{Megan}
Pijn. Pijn was alles waar ik aan kon denken. Het zat in mijn benen, in mijn armen, in mijn hoofd - in mijn hele lichaam. Mijn ogen zaten dicht en om me heen hoorde ik weinig tot niets. Het was alsof ik letterlijk in het 'niets' was beland: een donkere leegte waar niks anders bestond dan de pijn die ik voelde. En mijn hoofd...
Jezus wat deed mijn hoofd pijn.
Wat was er gebeurd? Ik herinnerde me dat ik bij Clay achterop de motor zat en we op vrij hoge snelheid over de weg vlogen. Ik herinnerde me de wind door mijn haren, het vrije gevoel dat me overspoelde en de blijdschap die dat met zich meebracht. En toen...
En toen wat?
Waren we verongelukt? Dat moest bijna wel. Maar hoe? Ik wist niet veel van Clay, de blonde God, maar ik wist wél dat hij niet iemand was die zomaar verongelukte. Niet op de motor, althans. Ik had nog nooit iemand zoveel controle over een motor zien hebben. Nog nooit. Het was alsof Clay en zijn Harley één waren. Alsof ze elkaar perfect aanvoelden.
Maar wat was er dan wel gebeurd?
Ik probeerde na te denken, maar de pijn in mijn lichaam maakte dat bijna onmogelijk. Hoe lang ging ik dit nog volhouden? Ik wilde niet dood. Daar was ik veel te jong voor. Er was nog zoveel wat ik wilde doen, wat ik nog moest doen, dat doodgaan echt geen optie was. Zouden zieke mensen zich zo voelen? dacht ik opeens. Zo... machteloos?
Wat verschrikkelijk.
'M-Meg? Megan?'
Mijn oren leken zich opeens te openen, zoals een hond dat deed als iemand de kamer binnen kwam lopen. Was dat mijn naam die ik zojuist hoorde?
'Megan, open je ogen.'
Ik herkende de stem. Het deed iets met me - kriebels. Ja, de stem gaf me kriebels. Goeie kriebels, dat wel. Was het verliefdheid? Het voelde ergens als thuiskomen, een veilige haven. De stem...
Clay?
'Alsjeblieft...'
Ik concentreerde me op het vertrouwde geluid en probeerde me te focussen op mijn ogen. Ze zaten dicht, alsof iemand ze had vastgelijmd. Toch wist ik dat het moest. Alsof mijn leven er vanaf hing.
En misschien was dat ook wel zo.
Met alle kracht die ik bezat, opende ik ze langzaam. Direct vulde een ijzingwekkende schreeuw mijn oren, en pas na een paar seconden besefte ik dat ik dat zelf was.
De. Pijn.
'Gelukkig, je leeft nog,' hoorde ik hem zeggen. 'Jezus, ik dacht even...'
Ik slikte. 'W-wat... wat is...'
'Stil, stil. Niet praten.'
Ik humde wat en probeerde ondertussen de omgeving in me op te nemen. Ik lag op mijn zij, tussen het gras en volgens mij modder. Het was donker, alsof het midden in de nacht was. Fris... was het fris?
'Kom, we moeten hier zo snel mogelijk weg. Kun je opstaan?'
Staan? Wauw, ik kon me niet eens voorstellen hoeveel pijn dat zou gaan doen. Ik wist bijna zeker dat dat me niet ging lukken.
'Pijn...' fluisterde ik zo goed en kwaad als het ging. 'Het doet zoveel p-pijn.'
'Shit.'
Ik richtte mijn hoofd een stukje op - fuck, wat deed dat pijn - en zag hoe Clay in de weer was met allerlei spullen. Takken, een deken... touw? Wat moest hij daar nou weer mee?
Pas toen zag ik dat zijn leren jas gescheurd was en een grote, bloedende snee over zijn gezicht liep. Zijn motor was nergens te bekennen.
'C-Clay?'
'Wacht even.'
Een gebroken zucht rolde over mijn lippen en ik liet mijn hoofd weer in het gras zakken. Wat hij ook aan het doen was, hij kon het beter zo snel mogelijk doen. Ik had het gevoel dat ik elk moment weer weg kon vallen, terug de duisternis in. Ergens kreeg ik het idee dat de kans klein was dat ik dan mijn ogen weer open kon doen.
'Oké, zet je schrap.'
Ik wilde vragen wat hij daar precies mee bedoelde, maar een intense pijn die door mijn hele lichaam schokte, alsof iemand me onder stroom zette, smoorde mijn keel en liet me niets anders doen dan schreeuwen. Ik voelde hoe ik verplaatst werd, het gras en de modder verdwenen en een zachtere ondergrond kwam daarvoor in de plaats. Was het een bed? Dat leek me sterk, want volgens mij bevonden we ons in een grasveld en de laatste keer dat ik checkte, stonden daar geen bedden.
'Oké, ik moet je op deze manier vervoeren. Sorry, maar we moeten nú gaan.'
De zachte ondergrond begon te bewegen. Het liet verschillende pijnscheuten door mijn lichaam schieten, alsof we aldoor over hobbeltjes en bobbeltjes gleden. Shit.
'Waar breng je me naartoe?' vroeg ik zo duidelijk mogelijk, terwijl ik mijn nagels in mijn handpalmen begroef om zo de pijn onder controle te krijgen.
'Hier vlakbij is een houten huisje in het bos,' riep Clay over zijn schouder, en ik hoorde aan zijn stem dat ook hij gebroken was. 'Daar zijn we wel even veilig voor nu.'
Veilig.
'Wat... wat bedoel je?' riep ik naar hem, terwijl ik probeerde uit te vogelen hoe hij me aan het vervoeren was - volgens mij had hij een brancard gemaakt en sleepte hij me letterlijk door het gras heen.
'Zijn we niet veilig dan?' riep ik nogmaals. Ik voelde dat mijn handpalmen begonnen te bloedden.
Clay draaide zijn gezicht naar me om, terwijl hij me hijgend vooruit trok, en zijn uitdrukking sprak boekdelen.
Nee, we waren niet veilig.
'Maar... maar...' stamelde ik, terwijl ik door de pijn heen mijn gedachten op een rijtje probeerde te krijgen. 'Maar, waarom dan niet? Wat is er zo gevaarlijk?'
'Niet wat,' antwoordde Clay vermoeid, terwijl hij me van het grasveld aftrok en een bospad opging, 'maar wie.'
En toen wist ik het weer. Het kwam bij me terug als een soort bominslag, alsof de bliksem me had getroffen en ineens mijn geheugen herstelde.
De weg, Clay, de motor, de vrijheid - het busje.
We waren niet verongelukt.
We waren van de weg gereden.
JE LEEST
His Lessons ft. Harry Styles [Nederlands] #WinnerWattys2019
FanfictionHij was de badboy en zij het goede meisje dat slecht voor hem werd. * Winnaar van de #Wattys2019
![His Lessons ft. Harry Styles [Nederlands] #WinnerWattys2019](https://img.wattpad.com/cover/105898792-64-k833503.jpg)