Ik heb het warm, te warm. Ik probeer de dekens van me af te duwen, maar dat lukt niet. Wanneer ik mijn ogen open, komt alles van de vorige nacht naar boven. Harry schreeuwend naar me in de tuin, zijn adem ruikend naar whisky, het gebroken glas in de keuken, Harry die me zoent, Harry kreunend toen ik hem aanraakte, zijn natte boxers. Ik probeer rechtop te zitten maar hij is te zwaar. Ik ben verrast wanneer ik zie dat zijn hoofd op mijn borst ligt, zijn arm om mijn middel, zijn lichaam tegen de mijne. Hij moet in zijn slaap naar deze positie bewogen hebben. Ik geef toe, ik wil dit bed niet verlaten, Harry niet verlaten, maar ik moet wel. Ik moet terug naar mijn kamer, Noah is daar. Noah. Noah. Voorzichtig duw ik Harry van me af, en rol hem op zijn rug. Ik bid stilletjes dat hij een zware slaper is, hij rolt op zijn buik en kreunt een beetje, maar wordt niet wakker.
Ik sta snel op en raap mijn kleding van de vloer. De lafaard dat ik ben, wil ik hier weg zijn voor hij wakker wordt. Ik denk trouwens niet dat hij dat erg vind, nu hoeft hij geen energie te verspillen om me met opzet pijn te doen. Dit is beter voor ons allebei, ongeacht hoe we gelachen hebben vannacht, niets is hetzelfde in het daglicht. Harry zal zich herinneren dat we goed met elkaar konden opschieten vannacht en hij zal vast denken dat hij daarom extra hatelijk moet doen. Als hij dat doet, ben ik er niet meer.
Ik zal zijn waar ik hoor, weg van hem. Voor een moment vannacht, schoot het idee door mijn hoofd dat deze nacht Harry's gedachten zou veranderen, hem laten denken dat we meer kunnen zijn, maar ik weet wel beter. Ik vouw zijn shirt netjes op en leg het op de kast, rits mijn rok dicht en trek mijn shirt aan, dat gekreukeld is omdat het de hele nacht op de grond heeft gelegen, maar dat is wel een van mijn laatste zorgen op dit moment. Ik stap in mijn schoenen en grijp de deurknop.
Één keer kijken doet geen kwaad, probeer ik mezelf te overtuigen en kijk om naar slapende Harry. Zijn haar is door de war en uitgespreid over het kussen, zijn arm uitgespreid over het bed. Hij ziet er zo vredig uit, zo mooi, ondanks zijn metalen piercings.
Ik draai me om en pak de deurknop weer.
"Tess?" Mijn hart stopt. Ik draai me langzaam om en verwacht in zijn harde groene ogen te kijken, maar in plaats daarvan zijn ze gesloten, een frons op zijn gezicht, maar hij slaapt nog. Ik kan niet beslissen of ik opgelucht ben dat hij slaapt of somber dat hij mijn naam zei in zijn slaap. Ik loop uit de kamer en doe de deur zachtjes achter me dicht. Ik heb geen idee hoe ik uit dit huis ga komen, ik loop de gang uit en ben opgelucht als ik de trap vind. Ik loop de trap af en bots bijna tegen Liam aan. Mijn hartslag versnelt en ik probeer iets te verzinnen om te zeggen. Zijn ogen onderzoeken mijn gezicht en hij blijft stil, wachtend op een uitleg verwacht ik.
"Liam.. ik.." Ik heb geen idee wat ik moet zeggen.
"Gaat het?" Vraagt hij bezorgd.
"Ja, het gaat. Ik weet wat je wel niet moet denken.."
"Ik denk niets, ik waardeer het dat je gekomen bent. Ik weet dat je Harry niet mag en het betekend veel voor me dat je hierheen wilde komen om hem te helpen." Vertelt Liam me.
Oh. Hij is zo aardig, te aardig. Ik wil bijna dat hij me vertelt hoe walgelijk het vindt dat ik bij Harry was vannacht, dat ik mijn vriendje de hele nacht alleen heb gelaten in mijn kamer nadat ik zijn auto meenam en naar Harry ging.
"Dus, jij en Harry zijn weer vrienden?" Vraagt hij en ik haal mijn schouders op.
"Ik heb geen idee wat we zijn. Ik heb geen idee waar ik mee bezig ben. Hij is gewoon.. hij.." Ik barst in tranen uit. Liam wikkelt zijn armen om me heen in een warme en comfortabele knuffel.
"Het is oké, ik weet hoe vreselijk hij kan zijn." Zegt Liam troostend. Wacht.. hij denkt vast dat ik huil omdat Harry me iets vreselijks heeft aangedaan. Hij zal vast nooit raden dat ik huil omdat ik gevoelens heb voor Harry.
