2

762 28 4
                                        


Het was doodstil. Té stil. Voor mijn gevoel hing er een spanning in de lucht die bijna hoorbaar was. Iedereen in de klas keek met verbazing naar de deur. Ook ik staarde erna, met een frons en een hoofd vol vraagtekens.
Wie kan dat nou weer zijn?

Toen dacht ik even na. Wie was er nog niet verschenen vandaag? Ace Carter.
Natuurlijk. Kan mijn leven dan echt niet één dag zonder zijn aanwezigheid? Met grote ogen bleef ik naar de deur gluren, alsof ik hem daarmee kon wegduwen.

De deur ging langzaam open. Mijn hart klopte sneller. Please, alles behalve Ace. Alsjeblieft, alles behalve hem.

En wonder boven wonder—mijn schietgebedje leek gehoord te zijn. Het was geen Ace.

De jongen die binnenstapte had ik nog nooit gezien. Niet dat ik iedereen op school ken, gelukkig niet, maar zijn gezicht zei me helemaal niets. Dus dat kon maar één ding betekenen: hij was nieuw.
Geweldig. Nog iemand die mijn leven zuur kan komen maken...

Hij had zwart haar. Zo zwart dat het bijna onnatuurlijk leek, alsof het kool was. Zijn ogen waren bruin, maar niet gewoon bruin—mysterieus, donker, bijna hypnotiserend. Hij droeg een simpel wit T-shirt met een logo erop en een zwarte broek. Niks bijzonders, en toch viel hij op.

"Ah, Jordan McCall, fijn dat je er bent," zei Mr. Arden met een glimlach, alsof hij de jongen al jaren kende. De nieuweling knikte alleen kort naar hem.

"Jordan, wil je je even voorstellen aan je nieuwe klasgenoten?" vroeg de docent vriendelijk.

Jordan keek onzeker rond, zijn blik gleed vluchtig over alle gezichten in de klas. "Uhm, tuurlijk," begon hij nerveus. "Uhm, ik ben Jordan McCall... maar dat wisten jullie al. Uhm, ik ben zestien en ik ben verhuisd van California naar hier, Manchester. Sorry voor mijn accent, als het irritant klinkt. Uhm... kan ik nu zitten?"

De klas lachte zachtjes. Mr. Arden knikte breed. "Ja hoor, neem plaats. Je mag zitten waar je maar wilt."

Jordan pakte zijn tas op en keek rond naar de lege plekken. Mijn hart zonk toen ik zag waar hij heen liep. Steeds dichter bij mij. Nee. Nee. Nee. Dit kon niet waar zijn.

Hij glimlachte toen hij mijn kant opkwam. Ik gaf hem de vieste blik die ik ooit iemand had kunnen geven... of nou ja, dat was de bedoeling. In werkelijkheid negeerde ik hem gewoon volledig, geen oogcontact, geen erkenning. Misschien zou hij dat als hint begrijpen en ergens anders gaan zitten.

Maar natuurlijk. Geluk staat nooit aan mijn kant. Hij plofte neer naast mij.
Serieus? Van alle plekken in deze zaal? Dit is de grootste fout van je hele schoolcarrière, sukkel. Ziet hij dan niet dat ik totaal niet sociaal ben? Ik zuchtte diep.

Mijn plan was duidelijk: hem compleet negeren. Voor de rest van de les gewoon doen alsof hij lucht was. Maar dat lukte niet helemaal, want ik voelde de blikken van de hele klas in mijn rug branden. Iedereen zat ons te observeren. Inclusief Jordan.

"Hey," zei hij zacht, vrolijk bijna. "Ik ben Jordan, maar dat weet je nu wel. Wat is jouw naam?"

Ik keek strak naar mijn schrift, waar ik met potlood random krabbels en tekeningen maakte. Een soort surrealistische boom die alleen ík mooi vond. Serieus, ik moest artiest worden, deze kunstwerken waren goud waard. Tenminste, volgens mijzelf.

"Zo," zei hij na een stilte, nog steeds met dat stomme glimlachje. "Blijf je me negeren, of ga je je naam nog vertellen? Ik wist niet dat mensen in Engeland zo vrienden maakten."

Mijn ogen schoten omhoog. Ik keek hem recht aan. Recht in zijn bruine ogen. Ogen die zó donker waren dat ze bijna zwart leken. Mijn adem stokte heel even, maar ik liet het niet merken.

"Melissa," zei ik kil en emotieloos. Ik staarde hem nog zeker twintig seconden aan voordat ik weer naar mijn blad afgleed.

"Eindelijk een reactie," zei hij opgelucht, haast enthousiast. "Het leek wel alsof ik met lucht sprak."

Ik fronste. "Gozer, zie je niet dat ik niet in de moed ben voor een zinloos gesprek?"

Hij trok zijn wenkbrauwen op. "Jeez, je hoeft niet zo aan te vallen." Zijn stem zakte wat weg.

Eindelijk stilte. Ik kon weer verder tekenen. De klas zoemde door in een achtergrondgeluid van stemmen. Vast over Ace, dacht ik. Ze vonden het altijd een feestje om te zien hoe hij mij pestte.

"Wat zit je te tekenen?" vroeg de brutale jongen naast me opeens.

"Dat gaat jou helemaal niks aan," snauwde ik. Ik fronste zo hard dat ik bijna zeker wist dat ik rimpels zou krijgen.

Hij glimlachte nog steeds. "Je bent écht niet in de moed, hè?"

Ik negeerde hem, maar mijn irritatie groeide. Mr. Arden ratelde ondertussen over hoe het schooljaar eruit zou zien. Ik ving flarden op over roosters, toetsen, excursies. Saai. Het enige dat telde, was dat de dag bijna voorbij was.

"Ha! Ik zag het goed," fluisterde Jordan. "Je probeert een boom te tekenen."

Ik kneep mijn ogen samen. "En wat bedoel je met probeerde?"

"Nou, als je nou wat meer blaadjes tekent en—" Hij pakte zonder pardon mijn blaadje en potlood. "—hier een zonnetje met een glimlach bij zet, dan ziet het er veel vrolijker uit."

Mijn mond viel open. Hoe dúrfde hij? Ik reikte naar mijn blad, maar hij trok het net weg.

"Oh, wil Melissa haar blaadje terug?" plaagde hij.

"Geef het terug!" riep ik bijna. Ik voelde hoe mijn handen trilden van boosheid.

Hij lachte nog harder. "Ik geef het terug... als je het lief vraagt."

Ik kneep mijn ogen dicht en dwong mezelf tot rust. Twee volle minuten zat hij me grijnzend aan te kijken. Mijn kaak deed pijn van de spanning.

"Pff... wil je alsjeblieft mijn mooie tekening teruggeven?" zei ik uiteindelijk, zo beheerst mogelijk.

"Met een glimlach, juffie. Anders krijg je het niet," lachte hij.

Ik rolde met mijn ogen, maar tot mijn eigen verbazing trok er een kleine glimlach over mijn lippen. Hij zag het meteen. "Kijk eens aan! Melissa kan glimlachen," zei hij triomfantelijk.

"Kan ik nu mijn blaadje krijgen, Jordan?" vroeg ik, glimlach alweer half verdwenen.

Ik greep het snel uit zijn handen en deze keer liet hij het gaan. Met haastig bonzend hart keek ik of mijn tekening verpest was. Maar... tot mijn verbazing zag de boom er beter uit. Mooier zelfs. Anders. In zo'n korte tijd had hij er echt iets aan toegevoegd. Ik wilde hem net vragen hoe hij dat had gedaan, toen Mr. Arden de les afsloot.

"En klas, de dag is voorbij. Morgen beginnen de lessen om half negen. Let goed op jullie rooster, en een fijne dag verder!"

Ik had mijn tas al gepakt toen ik hoorde: "Oh, en Melissa, wil jij morgen Jordan een rondleiding geven? Ik denk niet dat hij de weg goed kent in onze school."

Ik draaide me niet eens om. Ik knikte kort, strak, en liep de deur uit met mijn rugzak stevig om mijn schouder.

Op naar huis...

IMAGOWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu