar ik vond geen houvast.
Het bleef even stil, tot Jordan diep ademhaalde en me eindelijk aankeek. 'Gisteravond, nadat jij wegging... kreeg ik een bericht van Michael, mijn beste vriend. Hij stuurde me een foto, een bewijs. Emma—' hij slikte haar naam weg, alsof ze brandde op zijn tong, '—was vreemdgegaan.'
JE LEEST
IMAGO
Teen Fiction"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