"Zo is het niet Liam.." Snik ik. Ik moet hier weg voor ik Liam's goede indruk van mij verpest en Harry wakker wordt.
"Ik moet gaan, Noah wacht." Zeg ik en Liam geeft me een warme glimlach voor we gedag zeggen. Ik stap in Noah's auto en rijd zo snel als ik kan terug naar mijn kamer. Ik huil bijna de hele weg, hoe ga ik dit uitleggen aan Noah? Ik weet dat het moet, ik kan niet tegen hem liegen. Ik kan niet voorstellen hoeveel pijn dit hem gaat doen. Ik ben een vreselijk persoon dat ik hem dit aandoe, waarom kon ik niet gewoon uit Harry's buurt blijven?
Wanneer ik de parkeerplaats oprijd, heb ik mezelf weer een beetje gekalmeerd. Ik loop zo langzaam mogelijk naar mijn kamer, ik weet niet hoe ik Noah onder ogen moet komen. Wanneer ik de deur opendoe, ligt Noah op mijn bed, starend naar het plafond. Hij springt op wanneer ik zijn naam zeg.
"Jezus Tessa! Waar was je de hele nacht? Ik heb je non-stop lopen bellen!" Roept hij. Dit is de eerste keer dat hij naar me schreeuwt. We hebben vaker ruzie gehad maar nog nooit naar elkaar geschreeuwd.
"Het spijt me zo erg Noah, ik ging naar Liam's huis omdat Harry dronken was en hij was dingen aan het slopen, en de tijd vloog voorbij en toen we eindelijk klaar waren met opruimen, was het laat en was mijn telefoon uitgevallen." Lieg ik. Ik kan niet geloven dat ik tegenover hem sta en tegen hem lieg, hij is er altijd voor me geweest en nu lieg ik tegen hem. Ik weet dat ik het hem moet vertellen maar ik wil zijn gezicht niet voorstellen als ik het hem vertel.
"Harry was dingen aan het slopen? Gaat het? Waarom bleef je daar als hij agressief was?" Het voelt alsof hij me duizend vragen tegelijk stelt.
"Hij was niet agressief, hij was gewoon dronken, hij zou me nooit pijn doen." Zeg ik en sla mijn hand over mijn mond, alsof ik de woorden terug mijn mond in wil drukken.
"Wat bedoel je daarmee? Je kent hem niet eens Tessa." Snauwt hij en loopt naar me toe.
"Ik bedoel dat hij me nooit zou slaan ofzoiets, ik ken hem goed genoeg om dat te weten. Ik probeerde Liam gewoon te helpen." Zeg ik. Harry zou me fysiek nooit pijn doen, maar mentaal wel. Dat heeft hij al gedaan en ik weet zeker dat hij dat opnieuw gaat proberen. Het is ironisch dat ik hem verdedig nu, terwijl hij hier niet eens is.
"Ik dacht dat je uit de buurt van dat soort mensen zou blijven? Had je dat niet beloofd aan mij en je moeder? Tessa, dat zijn geen goede mensen voor jou. Je hebt gedronken en 's nachts weg gebleven en je hebt me hier alleen gelaten. Ik weet niet eens waarom je me hierheen hebt laten komen als je toch weg ging." Hij gaat op het bed zitten met zijn hoofd in zijn handen.
"Het zijn geen 'slechte mensen', je kent ze niet eens. Sinds wanneer ben je zo veroordelend?" Vraag ik hem. Ik zou hem eigenlijk moeten smeken om me te vergeven, maar in plaats daarvan ben ik geïrriteerd door de manier waarop hij over mijn vrienden praat. Vooral Harry, herinnert het irritante stemmetje in mijn gedachten me en als ik kon had ik haar geslagen.
"Ik ben niet bevoordelend maar vroeger zou je nooit met gothic mensen omgaan."
"Ze zijn niet gothic Noah, ze zijn zichzelf. Ze willen niet zijn zoals wij, maar dat maakt ze niet anders dan ons." Zeg ik. Ik ben net zo verrast door mijn woorden als Noah.
"Nou, ik vind het niet leuk dat je rondhangt met hem, ze veranderen je. Je bent niet dezelfde Tessa op wie ik verliefd werd." Zijn stem klinkt niet boos, eerder verdrietig.
"Nou, Noah.." Begin ik en de deur vliegt open. Mijn ogen volgen die van Noah naar een boze Harry die mijn kamer binnenstormt.
JE LEEST
After (Nederlands/Dutch)
FanfictionTessa Young is een 18 jarige student met een simpel leven, hoge cijfers en een lief vriendje. Ze heeft haar leven helemaal uitgestippeld, tot ze Harry ontmoet, de onbeschofte rude boy, een jongen met te veel tattoos en piercings, die al haar plannen...
