Ik weet niet hoe lang ik daar voor de voordeur had gestaan, verloren in de geur van die rozen, maar lang genoeg om de argwanende blik van mijn buurvrouw te voelen prikken. Ze keek me aan alsof ik gek geworden was. En misschien was ik dat ook, heel even. Alsof een simpel boeket me had losgemaakt van alles wat zwaar aanvoelde, alsof ik even mocht ademen in een wereld zonder zorgen.
Met een ongemakkelijk handgebaar zwaaide ik naar haar, haast verontschuldigend, en begon in mijn jaszakken te graaien op zoek naar mijn sleutel. De rozen gleden bijna uit mijn armen terwijl ik stuntelde, mijn sleutels klemmend tussen koude vingers. Eindelijk hoorde ik het klikje van het slot. Mijn huis. Mijn veilige plek. Waar alle drama buiten moest blijven.
Tenminste, dat dacht ik.
De lichten in de woonkamer brandden al. Mijn hart sloeg een slag over. Mijn moeder was er nooit zo vroeg. Het voelde vreemd, onheilspellend bijna. Toch trapte ik mijn schoenen uit – op mijn gebruikelijke stuntelige manier, met de ene schoen die ik met mijn andere voet losduwde – en stond toen verstijfd in de hal.
Een stem brak de stilte. "Oh, daar zijn de rozen."
Ik verstijfde. De bos zakte een stukje in mijn handen. En toen ik mijn hoofd draaide, zag ik hem. Ace. Met die vermoeiende, zelfvoldane glimlach die hij altijd paraat had.
"Hoe kom jij hier binnen?" Mijn stem klonk kalm, maar onder de oppervlakte borrelde frustratie.
Hij liet de reserve sleutel achteloos door de lucht tollen, ving hem moeiteloos weer op. "De reservesleutel, duh."
Mijn frons verdiepte zich. Dus dit was zijn werkelijke gezicht: een inbreker die het zich liet welgevallen om mijn tijd te vermoorden. "En hoe kom jij daaraan?"
"Nicole gaf hem me," antwoordde hij nonchalant terwijl hij dichterbij kwam. "Voor noodgevallen."
Mijn moeder. Altijd week voor een mooi gezicht en een charmante lach. Geen greintje weerstand. Ik maakte een mentale notitie: voortaan de achterdeur dubbel op slot. Voor moordenaars. Of voor Ace. Al was dat praktisch hetzelfde.
Hij pakte zonder vragen de rozen uit mijn handen en liep ermee naar de keuken alsof hij hier woonde. "Maar er is geen noodgeval," zei ik hem na, met mijn armen over elkaar. "Dus waarom ben je hier?"
Ace grijnsde breed. "Ik ben hier om jouw bittere smoel om te vormen tot iets zoeters." Zijn toon was plagerig, maar er lag iets ernstigs onder.
Ik zuchtte. "En hoe kan iemand nou een bos rozen kwijtraken?"
Hij haalde zijn schouders op. "Sorry hoor, maar ik kan niet multitasken. Jouw favoriete ijs, een halve chocoladewinkel, twee pakken popcorn, onze film én de rozen in twee handen dragen, terwijl ik ook nog de deur openmaak? Dat was gedoemd om mis te gaan. My bad."
Mijn oren spitsten zich bij één woord. "Taart?"
Zijn grijns werd groter. "Is dat nou het enige wat je onthoudt?"
"Heb je slagroom?" vroeg ik, zonder schaamte.
Ace sloeg zijn ogen even ten hemel. "Dus dat ben ik vergeten."
Ik stak mijn armen over elkaar en keek hem streng aan. "Wees blij dat ik een extra bus heb. Anders had je meteen weer naar huis gekund."
Hij lachte, zijn handen omhoog alsof ik hem werkelijk bedreigde. "Nou, kom dan maar helpen met de film. Blu-ray spelers zijn magische apparaten die ik niet begrijp."
Ik rolde mijn ogen, duwde hem uit de weg en zette Scream zelf in de speler. Onze film. Niet zomaar een horror, maar een herinnering. Toen we tien waren hadden we hem stiekem gekeken – mijn eerste horrorervaring. Ik had doodsangsten uitgestaan, Sammie ook, maar sindsdien was het onze film. De film die ik altijd opzette als de wereld te zwaar voelde.
JE LEEST
IMAGO
Novela Juvenil"Melissa ga je om omkleden, het is bijna tijd!" schreeuwde mijn moeder van uit de keuken. "Tijd waarvoor en ik heb gewoon mijn schone kleren aan!"riep ik terug. "Geen grote mond jonge dame. De familie Carter komt op bezoek." hoor de ik. Toen de woo...
