Hoe verder ze reden, hoe meer Lena het idee had dat wat ze aan het doen ethisch niet kan. Maar het is nu haar kans om naar huis te kunnen.
In haar gepeins had ze niet gezien dat er voor haar bergen waren. En al redelijk dichtbij.
Op verschillende plaatsen toonde het veld de eerste sporen van oogst. Tussen de granen verscheen langzaam aan een pad. Eerst vaag daarna duidelijker en nog daarna een pad van steen.
Ze vertraagden.
"Nog nooit is een Urdún zo ver geweest" mompelde Gurdan een beetje emotioneel. "Dat ik de eerste mag zijn."
Lena lachte flauwtjes.
"En hoe moeten we erin?"
"Geen idee."
Ze keken een beetje rond. Lena eerder achter haar dan voor haar. Stel dat ze gevolgd worden door de Bos Elfen... Zouden ze zich zo ver wagen voor haar?
"Ik weet het."
Gurdan zegt het niet echt enthousiast.
Hij laat zijn teugels los en steekt zijn vingers in zijn mond.
Wat volgt is een schril geluid dat galmt tegen de berg.
"Ze weten al lang dat we onderweg zijn. Maar ze zien ook dat we niet vijandig komen."
"Dat hoop ik. Ik ben alle drukte zat."
Even gebeurd er niet veel.
Maar plots toch.
Van achter een rots piepte een klein menselijk hoofdje. Blonde haartjes die samen met de rest van het hoofdje zachtjes glanzen. Het is een vrouwelijk figuurtje. Lena lacht haar vriendelijk toe.
"Een nimf!" fluisterde Gurdan.
"Je ziet ze als niet Elf nooit."
Hij fluisterde nog stiller "ze zeggen dat ze zich enkel aan de speciaalste zielen tonen."
Lena trok grote ogen.
"Ik bedoel jou daarmee."
Hij grijnsde van tussen zijn baardje.
Het wezentje sprong op de steen en licht zweefde ze met de fijne vleugeltjes op de zomer bries weg en verdween ze tussen de stenen.
"Ze gaat de Elfen halen."
"Je weet dat wel goed voor iemand die ze nooit gekend heeft."
"Legendes zijn nooit leugens Lena. Het mag misschien niet volledig realistisch zijn. Het zijn geen leugens."
Lena boog naar hem toe.
"Jullie voorvaderen kwamen ook van Boven Aarde. Weet je nog van waar?"
Gurdan dacht na.
"Uit het noorden. Noormannen zegt je dat wat?"
"Wij noemen ze vikingen. De mensen die er nu nog wonen geloven nog het meest in het bestaan van Elfen en zo verder."
"En ook heel veel van Transsylvanië en het oude Romeinse land."
Heel Europa dus.
"Maar de grot die we naar hier genomen hebben is Gallisch. Daar komt mijn familie ook vandaan. Mijn stamboom is nog maar jong."
Jong? Een paar honderd jaar sowieso.
"Dat land noemen we in mijn jaren Frankrijk."
Lena wachtte even.
"Daar woon ik ook."
"Je wilt echt terug hè."
Ze knikte en ging verder in het Frans.
"In Gallisch land heb ik in mijn eerste grot gewandeld. En nu wens ik terug te kunnen naar de grot waar ik weggehaald ben."
Gurdan antwoordde deze keer ook in het Frans in plaats van het Anlein.
"Kijk daar zijn de Elfen."
Lena had zijn soort Frans op vele geschriften gezien in de universiteit. Het is zoals Nederlands en Zuid Afrikaans. Hetzelfde maar toch ook niet.
Inderdaad! Elfen!
Het zijn er drie. Twee mannen en een vrouw. Ze dragen alle drie een zwaard maar zien er niet uit alsof ze die snel gaan gebruiken. Ook hebben ze veel lichter bruin haar dan de Bos Elfen waar iedereen donker is op de koning en zijn zoon na. De kleuren die ze dragen zijn tinten tussen geel, oranje en bruin. De mannen dragen in tegenstelling tot de Bos Elfen geen lange maar korte tunieken.
De vrouw draagt een mand mee met spullen in. De oudste van hen drie stapt naar voor.
"Een nimf waarschuwde ons van uw komst. Verstaat u mij?"
Gurdan overduidelijk niet. Maar Lena kon dankzij de tekens op haar arm nu ook Oud Elfs. In die taal begon ze te spreken. Gelukkig sprak de oudste die taal ook.
"Dit is Gurdan. Heer van het Urdún volk. Zij wonen aan de andere kant van de velden. Ik ben Lena. Ik ben een mens van Boven Aarde."
"Een mens! De voorspelling is waar!"
Lena was verbaasd. Voorspelling?
"Luister, we zouden dringend jullie leider moeten spreken."
Achter Lena zou de zon moeten ondergaan. Maar ze zag hem niet.
De koning...
"Snel geef hen iets te drinken!" roept de Elf uit. De vrouwelijke Elf stapt naar voor. Ze geeft een kruik aan Lena. Ze trekt de kurk uit de fles. De hals laat ze onder haar neus zweven. Ze ruikt bloemen en kruiden.
Voorzichtig neemt ze een slok. Het ruikt beter dan het smaakt maar Lena is blij om haar droge keel te kunnen verhelpen.
De Bos Elfen hadden toch smakelijker dranken. Ze geeft de fles aan Gurdan. Hem smaakt het beter en hij neemt grote slokken.
Of hij heeft gewoon mega veel dorst. Dat kan ook.
"Ik ben er zeker van dat heer Amrynn u wilt zien."
Lena knikt en vertaald naar het Frans "ze gaan ons naar hun leider brengen."
Gurdan krijgt een traantje in zijn donkere ogen.
"Voor het eerst mag een Urdún de Berg Elfen bezoeken! Ik heb alles mogen meemaken dat ik ooit had kunnen dromen. Ik zal gelukkig sterven."
"Wacht daar nog maar even mee tot ik je beloond heb en we goed afscheid hebben kunnen nemen."
De Elfen lachen vriendelijk en niet begrijpend wat er gezegd werd wijzen ze hun de weg. Ze gaan hen voor op een grindpad dat ze nooit zelf hadden kunnen vinden.
Tussen twee bergen in lopen ze omhoog. De paarden zijn moe maar volgen gewillig. Lena kijkt verwonderd om zich heen. Ze hoort zelfs vogels...
Plots is er een soort tunnel.
"Vrees niet. Hij is niet lang."
Samen gaan ze naar binnen. De gang loopt een beetje omlaag.
Aan het einde is licht te zien.
Als ze er doorheen zijn blijven Gurdan en Lena verwonderd staan.
Voor hun lag perfecte schoonheid te baden in het zonlicht van een onderstaande zon.
JE LEEST
The Elven King
FantasyOp een morgen die eigenlijk te perfect is om waar te zijn overvalt een onbekende ziekte de Elfenkoning. Samen met hem kwijnen de planten en dieren van de Bos Elfen weg. Ze vestigen hun hoop op Lena, een jonge vrouw die ze in een grot ontvoeren uit d...
