24) The Elven King

158 20 1
                                        

Lena liep naar de grote troonzaal waar gisteren een feest had moeten plaats vinden.
Ze was te enthousiast om zich er nu zorgen over te maken maar had zich daarnet erg schuldig gevoeld.

Ze probeerde haar weg te zoeken doorheen de gangen waar beelden van trotse koningen en koninginnen opgesteld stonden en waar zilverwerk rondom zuilen van steen geslingerd was. De klimop die op de andere zuilen hing verdorden.

Kaarsen branden met een vreemd soortig wit licht. De kaarsen boven schijnen geel licht uit. Hier dus niet.
Lena hield het kostbare pakje tegen haar lichaam aan toen ze een schaduw tegen de muur zag.
Plots kreeg ze ook het gevoel dat ze hier niet hoort te zijn. De koning woont hier ten slotte ergens.

Lena raakte innerlijk in paniek toen ze door kreeg dat de prins voor haar stond. Van iedereen die ze niet wou tegenkomen is het Erính. En die kwam ze uiteraard net tegen.
"Lena!"

Een beetje geschrokken van zijn harde stem deed ze een stap achteruit.
"Lena, waar ben je heel de tijd geweest?"
"Bij Adaìn en Allene."
Dat antwoord scheen hem niet te zinnen.

"Ik dacht dat je bij Aírell bleef."
"Ze heeft het me niet gevraagd en ze heeft me ook niet tegen gehouden. En Allene en Adaìn zijn minstens even gast vrij."
Lena vroeg zich sterk af waarom de prins zo humeurig was.

"In ieder geval draag je de jurk nog."
Wat had dat er mee te maken?
"Misschien omdat ik geen andere heb!"
Aan het gezicht van de prins te zien had ze hem op een idee gebracht.

Zijn ogen draaiden naar beneden.
"Wat heb je daar?"
"Zilverwerk van je vader dat Adaìn heeft hersteld."
Als Allene zo goed kan zien dat ze liegt dan zal de prins dat zéker kunnen (want hoe perfect is de konings familie ook).
Hij keek geobsedeerd naar het in doek gewikkelde pakje.

"Geef maar ik zal het aan mijn vader geven."
Lena vreesde die vraag en kneep onbewust harder in de stof.
"Dat is heel lief van je maar dat hoeft niet. Ik wil zelfstandig kunnen zijn in deze wereld."
Oké dat was een halve leugen. Ze wilde inderdaad zelfstandig zijn maar deze situatie was helemaal anders.

"Ik heb je uit zijn cellen bevrijd! Denk je dat dat me nog een keer zal lukken? Ik ben uitgesloten door de soldaten. Ik mocht als enige Elf niet op het zomerfeest zijn. Het eerste lid van het koningshuis in onze geschiedenis! Weet je dan niet hoe ellendig dat is?"

Lena liet verbaasd haar greep op het pakje verslappen de prins was duidelijk gefrustreerd over haar gedrag.
En de koning ondernam grove stappen...

"Dat spijt me. Je had die risico's niet voor me moeten nemen. Ik zal aan de koning vragen of hij je daarvoor vergeeft. Ik denk dat ik ontdek heb hoe ik hem kan genezen. Je moet geen spijt hebben dat je me geholpen hebt."

Het viel Lena nu pas op hoe speciaal de ogen van een Elf zijn. De kleur is niet alleen bijzonder intens. Het is ook maar één zuivere kleur. Geen grijs/blauwe, geen groen/bruine, of alle andere mogelijke combinaties. Die hebben ze niet. Diep doordringend hemelsblauwe ogen. Dat zijn die van de prins.

Lena deed opnieuw een stap achteruit.
"Wijs me de weg alsjeblieft. Meer hoef je niet voor me te doen. Ik heb je genoeg in de problemen gewerkt."
Ze wachtte tot hij iets zou doen maar de toekomstige koning (hopelijk nog niet tè snel, dat zou heel gemeen zijn) reageerde niet.

Daarop wilde ze hem voorbij stappen.
De prins liet het niet toe en nam haar sterk bij de armen.
"Laat me los! Wat is er dat je van me verlangt? Ik krijg jurken van een prinses maar ik moet me aan de wetten van de Urdún houden. En blijkbaar worden ze als minderwaardig beschouwd wat ik geen compliment vind!"

De prins kreeg waterige ogen en keek haar griezelig diep aan.
"Denk niet dat ik niet weet wat er in je omgaat Lena. Ik kan dieper in je kijken dan jij mij ooit zal leren kennen. Ik heb mijn eigen doelen Lena, en als je mijn hulp niet aanvaard sta je nergens."

Waar in Gods naam wilde hij naar toe?
"Ik ging gewoon een broche aan je vader terug geven. Ik weet niet wat jouw doelen zijn maar mij helpen zit daar blijkbaar niet bij."
Ze ging door een knie.
"Tot ziens Elfen prins. Ik ga je vader helpen. Die heeft het harder nodig dan ik."

Onmiddellijk voelde ze zich heel slecht.
Hopelijk heeft ze nu geen vijand gemaakt...

Geschreven in Porto - Portugal :)

The Elven KingWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu